EEN DAG 

zoals alle anderen



Kinderleven in de 60er jaren


 © 2019 peter frensdorf
Peter@negologic.com

Alle rechten voorbehouden.
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.



De waarde van een kinderleven in 1963?



"De drijfnatte redder van een bijna verdronken jongen

werd beloond met een halfleeg pakje sigaretten.

Er waren stemmen hoorbaar die dat te gierig vonden. 

Volgens hen had het pakje vol moeten zijn."



Voorwoord

Mijn eerste herinnering gaat terug naar het beeld van mijzelf in de wieg en grote grijnzende koppen erboven. De baby was bezig met heel andere dingen. Ik was namelijk geboren met het besef: "Nu moet ik weer helemaal opnieuw beginnen".


Alsof ik eerder had geleefd en door mijn geboorte alle bezittingen en macht had verloren. Alsof ik plotseling was weggetrokken en nu wakker werd als pasgeboren baby. Ik besef dat dit raar en ongeloofwaardig kan overkomen. Maar ik denk dat misschien begin en einde van het leven op een of andere manier een circel vormen. Andere verklaring heb ik ook niet.

Om voor alles afhankelijk te zijn van anderen, dat vond ik vreselijk.

Kinderstoeltje aan tafel, daar moest je in en uit gehesen worden. In de tussentijd zat je gevangen want je kon er niet uit zonder hulp.

Als de jongste, een schattig jongetje om te zien, klein met blond krullend haar, was ik de lieveling van de volwassenen. Maar van binnen broeide er van alles. Ik wilde vechten met die vervelende stiefvader die de baas speelde, GGG. Vanwege zijn favoriete scheldkanonnade: God-Gloeiende-Godverdomme!

"Tir mij eruit, ik zar hem!" Iedereen moest lachen, hij ook wel een beetje. Maar ik was bloedserieus, ik haatte die man vanaf de eerste keer dat ik hem zag.


Gruwelijksdag met GGG


Mijn moeder was hals over kop met hem getrouwd, nadat mijn echte vader haar had verlaten voor een jong exemplaar dat de zolderkamer huurde bij ons.

In kwetsbare positie, verlaten met drie kleine kinderen, was ze vastbesloten om te trouwen voordat hij dat deed. Ze kenden GGG omdat zijn vrouw altijd kwam klagen over hoe gemeen en gierig hij was. Wat een aanbeveling!

Beide echtparen scheidden omstreeks dezelfde tijd en mijn moeder liet de beslissing om wel of niet met GGG te trouwen over aan haar zeven jaar oude zoon Rob. Zelf voelde ze zich totaal niet tot deze invaller aangetrokken, maar ze had wel een man, een inkomen nodig. Ze hoopte nog steeds dat mijn echte vader spoedig zijn vergissing zou inzien en terugkeren naar haar. Dus was het maar tijdelijk, vandaar; alleen maar een invaller.

Ik groeide op in de Slaakstraat in Amsterdam Nieuw Zuid. Tussen de Amstelkade en Churchilllaan in geperst. Aan de ene kant kalm water en aan de andere kant racende automobielen. Maar ook bioscoop Du Midi, Apollohal en het charmante groenstrookje Muizenplein lagen om de hoek. Niet gewoon Zuid of - erger- Oud Zuid. Dat was onze grote trots, want ons gebied grensde aan de goudkust en de Minervalaan.

Babbel

Ik sprak mijn eigen taaltje. Niet zoals de meeste kleine kinderen een vereenvoudiging want de woorden die ik gebruikte, waren juist vaak langer en meer gecompliceerd, en begonnen meestal ook met heel andere letters. Vogel was Igliviek, Water Dikkewalle, helaas is het woordenboek dat mijn moeder schreef verloren gegaan en ik kan zelf bitter weinig meer van herinneren. In plaats dat ik hun taal leerde, spraken ouderen mij juist na. Dat was waarom lerares Hoerenkamp later mamma en GGG tot de orde riep:

"Die jongen zal nooit leren fatsoenlijk Nederlands te spreken, het is al te laat!"

Het is belangrijk te beseffen dat ik zeven jaar na het einde van de tweede wereldoorlog werd geboren. De duistere schaduw van deze periode hing over mijn jeugd. Er woonde een man in de straat die "verkeerd" was geweest, met hem sprak niemand en ook niet met zijn kinderen. Op de Minervalaan hadden de Moffen een aantal mannen doodgeschoten als vergelding, een bronzen herdenkingsplaat gaf de plaats aan.

Tijdens dodenherdenking, als er een auto met Duits nummerbord doorreed tijdens de twee minuten stilte was het de taak van iedereen om deze tot stoppen te dwingen en de inzittenden duchtig af te tuigen.

Wanneer we in de natuur op een bosweg liepen, mocht dat alleen in het spoor - niet in de middenstrook want daar konden onontplofte mijnen liggen.

GGG was volgens eigen zeggen een held geweest in de oorlog, waar verder iedereen sterk aan twijfelde, vooral mijn moeder. Want zij had zelf wel degelijk risico's genomen om mijn vader te beschermen, omdat die joods was.

In de kast lag een pistool met houten handgreep, ijskoud bewijs dat GGG het van een verslagen mof had afgepakt. Maar toen ik het jaren later meenam naar een schietclub bleek het helemaal geen Duits wapen te zijn en er ontbraken vitale delen om afgeschoten te kunnen worden. Een dummy net als hijzelf. En die Duitser was zeker van de Essen-Waff-waff in plaats van de Waffen SS geweest.

De eerste jaren van mijn leven speelde ik thuis, bouwde kastelen van kussens van de bank.

Als het weer mooi was speelde ik buiten, meestal alleen want mijn broer en zuster waren zeven en vijf jaar ouder, die hadden natuurlijk geen zin om met mij te spelen.

Heel gewoon. Moppentapper Max Tailleur woonde om de hoek op de Amstelkade, acteur André van der Heuvel onder ons, Larense kunstschilder Willy Knip woonde bij mijn grootmoeder, ik zat op school met de zoon van schrijver Jan Blokker, Drummer Dennis Whitebread van de group Het en Exception was de jongste zoon van GGG. Mijn tante vertaalde Nabokov's Lolita, dat werd een van mijn favoriete boeken.

Als ik later de kinderachtige briefjes lees die ik schreef toen ik twaalf was, komt het besef dat ik mij als gijzelaar leed aan het destijds nog onbekende Stockholm syndroom. Ik deed alles om mijn moeder en GGG vriendelijk te stemmen in de tijd dat kinderen werden gezien als nadelige bijwerking van een anderszins prettige bezigheid.

Onze waarde was nihil totdat we brood op de plank brachten. Door het leeuwendeel van ons eerste loon gewongen in te leveren om in huis te mogen wonen. Tenslotte hadden we al die jaren gratis geleefd.


Kinderen waren hinderen.

Je moest ze zien, maar niet horen.

En hun wil stond achter de deur.





1

Ik heb geen zin om op te staan 

Ik werd wakker met prachtige ijsbloemen op de zolderramen. Maar zonder enige verwarming, was het steenkoud! Ik had geen zin om op te staan. Om met mijn kleine blote voeten op het koude zeil te staan.

De slaapplaats werd steeds omgegooid. Eerst alle drie kinderen in een beneden slaapkamer.

Toen Ellen groter werd kreeg ze die kamer voor zichzelf. Wij de jongens, sliepen in een in tweeën verdeelde kamer, mijn grote broer Robs bed stond rechts en mijne links.

Ik sprong op en rende zo snel mogelijk naar beneden, naar de huiskamer waar tenminste de kolenkachel zou branden.

Rob was al weg, ik had hem niet horen opstaan. Het was altijd vechten om de badkamer, Ellen had zoveel tijd nodig! Maar ik was laat en de badkamer was alweer vrij. Eerst naar de warme huiskamer, stak ik mijn hoofd om de hoek:

"Thee-eitje?"

Ellen en Rob waren net aan tafel gegaan, Ellen lichtte even de deksel van de theepot: "Nee".

GGG liet soms een gekookt ei in de theepot achter voor ons om te delen. Dat hing dan in een zilverkleurige eierhouder en ketting.

Een derde deel van een ei was niet veel, en ik kreeg als kleinste ook nog altijd een oneerlijk deel, meest eiwit. Maar het maakte het ontbijt prettiger, want verder was er alleen suiker, soms jam of kaas, maar dat was duur. Heel af en toe pindakaas maar die was meestal op. Ik waste mij razendsnel en ging ook aan tafel zitten.


GGG was zoals altijd allang naar zijn werk gegaan, als onderdirecteur van de Amsterdamse Droogdok Maatschappij.

Want mama zei, er was maar één man boven hem. En die had geen benen want die had hij verloren in de oorlog.

Buiten was het nog pikdonker en het lokte mij maar weinig om weer naar school te gaan. Echte school! Want de kleuterschool, daar was ik al geweest. Klosje breien en tekenen en schilderen met waterverf- meer water dan verf want dat waren van die harde gekleurde blokjes die maar niet wilden smelten tot schilderbare massa. Aap Noot Mies Zus Jet.

Breien, dat had ik nooit kunnen leren met mijn mateloos gebrek aan geduld en de juffrouw had heel naar daarover gedaan, hoor. Ook toen ik in mijn broek had geplast, alsof dat voor mij zo leuk was geweest!

Maar je moest altijd verlof vragen en die ouwe wijven waren constant in een driftig gesprek dat ik niet durfde te onderbreken. Stom, hoor, Dat zou mij niet meer gebeuren want mijn wollen korte broekje was heel nat en zwaar geworden zodat ik het moest vasthouden onderweg naar huis.

Er lag geen geld op de tafel.

"Trouwens, moet ik geen melkgeld hebben?" Want alle kinderen betaalden voor hun melk een keer per week. Rob gaf helemaal geen antwoord en Ellen haalde haar schouders op.

Ik smeerde margarine op een witte boterham, die allang niet meer vers was en strooide suiker erover. Dan dubbelklappen zodat de suiker blijft zitten. Het resultaat knaagde tussen mijn tanden.

"Had je maar gisterenavond moeten vragen om melkgeld." dacht Ellen hardop. Mamma bleef in bed, lang nadat wij naar school waren gegaan. Dat wist ik van de tijd dat ik thuis mocht blijven.

"Trouwens..." Deed Ellen mij na. Want dat woord gebruikte ik vaak en dat vond ze leuk.

Rob had donker haar met krullen en zware wenkbrauwen. Hij was meestal kwaad en zeven jaar ouder dan ik was. Ellen en ik scheelde vijf jaar. Haar lokken waren net zo donker als die van hem, dat maakte mij de blonde zonderling. Ze wilden met mij nooit spelen want ik was daarvoor te klein.


Vriendjes had ik niet dus speelde ik meestal alleen thuis, tot de kleuterschool. In de straat waren niet veel jongens van mijn leeftijd, wat een pech. Iedereen leek ouder te zijn zoals Ellen en Rob, hun leeftijd of nog ouder. Maar school zou zo leuk zijn, dat zei iedereen. Daar kreeg ik vanzelf wel vriendjes.

Dat was mij wel tegengevallen omdat ik niet wist hoe ik met andere kinderen moest omgaan.

"Schiet een beetje op!" Ja, we moesten naar school. Eigenlijk moesten Rob en Ellen met mij mee lopen maar daar kwam nooit iets van. Ik had ook helemaal niemand nodig.

Rob, daar moesten ze nog zijn schoenen voor veteren toen hij veel ouder was dan ik nu. Aankleden met zelf uitgezochte kleren was makkelijk, want er was weinig keuze. Alles wat ik had was afgedragen en gesleten. Er was geen zomer of winter kleding, wel truitjes en jassen als het koud was.

Als éénjarige had ik al een keer longontsteking gehad en daarbij zou het niet blijven.


De weg naar de Dongeschool was lang, eerst de Churchilllaan door dan links bij de apotheek en weer links bij de groenteman. Dan de hele straat door met de stenen portieken waar je doorheen kon springen, binnen naar buiten door een kozijn zonder ramen.

Daar liep een onbetrouwbaar uitziende vent rond te kijken. Oh, was ik maar politie-inspecteur! Dan zou ik hem stiekem volgen. En dat kon ik nu ook doen... Niemand lette op een klein jongetje in zijn winterjasje tot half z'n bovenbeen en korte broek eronder zodat zijn benen bloot bleven.

Dat was vreselijk want cowboys en detectives hadden dus allemaal wel lange broeken en ik zag er belachelijk uit. Maar een lange broek had ik nog nooit gehad. Sommige jongens hadden wel lange broeken, maar ik was niet de enige zonder.

Die vent liep nu harder door, alsof hij toch ergens heen moest. Niet inbreken dus. Goed voor hem!


Trouwens, was het geen geweldig idee om kinderen te gebruiken als geheim agent? Niemand zou verwachten dat ik zo vaardig zou zijn. Niets miste mijn opmerkzaamheid, de minste beweging kon ik aflezen. Als ik eens deed alsof ik al geheim agent was, misschien zou iemand het opmerken.

"Hé jongen, Ja jij daar?"

Ik zou verbaasd opkijken "Wie ik?"

"Ja, ik zie heus wel wat je doet hoor. Hoe lang heb je die vent al in de gaten? Hij staat op onze lijst als vreselijke boef, hoor!"

"Vanaf het Gekkestraatje. Eh, ik bedoel Dintelstraat natuurlijk!" Want volwassenen wisten natuurlijk niet waar het Gekkestraatje was.


Op dinsdag en donderdag liepen Stefan en ik langs de vuilnisbakken om te zien of mensen iets weggooiden wat nog waarde had. We vonden op die manier vele schatten zoals parelmoer beestjes of tekeningen. Die namen we dan mee naar huis, maar we moesten wel eerst nog naar school. Dat was natuurlijk vervelend, want we moesten steeds nieuwe verstop-plaatsen ontdekken. Anders gooiden de leraren het weg, denkend dat het afval was. Die snapten er ook niks van.

"Nou" hernam dan de geheimagent onderdirecteur wiens baas waarschijnlijk ook geen benen had;

"Zo iemand als jij kunnen we altijd gebruiken. Heb je geen zin om voor ons te werken?"

Dat zou zo mooi zijn! Nooit zou ik het iemand vertellen, ook Stefan en Jurriaan niet. Of Olaf want die was echt heel stoer. Hij liep altijd trots met zijn borst vooruit en was beresterk hoor. Natuurlijk veel groter dan ik, want dat was iedereen behalve een enkele zielenpoot.

Ik moest mijn boef laten lopen want rechtsaf was de Dongeschool, opdoemend als een enorme gevangenis voor kinderen wiens misdaad was om geboren te worden. Met twee vierkante torens voor de bewakers met hun machinepistolen. Stalen hekken met van die weerhakerige punten eraan. Ontsnappen was moeilijk, maar niet onmogelijk. Het lukte mij heel soms.

Mevrouw Hoerenkamp gaf les in de eerste drie klassen en mocht je niet weten hoe een vette heks eruit zag, dan was ze herkenbaar aan een grote rode appel op haar lessenaar. Op een bordje met een mesje ernaast. Die ging ze in de middag uitvoerig schillen en opeten, dat duurde zeker een uur en in die tijd moesten wij altijd zelf iets doen. Een stokoud wijf dat ons zonder enige interesse aan het werk zett

Griffels die krasten op onze kleine bordjes en mijn geklieder moest ik dan steeds uitwissen met spons in zeepdoosje. Wel mochten we zonder te vragen onze spons natmaken bij de kraan, maar ook niet te vaak.

Ik zou heel graag verslag willen doen over Hoerenkamp, hoe weinig aandacht ze ons gaf. Zou het hoofd van de school dat niet willen weten? Ik zou gewoon binnen lopen met een lange lijst en daar keek hij wel van op!

"Dat wist ik niet! Ik ben wel blij dat je me dit komt vertellen, hoor!"

En dan moest Hoerenkamp weg en kregen we een leuke jonge leraar. Maar ik durfde niet naar het hoofd van de school, want die zag er altijd ernstig uit, als iemand die veel te doen had.

In plaats daarvan was Hoerenkamp bij ons thuis gaan klagen over mijn vuilnisbakken tochtjes want ze had ons een morgen betrapt. Ik zou wel vuilnisman worden, of misdadiger, had ze gezegd.

Ach mens, stik toch in je appel!



Achtergelaten: Mam, ik, Ellen en Rob
Achtergelaten: Mam, ik, Ellen en Rob


2

De tafel is opgehesen


Afwassen thuis was kinderwerk net als alle zware of vieze klusjes. Ik had daar een gruwelijke hekel aan, net als Rob en Ellen. Maar ik zag een uitweg.

"Trouwens, waarom moeten we afwassen? De volgende keer zitten we weer aan dezelfde tafel!"

"Maar dat is een rotzooi na het eten, dus dat moet weg."

Dus legde ik uit dat we eenvoudig de tafel naar boven konden hijsen met alles erop en eraan. En dan weer lieten zakken voor de volgende maaltijd. Op die manier was er geen troep zichtbaar.

Vanaf dat moment deed iedereen mee, Rob en Ellen onder protest, maar mamma en GGG vonden het prachtig. Wanneer ik klaar was met eten riep ik:

"De tafel wordt ophesen" en dan maakte iedereen met mij optrek bewegingen met onzichtbare touwen. Daarmee gaf ik aan dat het eten voorbij was. Dan stond ik op om te gaan spelen en moesten Rob en Ellen de afwas doen. Voor de volgende maaltijd lieten we dan de tafel weer zakken. Dat ging op die manier voor een paar maanden. Dat was lang geleden, al zijn Rob en Ellen de vernedering nooit vergeten.


Voordat ik naar bed ging, maakte ik altijd een dubbele boterham met pindakaas en mixte cacaopoeder met suiker en koffiemelk, uit een grote fles Nutricia.

Dan kookte ik water op het gasfornuis en deed alles in een fles, goed schudden en mee naar zolder.

En dan in bed een boek lezen.

In de zomer maakte ik ijs door chocomel licht te laten bevriezen, niet helemaal hard natuurlijk. Dan at ik de chocolade schilfers met een lepel. Van kleins af aan moest ik alles zelf doen, dat was heel normaal. Ik zag wel eens thuis bij vriendjes dat het ook anders kon, maar het was maar raar. Een moeder die voor alles zorgde, stel je voor! Het was geen hotel.


Winter

Na de sneeuw was de hele nacht ijzel gevallen die een harde laag over de sneeuw heen maakte. Ik nam een eerste stap, zakte door de ijslaag heen. De tweede stap hetzelfde, na enige tijd begon ik een snijdende pijn te voelen boven mijn enkels. Ja. Mijn sokken werden doornat en koud, maar dat ijslaagje sneed bij elke stap in mijn blote benen, straaltjes bloed kleurden de sneeuw en mijn enkels.

Niet mijn sokken want die waren al donker van kleur. En gemaakt van die vervelende wol die kriebelde.

Het kwam niet bij me op om terug naar huis te gaan, je moest naar school, want er was geen ijsvrij gegeven. Op school aangekomen zag ik een paar andere jongens met korte broek, net als ik, maar het waren er niet veel. Ik had al een andere wond aan de wreef van mijn rechtervoet, waar het harde leer van mijn schoenen constant in mijn vlees sneed. Niets aan te doen. Ik vertelde het niemand. Maar ik verlangde naar voorjaar en zomer.


Vooral naar mijn favoriete periode, knikkertijd! Waarom kwam daar ooit een einde aan? Ik kon het hele jaar knikkeren. De kundigheid en het geluksaspect, gevoel van rijkdom met beide zakken vol. Maar ook van armoede als het tegenzat.

Knikkers moest je vooral goed kunnen waarderen. Sommige waren groot maar met beschadigingen, stukje glas eraf of een rare kleur, zoals bruine. Blauw en groen waren altijd goed en sommige rijke kinderen kochten hun knikkers, dat was hopeloos natuurlijk want knikkers moest je winnen of ruilen met iets, maar niet kopen.

Een zak met gloednieuwe knikkers, dat klopte toch niet want die had je niet met kundigheid gewonnen. Het meest waardevol was de Looie Det, een bal gemaakt van lood of ander zwaar metaal voor kogelagers. De allerkleinste van dit soort vereiste bij het loeren al minimum twaalf tegels.

De onderhandelingen gingen op volgende wijze. De jongens die iets te verloeren hadden legden de knikker op de grond en gingen erachter staan. Dan liep je erlangs en als iets je aanstond dan vroeg je op smalende toon: "Hoeveel?"

"Twintig tegels!"

"Ben je betoeterd! Voor zo'n kleintje. Tien!"

En dan kwam je uit op veertien tegels. Die werden eerst uitgekozen want sommige lagen scheef, en dat recht had de loerder: "Hier dan!"

Dan telde beiden het afgesproken aantal tegels af en kon je gaan mikken.

Op je knieën met je gewone knikkers één voor een proberen de grote knikker te raken. Want als dat lukte, dan was die van jou! Ondertussen waren alle knikkers waarmee je had gemist van de andere jongen. Wanneer jouw knikker de grote raakte riep de andere in de regel direct: "Met terugloer!" en dan was het zijn beurt. Je kon ook vooraf met of zonder terugloer afspreken.


Bijna de hele school deed mee, overal stonden kinderen achter hun pronkstuk te wachten op klanten. Want er waren heel af en toe ook meisjes die meededen maar die deden soms liever iets anders zoals touwtje springen of hinkelen.

Op een dag kwam een jongen naar het schoolplein met de grootste Looie Det die ik ooit had gezien. Het aantal tegels kon je heus niet bespreken bij zo'n waardevolle knikker. Zestig tegels. Veel langer dan twintig had ik nog nooit gedaan, dit was een belachelijk afstand. Er waren velen voor mij, ik ging gewoon in de rij staan, wachten tot die jongens voor mij al hun knikkers verspeeld hadden.

Toen was het mijn beurt. Je kon de Looie Det nog net zien, van zover weg. Nu kon je pas waarnemen hoe schots een scheef de tegels lagen op het schoolplein. Elke knikker hobbelde op ene neer en van links naar rechts, soms schoot een helemaal ophoog en kwam veel van het doel neer. De eigenaar was al steenrijk in knikkers geworden, hij droeg een grote katoenen zak vol.

Maar onder aandacht van iedereen met lege zakken, raakte ik halverwege mijn knikkers het doel! De jongen riep; "terugloer" en verloor al zijn knikkers toen ook nog. Ik had zo'n meevaller niet verwacht en had alle broekzakken helemaal vol want ik had geen zak meegenomen. Ik was eindelijk rijk!


Bij ons in huis werd gerookt, zoals in de meeste families. Er stonden overal asbakken van verschillende soorten en variaties. Sommige moest je indrukken en dan begon een schijf te draaien die de as naar beneden werkte, anderen deden niks en dan lag de as daar maar. Mamma rookte de ene sigaret na de andere, die haar gezicht vervormde van de rook. Ze had blond haar en gebruikte altijd rode lipstick en nagellak en veel make-up. Ze had nicotine vlekken op haar vingers. Overal stonden sigaretten in zilveren kistjes, en aanstekers in de vorm van automobielen, vliegtuigjes en ridders.

GGG had van die smerige gele nicotine vlekken op zijn vingers en ons rood-witte kunstleren bankstel had doorschijnend plastic eromheen. Dat plastic had hier en daar brandgaten van de as, dus maar goed dat we de prachtige dure bank zo goed beschermden.


Roken was geen hobby, het was een bezigheid waar je expert in moest zijn anders leek het nergens op. Eerst een sigaret uitzoeken alsof ze allemaal verschillend waren. Dan op tikken met je nagel.

Een aansteker zoeken en dan de eerste rook wegwuiven in de richting van anderen. Dan de as aftikken, het was ook een hele bezigheid. Mamma trok vaak een vertrokken gezicht van die rook maar stak de ene sigaret met de andere aan. Ik verafschuwde dat eeuwige roken al rookten de meeste cowboys natuurlijk ook.


Dat deed mij terugdenken aan de peuterschool, toen we voor een optocht mochten aankleden hoe we wilden. "Als cowboy?" Ja hoor, dat mocht. Nu had ik een redelijk cowboy shirt, helaas wel met die eeuwige korte broek, maar toch. Een glimmende riem met twee holsters en maar een pistool, en niet zo'n goeie. Die leek niet echt want de cylinder kon niet bewegen.

Die holster set was van Dennis geweest want er stond een foto in de kamer waarop hij hem om had. Dennis was de jongste zoon van GGG, en Frits was de oudste.


Beiden woonden niet bij ons maar Frits bezocht ons af en toe. Ik had een plastic mes dat ik dan in de tweede holster deed, klopte natuurlijk niet, maar ja. Als je met één lege holster liep, dat was een teken dat de Indianen je tweede revolver hadden afgepakt. Dan liep je een beetje voor paal maar wie had nu twee pistolen?

Alleen de Lone Ranger. En die had zilveren kogels die ook vreselijk duur waren..

Maar het kon nog veel erger, en natuurlijk waren het weer de volwassenen die daarvoor konden zorgen. De dag voor de optocht had de lerares iets belangrijks te zeggen:

"Nog even dit. Ik ben anti wapens, dus, geen pistolen of messen hoor! Is dat duidelijk? Je kan niet met oorlogstuig lopen, want dat pak ik af."

En hoe ik ook argumenteerde dat ik vooraf duidelijk had gevraagd of ik als cowboy mocht gaan, en dat IK ermee liep en IK niet tegen wapens was, het maakte niets uit. Met twee lege holsters was je als cowboy overwonnen, gevangene die op het punt stond om zijn scalp te verliezen. Zo kon ik er toch niet bijlopen? Je kon net zo goed in je blote kont in de optocht. Andere jongens waren net zo kwaad als ik. Maar ouwe mensen en logica, dat ging nu eenmaal niet samen.


3

Het tehuis


Een nacht kon ik geen slaap vatten en toen ik opstond, zaten mama en GGG samen te praten. Ze legde hun dilemma direct aan mij voor. Wat zou ik ervan vinden wanneer ze de kinderen in een tehuis zouden stoppen? Misschien tijdelijk, maar misschien ook wel voor altijd. Mijn beeld van een tehuis kwam uit boeken over David Copperfield en Oliver Twist, kinderen die moesten bedelen voor hun pap, en met vier personen in een bedje sliepen. Moesten stelen voor hun eten.

Voor GGG was het wel een aanlokkelijk idee om van die kinderen af te komen, misschien dacht mama ook wel dat hun leven dan beter zou verlopen. Maar ik ging huilen wanneer ik dacht aan GGG die zelf kolen moest halen, boodschappen doen, en afwassen. Of ging mama dan wel de straat op? Dat was onvoorstelbaar.

Mijn tranen brachten de beslissing, althans de belofte dat ik niet naar een tehuis hoefde te gaan. Over Rob en Ellen moesten ze nadenken. Uiteindelijk ging niemand.


Zomer

Ik werd, vreemd genoeg, ziek in Mei na weer een winter in zomerkleren te hebben doorstaan. Weer longontsteking! Ik lag met koorts in bed, zwetend en oorverdovend gesuis in mijn oren. De dokter was een heel oude man, dezelfde die bij mijn geboorte had geholpen. Hij kwam vaak langs want twee keer longontsteking, dat was gevaarlijk:

"De derde keer kan zijn laatste zijn."

Oh, dus je kon maar drie keer longontsteking krijgen? Tenminste een opluchting. Maar ik bleef ziek, met oorontsteking erachteraan lag ik de hele zomer in bed.

Toen mijn verjaardag kwam kreeg ik een opblaasbootje met twee plastic paddels. Wat zou ik graag daarmee het water opgaan!

Maar ik lag te zwemmen van de koorts.

Poep op de stoep!

Mama sliep toen Ellen buiten liep te jengelen, belde steeds aan met haar vriendinnetje: "Heb je niks lekkers? Gooi eens wat lekkers naar beneden!"

Ik werd gestoord tijdens een moeilijke aanval van de Indianen, ik had te weinig cowboys die ik slim moest opstellen, anders ging het mis. Weer de bel! Weer hetzelfde verhaal;

"Gooi toch eens iets lekkers!" Toen voelde ik inspiratie opkomen, tezamen met een onbedaarlijke lachlust. Ik moest mij beheersen, dus ik ging zo rustig mogelijk naar het toilet en legde een lang stuk gevouwen toiletpapier op de grond.

Wat eruit kwam had precies de juiste vorm en niet te hard en niet te zacht, perfect. Voorzichtig vouwde ik het papier voorzichtig rondom zodat het redelijk vast zat, genoeg om de reis naar beneden te halen. Toen schoof ik het raam open in de hoop dat drie verdiepingen lager mijn lolsnuit niet zou opvallen:

"Ik heb iets hier, maar niet laten vallen hoor, anders gaat het kapot!"

De vriendin knikte begrijpend maar ik zag dat Ellen een stap achteruit deed. Kende ze mij zo goed?

Oh, ik kon nooit zoiets doen zonder te lachen, dat was mijn probleem. Dus snel; het pakketje vloog met rose wapperende verpakking naar beneden en Ellens vriendin stelde zich heel goed op in vangbal stijl, handen voor haar gezicht. Het sierde mij dat ik vlak voor landing mijn hoofd weer naar binnen trok. Ik hield zelf niet van die vieze dingen.

Er kwam veel lawaai daarna, en ik ging weer spelen al liet mijn concentratie te wensen over. Wel kwam het besef dat er twee soorten mensen zijn; degenen die poep vangen en die er mee gooien. Ik zou nooit tot de eerste groep behoren.

Familie

Toen ik thuis kwam uit school was oom Ad er, in gesprek met mama want ze hielden direct op toen ik binnen kwam.

"Daar hebben we het nog wel over..." sprak oom Ad geheimzinnig. Hij was een gevulde man met een grijns op zijn gezicht alsof hij sowieso altijd slimmer was dan de rest van de wereld. Hij had een grote Mercedes waarmee hij steenhard reed over de Churchilllaan. Prachtig, hoor, de snelheidsmeter liep op en neer heel anders dan alle andere auto's. Waarom hadden wij niet zo een?

"Hoi daar hebben we Trouwens, hoe was het op school?" Ja, hij was trouwens niet de enige die mij zo noemde, volwassenen vonden het altijd leuk om kinderen voor gek te verslijten. Maar oom Ad was wel aardig, nam heel soms cadeautjes mee.

"Goed hoor." Loog ik want zo heel veel verder dan aap-noot-mies-zus-jet was ik niet gekomen. Misschien was ik wel dom of zo. Ik snelde naar mijn Donald Duck want daar had ik een postzegel uitgeknipt die heel veel geld waard was. Maar inmiddels begonnen ze weer met volwassen praat:

"Ja, die Ouwe weet van niks en dat houwe we maar zo" zei Ad maar mama maakte een sussend geluid in plaats van te antwoorden.

Net alsof ik niets had gemerkt, kwam ik terug met mijn blaadje en liet oom Ad de door mij grof uitgeknipte postzegel zien.

"Kijk, hij is zoveel waard als hier staat. Maar ik kan hem verkopen voor vijftien cent hoor". Ik was niet helemaal tevreden met mijn knipwerk want ik was natuurlijk weer te ongeduldig geweest en rondom de kartels knippen ging natuurlijk helemaal niet. Maar ik was een klein kind dus moesten kopers het wel accepteren.

Ad keek met beperkte belangstelling:

"Zo, dat is wel een mooi aanbod, dan. Trouwens, als ik hem koop, kan jij dan boven gaan spelen?"

Ik knikte gretig van ja.

"Nee hè." zei mama "Zo doet hij het elke keer weer!"

"Dat is in orde, voor deze keer." Ik snapte best dat ze alleen wilden zijn, om over die ouwe te kunnen praten. Grootvader dus, want niets ontging mij.

Ik kreeg maar tien cent na eenzijdige onderhandelingen en ging toch boven spelen met mijn autootjes. Mijn grootvader waar ze het over hadden, want ik had er maar eentje, had een grote houtfabriek. We waren meestal kwaad op hun, De Ouwe en dat mens. Zijn vrouw, waar mama geen boodschap aan had. We zagen ze nooit, ook niet op feestjes. Soms waren we ook kwaad op Ad, maar nu weer even niet.

Rob en Ellen mochten met GGG en mama naar de film in Du Midi. Ik moest vroeg naar bed. Du Midi was weer opgebouwd na de brand, waarvoor ik wel uit mijn bed werd gehaald door GGG, in het midden van de nacht.

Ik liep vaak langs om de prachtige spandoeken en foto's te zien. Dezelfde films draaiden jarenlang, West Side Story, The Sound of Music, Kanonnen van Navarone.

Prachtige geschilderde spandoeken lieten zien wat je kon verwachten als je maar een kaartje kocht. Binnen speelde een man op een orgel voor aanvang en tijdens de pauze, want ze hadden vaak hele lange films. Het was een prachtige manier om weg te zakken uit de werkelijkheid, maar ik was daarvoor nog te klein. Alle goede films waren 14 jaar of ouder, AL (alle leeftijden) bood bitter weinig.

Maar viertien jaar! Hoelang moest het duren voordat ik zo oud was?


4

Spuitgasten


We aten vissticks en soms kroketten die mama zelf maakte, maar dat bakken was gevaarlijk, zei GGG.

Dus dat moesten we maar aan hem overlaten. Frituurvet en open gasvlam, denk maar eens wat er allemaal mis kon gaan!

Op een avond zaten we aan tafel toen mama dacht dat ze iets rook, namelijk rook. En ze had gelijk toen God-Gloeiende-Godverdomme de deur opendeed, blies een vreselijke wolk de kamer in.

Ellen die op haar stoel had zitten wippen (en dat mocht helemaal niet) viel met een doffe dreun achterover met de uitroep:

"Oh mammie, mammietje!" Waarvan ze zich later niets meer zou kunnen herinneren.

Tegelijk klonk de sirene van een brandweerwagen in de straat. De buren zagen de vlammen uit ons keukenraam slaan en hadden alarm geslagen.

Wij deden het raam open om te zien dat bijna alle Slaakstraters hetzelfde hadden gedaan. Daar kwam nog een brandweerwagen, en nog een! De hele straat stond er vol mee en er werd hard op onze voordeur geslagen.

Ik rende de gang in en zag door de wolken heen dat GGG de voordeur opendeed, daarachter stond een teleurgestelde man met een bijl in echte brandweer kleding. Hij had net zo'n zin om eens lekker te hakken, mooi niet hoor!

Veel lawaai in de gang want achter hem stond een rij verse brandweerheren drie trappen te vullen om ons te redden. Ongewenste spuitgasten. Helaas voor hun was het vuur snel uit en dropen ze teleurgesteld weer af.

Maar de hele keuken was roetzwart, alsof hij net kolen had gehaald, want zo zagen wij er dan ook uit. Och en onze kroketten! Helemaal niets van over. De buren belden een voor een om te vragen of alles in orde was. Het duurde daardoor uren voordat we een simpele boterham kregen.

GGG vond dat het alleen maar deels zijn schuld was geweest omdat wij waren vergeten om hem waar te schuwen. God-Gloeiende-Godverdomme! Maar dat was oneerlijk want we schuwden hem heus genoeg.


Nooduitgangsplan

Deze gebeurtenis had het volgende staartje.

Mama vertelde de volgende avond met smaak:

"Ik was er helemaal klaar voor, hoor! Als het echt mis was gegaan had ik jullie een voor een het raam uitgegooid! Ja, jullie dorsten natuurlijk niet te springen, maar ik was er klaar voor, zo het raam uit!"

Ellen keek grijs van angst en Rob was boos. Welke moeder gooit haar kinderen het raam uit? Al was het om ze te redden, misschien, maar we woonden drie hoog. We zouden de val toch niet overleven?

Maar ik nam het helemaal niet zo serieus want het leek maar een raar verhaal. En ik maar denken dat ik degene was met de levendige fantasie!

Toen ik nog heel klein was, verzon ik verhalen voordat we gingen slapen voor Rob en Ellen die werkelijk ademloos luisterden.

De volgende dag konden ruzies ontstaan over de gebeurtenissen die ik ter plaatse verzon, als de Oefjes (mijn fantasie figuren) Oom Rotsteen (Rob) iets vreselijks hadden aangedaan. Rob haatte zijn bijnaam want Ellen heette gewoon Uche Uche in mijn verhalen. Ouders bestonden niet, en sommige Oefjes werden gekweekt om opgegeten te worden. De rest ging wilde avonturen beleven. Mijn fantasie had ik dus niet van de melkboer, zoals mijn haar.

Mama kon er ook wat van. Maar dat wisten we allang.

Ze was helemaal panisch dat ik op een dag ontvoerd zou worden. Niet Ellen of Rob, maar ik. Verkocht aan de Arabieren, heel gewoon. Daarom moest ik ophouden om met vreemden te praten, want dat deed ik voortdurend toen ik heel klein was. Met iedereen eigenlijk.

De meeste volwassenen voelden zich vreemd ongemakkelijk met zo'n kletsend kind. Enkelen reageerden positief en gaven antwoord, maar er waren velen die gewoon doorliepen, en mijn geleuter negeerden.

Ik zat een keer met Ellen in de tram en in een tram naast ons zat een volwassen man naar mij te kijken en hij zwaaide. Aardig toch?

Dus ik zwaaide terug. Ellen werd woest want dat mocht ik niet. Niet met vreemden praten! Ja, hij zag er echt uit als een Arabier-kidnapper.

Onschuldig!

Omdat er in de straat geen jongens waren van mijn leeftijd speelde ik vaak op het grasveld in het midden van de Churchilllaan. Maar ook daar was niemand die dag. Ellen speelde iets onduidelijks met haar vriendinnen dus ging ik daar bij zitten en las een Donald Duck.

We gingen niet zo goed met elkaar om in huis, maar wanneer buiten het huis een van de kinderen in problemen kwam, dan trokken we wel partij.

Zo gebeurde het een keer dat een grote jongen mij lastig viel op het schoolplein terwijl Ellen en haar hele ruige vriendin dat zagen. Ze kwamen na kort overleg op vriendelijke manier aanlopen en pakten de jongen elk bij een arm, en trokken hem hard tegen de paal van de basket aan! Hij viel op de grond en rende snel weg want die vriendin van Ellen zag eruit als een bulldog met meer in petto.

Plotseling hoorde ik Ellen roepen:

"Nee laat me los, ik wil niet mee". Zonder na te denken liet ik mijn Donald vallen en rende af op de meisjes af die haar vast hielden en meetrokken.

Klein als ik was, moest ik wel een beetje opspringen om erbij te kunnen en sloeg de ene zo hard tegen haar neus, dat het bloed eruit stroomde. Iedereen was vreselijk geschrokken, vooral ik zelf.

En het huilende meisje haalde haar vader die vervelende dingen tegen mij zei. Het bleek dat ze "Rechtertje" speelden en dat Ellen gevangene was. Maar hoe kon ik dat weten? Ik was nooit meer welkom bij die familie sindsdien.

Nu was dit al de tweede keer dat ik iemands neus kapot had geslagen. Op school sloeg ik een heel aardige jongen zonder veel aanleiding. Ik werd plotseling heel erg kwaad en zag echt een rode waas voor mijn ogen. Waar kwam die woede toch vandaan?


5

Die blonde

Mama zei dat we de oude vrouw moesten bezoeken. Dat was mijn grootmoeder aan de andere kant, de moeder van mijn onzichtbare vader. Haar man was door de moffen doodgeschoten alleen maar omdat hij joods was. Dat was reden genoeg om haar te bezoeken want ze voelde zich natuurlijk heel erg alleen. Maar ik keek er niet naar uit!

Hier was een stokoude magere vrouw met grijs haar en een scherpe neus, sprak met zwaar Duits accent en er liep af en toe een muis door haar ruimte heen. Ze woonde op kamers bij de schrijver Henri Knap. Heel af en toe kregen we een duur cadeau in haar naam, dus bezoek was soms nodig, maar het was een heel eind lopen. Dus samen met Rob en Ellen ging ik op pad.

Het rook daar altijd onprettig, een beetje muf en bloemkool-achtig, ook deze keer.

Ze begon mij direct aan mij vragen te stellen waar ik niets van snapte. Daarna, waar we bij waren, belde ze mama maar ik kon niet horen wat ze zei. Toen het gesprek voorbij was, keerde ze zich om naar mij en zei op ijskoude toon:

"JIJ kan nu naar huis gaan, je moeder zal het je wel uitleggen!"

Nu kon ik haar altijd moeilijk verstaan, maar dit was een duidelijke boodschap.

Wel raar! Maar ik deed mijn jasje aan en vertrok braaf, Ellen en Rob achterlatend in de bloemkool muizenkamer. Toen ik thuis kwam zei mama:

"Ja het is een beetje vreemd, maar je hoeft nooit meer naar haar toe. Ze belde om te zeggen;

"Je moet die blonde niet meer sturen, want dat is geen kind van Rolf. Maar dat is onzin, want dat ben je wel."

Of ik nu wel of niet kind was van iemand die ik helemaal niet kende, maakte voor mij geen verschil, maar nu hoefde ik nooit meer naar haar toe. En dat was goed nieuws. Al kwamen Ellen en Rob terug met een houding alsof ze meer waren dan ik. Ha!


Mamma ging bijna nooit naar buiten. Alleen als het echt moest, misschien drie, vier keer per jaar. Maar Rob was net naar een andere school gegaan, een hele vrije zei ze. De Dongeschool was niets voor hem geweest, en ook niet voor Ellen. Op deze school mocht bijna alles, en we gingen hem daar een bezoek brengen, hij zou dan eindelijk eens blij verrast worden! Ellen en ik werden al opgewonden bij het idee eens een blije broer te zien, want hij was verder altijd kwaad.

Rob was linkshandig en ze hadden op de Dongeschool alles gedaan om hem daar vanaf te helpen, want linkshandigen hadden maar een moeilijk leven, hoor.

Maar niets werkte, zelfs niet de meest pedagogische methodes, leraren hadden zijn linkerarm op zijn rug vastgebonden. Maar ondanks dat kon hij niet rechts leren schrijven. Links ging ook niet zo best, want ik kon er althans niets van begrijpen, die hanepoten.

Maar op deze nieuwe school mochten kinderen best links onleesbaar schrijven, dat wilde ik natuurlijk wel eens zien. Zat ik maar op zo'n school waar alles mocht!

Mam moest zich eerst uren opmaken, want anders kon ze niet naar buiten. Toen met de tram, een heel eind rijden. Overstappen. Stuk lopen. En daar was het gebouw, het leek helemaal niet op de Dongeschool. Geen gevangenistorens of stalen hekken. Meer een fabrieksgebouw of zoiets.

We liepen de gangen door en ja, hoor. Door het raam zagen we grote kinderen die gewoon op hun knieën zaten op de stoelen! Rob was daar ook, maar toen de klas voorbij was en hij ons zag, was hij helemaal niet blij:

"Wat komen jullie hier doen?"

"Jou verrassen natuurlijk!"

We reisden terug in grote teleurstelling, zoveel moeite gedaan voor niets. Hij had het helemaal niet leuk gevonden.

Onderweg vertelde mamma dat Rob altijd een moeilijk kind was geweest, al vanaf zijn geboorte. Mama ging met mijn echte vader naar een speciale kinderdokter maar die had ook niets kunnen doen. Hij was gewoon kwaad geboren, denk ik.

Maar op je knieën op een stoel! Bij ons op school mocht ik niet eens tijdens speeltijd met mijn handen op mijn rug lopen.

"Hou daarmee op! Je bent geen oud mannetje!"

Maar het voelde vreemd prettig toen ik het een keertje probeerde. Alsof het helemaal bij mij paste om mijzelf bij de hand te nemen. Daarna deed ik het vaak zonder het te beseffen. Nadenkend schuifelde ik dan over het schoolplein, diep in gedachten verzonken.

Om mij heen gillende spelende kinderen die voetballen, touwtje springen, hinkelen of rennen. Ik hoorde niet bij hen.

Zwarte pieten

De kachel in de woonkamer gebruikte kolen, die eens per jaar naar de zolder werden gehesen. Ik was daar altijd bij want dat was een heel tumult waar half Slaakstraat meekeek. Er zat een katrol aan de hoogste punt van het dak en onder veel geroep hesen de mannen de ene na de andere zak naar boven. De moeilijkheidsgraad bestond eruit onderweg naar boven de ramen niet te raken.

GGG was nooit echt tevreden want er was teveel gruis of slechte kwaliteit en dus hadden we elke keer een andere leverancier, die op z'n beurt werd uitgescholden. We hadden twee kamers ensuite met een schuifdeur ertussen maar tijdens de winter was de ene kant altijd dicht, want we konden toch niet het hele heelal opwarmen!

En dus moesten de kinderen ongeveer een keer per twee dagen kolen gaan halen. Zeulend met twee stuks zwarte ijzeren kolenkitten gingen we naar boven, Rob als de oudste moest dan achterin alles naar voren schuiven want alleen de eerste week of zo konden we de kolen gewoon in de kit scheppen.

Na mate de voorraad verminderde moesten we steeds verder na achteren terwijl donkere wolken van ons zwarte pieten maakte en Ellen moest altijd vreselijk hoesten. Ik noemde haar daarom vaak uche- uche want niet al mijn bijnamen waren gecompliceerd.

De trap af naar beneden met een gevulde kolenkit was een hele toer voor mij en ik stampte het gewicht van de ene stap naar de volgende, om dan naar de deur te slepen en zo het huis in.

"Is al die herrie nodig?!" vroeg GGG die voor een keer in zijn betere humeur was.

Want de onderdirecteur van de Amsterdamse Droogdok Maatschappij was, net als Rob, meestal kwaad.

Kwam mijn echte vader maar een keer die vent aftuigen!

Wat zou dat mooi zijn. GGG zou proberen zich eruit te praten, maar nee hoor. Wij, de kinderen zouden dan eens vertellen wat een vervelende vrek hij was.

GGG was een stiekeme Katholiek wiens grootste trots was dat hij als kind in het wijwater piste, wat wijwater dan ook is, ik nam aan dat het iets vervelends was.

Wij waren bang voor GGG want hij sloeg wild om zich heen om het minste geringste. En die hoop dat hij ook eens zijn beurt zou krijgen, bleef mij mijn hele jeugd achtervolgen.

Elke keer dat GGG iets maakte of ging repareren moesten wij gereedschap of schroeven, moeren of spijkers gaan halen op zolder. Vreselijk! Want van zijn omschrijvingen waar dingen lagen of hadden moeten liggen, daar klopte in de regel niets van. En hij was vreselijk ongeduldig en begon dan te schreeuwen, omdat het te lang duurde. Door de pure spanning kon ik nooit iets vinden op basis van zijn instructies:

"Ja derde plank staat dat busje olie met de raceauto erop, de plank daarachter links achter ligt een gekartelde schroevendraaier, met geelgroen handvat. Die moet ik niet hebben maar die wijst in de richting van de driekwartssleutel drie blikken verderop, en die heb ik dringend nodig."

Het was alleen een kwestie van tijd, terwijl ik ademloos rondkeek naar iets wat ik niet kon herkennen tot:

"God-Gloeiende-Godverdomme! Waar blijft die sleutel?" Korte tijd later stampte hij de trap op en dan kreeg je weer een klap.


Waarom bijten ze toch niet?!

Op de Amstelkade zaten vaak vissers lekker te hengelen, heel ontspannend blijkbaar. Wij hadden op zolder ook een eenvoudige rieten hengeltje liggen en ik had een keertje samen met Frits pogingen gedaan om iets te vangen.

Daar kwam af en toe een piepklein visje uit, niet de moeite waard. Ik vond het ook vreselijk zielig voor de vissen, om ze dood te maken en op te eten.

Maar toch had het wel iets, het dobbertje dat op en neer ging en de mannen die zaten te leuteren dat ze maar niet wilden bijten. Echt iets voor mij! Dus nam ik een emmertje, een krukje en dat hengeltje mee naar beneden.

Ik haalde natuurlijk wel eerst dat vreselijke haakje eraf zodat ik geen vissen pijn deed of hoefde dood te slaan. Aldus uitgerust ging ik zitten. Even de emmer vullen met water uit de Amstelkade want daar moesten de gevangen vissen in.

In mijn geval moesten ze natuurlijk wel uit vrije wil in mijn emmer springen, maar ja. Het was even leuk maar al snel begon het me te vervelen. Wat was dat vissen toch saai! Toen vroeg een van de mannen wat ik voor aas gebruikte. Toen ik raar aankeek, lichtte hij mijn hengel op:

"Malle jongen! Je hebt helemaal geen haakje eraan."

"Nee, want vissen zijn zielig. Ik wil ze geen pijn doen."

Toen begon de man smalend te lachen en ik stapte ook nog met blote voeten in de hondenpoep! Ik was dus ook geen echte visser. Op naar de volgende hobby!

Trapwagen

Mijn liefste bezit was een lichtblauw metalen trapwagen. Jammer genoeg moest iemand hem wel helemaal drie trappen af naar beneden tillen en daarna weer naar boven. Dat kon ik zelf niet, veel te groot en zwaar, maar hij was echt prachtig, hoor.

Een kado van mijn vader geweest. Dure dingen kwamen niet van GGG.

Ik reed keihard over het brede voetpad van de Slaakstraat, heen en weer en ook een stukje Amstelkade want ik mocht niet oversteken.

We hadden een dag per week een werkster, Annie geheten. Ik noemde haar Annie-Luswel want dat zei ze altijd als we middagboterhammen aten.

"Annie, ik ben niet zeker of die corned beef nog goed is."

"Annie luswel" was dan haar antwoord en weg was het! Dus Annie Luswel zeulde soms de trapauto naar beneden en later weer naar boven. Anders werd het moeilijk want Ellen kon het ook nauwelijks samen met mij en Rob was kwaad.

Op een avond mocht ik laat opblijven! Ellen en Rob waren al jaloers naar bed gegaan. Weer werd ik voorgetrokken!

Ik wist ook niet waarom maar ik had een bepaalde verwachting dat er iets heel leuks zou gaan gebeuren. Een verrassing, zei mama. Dus bleef ik maar een beetje spelen, al werd ik wel moe.

Daar ging de bel, we kregen dus bezoek. Zou het Mark zijn? Ik had vroeger kort een speel kameraadje gehad, Mark uit Amerika maar die was weer teruggegaan. Ik miste hem soms wel want hij sprak een leuk taaltje.

Maar het waren volkomen vreemden; een man, vrouw en een jongetje, iets kleiner dan ik.

"Zo terug" zei GGG en inderdaad kwam hij weer, met mijn blauwe metalen trapwagen in een hand. Ik keek erna als in een droom.

"Is dat hem?" vroeg de man.

"Mooi hé" zei GGG. En de mannen begonnen heen en weer te praten terwijl de vrouw dat vreemde jongetje in mijn trapwagen zette! Hij begon een beetje heen en weer te rijden door de gang in MIJN trapwagen. Ik geloofde mijn ogen niet en mamma ontweek mijn vragende blik.

Je moest je mond houden als volwassenen spraken maar mijn wangen waren vuurrood, voelde ik.

"Zo" zei GGG en gaf de man een hand, voordat hij de deur opendeed.

De man tilde het jongetje uit de trapwagen en begon hem naar de deur te trekken.

"Voorzichtig met die trappen!" zei GGG. En weg waren ze.

Mamma nam direct over: "Morgen krijg jij een nieuwe auto hoor".

"Je werd toch te groot voor die trapwagen" vulde GGG aan. En toen mocht ik naar bed met een gebroken hart. De volgende dag kocht GGG voor mij een klein Dinky Toy autootje met een soort diamanten koplampen.

Het leven zonder trapwagen was niet compleet. Je kon zo mooi over de tegels scheuren, want ik reed echt heel hard. Nu was hij weg en al had ik zo'n Dinky Toys autootje nog niet, voelde ik dat mij een diep onrecht was aangedaan.

Ellen zei, "En waar is dat geld gebleven? Dat heeft hij mooi in z'n zak gestoken!"

Mama kon ook wel zien dat ik droevig was:

"Maar ik moet met hem leven. Jullie verlaten mij op een dag, en dan moet ik met hem verder. Dus ik kan er niets aan doen hoor. Je werd ook te groot voor die trapwagen, daar kon je niet eeuwig mee blijven spelen."

IJsvrij!

Het vroor en bleef maar vriezen. Onze flat had uitzicht op de Amstelkade waar het water bevroor. Maar daar kwamen die gemene ijsbrekers, en die gingen er dwars doorheen, al het ijs weer kapot. Eerst zo mooi glad, nu lagen de stukken schots en scheef op en naast elkaar.

Ik was woedend!

Maar de winter won deze keer, de ijsbrekers gaven het op en mensen gingen over het ijs lopen. Eerst heel voorzichtig, steeds meer kwamen over het ijs wandelen. Op een nacht heeft iemand een waterspuit erop gezet en toen werd het ijs weer helemaal glad. Toen gingen iedereen schaatsen. Wij hadden schaatsen in huis, van die houten Friesche Doorlopers met dikke linten eraan. Daar kon niemand mee wegkomen want je zwikte telkens door je enkels. Ellen kreeg op een of andere manier kunstschaatsen met schoenen eraan en Rob was kwaad. Ik wilde ook schaatsen want de school had ijsvrij gegeven. We vonden op zolder een paar ijzeren schaatsen met schroeven eraan en die gingen op een paar leren schoenen die mij ook wel pasten.

Maar wie kon mij schaatsen leren? Mama:

"Je kan achter een stoel schaatsen, dat is een goed manier om te leren." Want zij kon niet naar buiten. Annie Luswel bracht een stoel naar beneden. Dat ging inderdaad goed, achter een stoel aan had je houvast.

Na een paar uur ging het ook wel zonder stoel, en de volgende dag ging het nog veel beter. En de avond van die tweede dag kon ik beentje over de bochten door. Prachtig was dat. Iemand had wat schijnwerpers opgezet, dus was er zelfs enig licht.

En toen begon het te dooien. En alle plezier verdween weer. Ik heb nooit mee geschaatst.


6

De Ouwe


Er komt een hele nieuwe keuken! De oude is al afgebroken en dus eten we boterhammen 's avonds maar morgen komen vroeg mannen van die Ouwe om een nieuwe keuken te plaatsen. Trouwens, De Ouwe weet van niets! Oom Ad heeft het allemaal geregeld. Het stenen aanrecht waar hij ooit een bloedende haas op neergegooide, zo van, kijk eens wat ik heb geschoten! was ook weg. Mama was toen helemaal onthutst met dat dode beest;

"Wat moet ik daarmee?"

"Schoonmaken en opeten natuurlijk." Zelf wist hij ook niet hoe het moest, Marlies deed het bij hem thuis dus zo moeilijk kon het niet zijn. Als zij het kon. Marlies was zijn vrouw maar je kon nooit verstaan wat ze zei want ze was Duits en sprak met een vreselijk accent. Oom Ad bracht haar bijna nooit mee.

En ja hoor, die avond hadden we een nieuwe keuken! Het was leuk om te mannen te zien werken en net als oom Ad hadden ze het allemaal over die Ouwe schooier, grootvader dus. Niemand vond hem aardig behalve misschien Dat Mens, zijn nieuwe vrouw waar mama geen boodschap aan had.

Ik had haar een keer gezien en ze was heel elegant, niet zoals Ouwemimmie.

Dat was de moeder van mama en ze woog een ton! Je mocht haar geen Ouwemimmie noemen waar ze bij was want dan snauwde ze:

"De duvel is oud".

Verder leek ze altijd in een goede bui, met die glimlach van haar.

Ik zat eens op de grond te spelen met mijn nieuwe treintje en daar kwam ze aanstommelen als een enorm King Kong monster.

Elke stap had dezelfde afstand anders zou de kolos geen evenwicht kunnen behouden. En ik rekende al snel: met de afstand tussen de onvermijdelijke passen zou ze op mijn spoor zou eindigen. Nieuw of niet, geen metaal kon dat gewicht dragen! Dus begon ik lang vooruit te roepen, maar natuurlijk was iedereen in gesprek en niemand kon of wilde mij horen.

En ja hoor, daar stapte het monster op mijn spoorbaan, die wonderlijk genoeg min of meer in stand bleef. Dat was pas kwaliteit!

Mamma had ook een zuster die Koos heette, net zo dik als Ouwemimmie zelf die bij haar inwoonde na een ongelukkige relatie met een bakker, waaruit een kind was geboren. Om mama te eren had ze dezelfde naam gekregen, Dorrie.

Maar mama voelde zich helemaal niet gevleid want die dochter was een hoer, wat dat ook betekende, het was niet veel goeds. De twee dikke vrouwen woonden en aten samen en hadden een vreselijke hekel aan De Ouwe.

Het was helemaal geen goed adres, de Cabralstraat in West aan het Mercatorplein. Erger dan oud zuid, dus een echt slechte buurt.

Ook woonde daar Willy Knip. Hoe dat zat en waarom hij daar woonde, dat wist ik niet, maar Willy Knip was een uitvinder. Hij had de onbreekbare plastic letters uitgevonden en ook een spel met twee doelen waar een bal in moest, die je niet met je handen mocht aanraken, maar dat bleek al te bestaan.

Ja, Oom Willy was wel een beetje wereldvreemd. En toen Ellen een van de onbreekbare letters uit haar handen liet kletteren, brak deze in vele stukjes. Stilte.

"Niet laten vallen natuurlijk. Dan gaat alles kapot!" Tja, dat was natuurlijk ook waar.

Waar Oom Willy in uitblonk was schilderen. Zijn schilderijen hingen overal op de muren van hun huis.

We gingen met de school naar het Rijksmuseum en daar hingen verschillende werken van.... Willy Knip!

De rondleidster vroeg altijd: "Wie heeft deze geschilderd?" en ze verwachtte duidelijk geen antwoord want dan ging ze vertellen wie de kunstenaar was. Alom verbazing toen mijn hand als enigste in de lucht vloog. Ik voelde mezelf gezwollen van trotsheid, dat ik zo'n beroemde schilder kende.

"Oh, jij?"

Wat bedoelde ze daar nu mee? Waarom niet ik? Maar ik wist gelukkig deze keer het antwoord.

"Dat is Willy Knip, hij woont bij mijn grootmoeder." Want Ouwemimmie zei haar natuurlijk niets.

"Wat zeg je daar jongen? Wie?"

"WIL-LY KNIP!!" Herhaalde ik, elke lettergreep duidelijk uitsprekend want dit mens was er duidelijk niet helemaal bij.

"Hoe kom je daar nu bij, kind? Het is Jan Steen!"

"Willy Knip. Het hangt thuis bij.... Ouw eh mijn Grootmoeder". Nu begonnen ze allemaal te lachen alsof ze beter wisten, Net wist nog niemand het antwoord en nu lekker slim doen.

Maar ik wist wel beter.


Van der Brandt

Trouwens, ik kreeg een andere leraar. Geen Hoerenkamp meer!

Toen ik het Ellen vertelde viel haar reactie tegen.

"Toch niet Van der Brandt?"

Ja, zo heette hij wel. Toen kwam ze met vreselijke verhalen over hem. Ik hoopte maar dat ze niet waar waren.

De eerste dag van het nieuwe schooljaar kwam een grote man binnen, een beetje donkere tint en een bril. Heel gladde mooie huid. Hij keek beurtelings de klas in en op de lijst. Zijn vinger stopte abrupt.

"Weer een Witbrood?"

Ik keek strak richting raam alsof ik niets hoorde.

"Wie is Witbrood?" alle kinderen begonnen nu te giechelen.

Twee keer Witbrood kon niemand weerstaan. "Stilte!" Bulderde hij en direct was het afgelopen.

"Wie-is-Witbrood!" eiste hij met harde stem, helemaal niet vriendelijk.

Toen moest ik wel mijn vinger in de lucht steken.

"Jij? Daar heb ik er al twee van gehad. Geestelijk gestoord, alle twee en stom als een deur."

Hij ging verder naar de lijst, af en toe maakte hij een opmerking, sommige kinderen waren lijkbleek van angst want Hoerenkamp was altijd bijna in slaap en schreeuwde nooit tegen ons.

Ralphs beurt, en toen werd van der Brandt heel erg vriendelijk. Vroeg hoe het ging en zo, Ralph gaf heel rustig antwoord, net alsof hij tegen een van ons sprak.

De volgende dagen waren spannend want het ene moment was onze onderwijzer vriendelijk en dan, zonder reden, ontplofte hij in vreselijke woedeaanvallen. Hij sloeg Kees met zijn aanwijsstok, zo hard dat hij brak (de aanwijsstok, niet Kees want die was wel klein maar stevig).


Iedereen was doodsbang voor hem, Ellen had toch niet overdreven. Een vreselijke tiran.

We gingen eerder naar school om hem te zien aankomen en zijn gezicht en loopje af te lezen.

"Hij heeft vandaag een goeie bui." Zei de ene hoopvol om ons allemaal moed te geven. De anderen knikte snel. Maar ach, het was allemaal onzin, dat wisten we best.

Zijn bui sloeg om als de wind en zijn gezichtsuitdrukking en de manier waarop hij liep zeiden helemaal niets.

Een zekere morgen kwam hij niet naar binnen, pas zo'n half uur later. We hadden net van die nieuwe schoolborden gekregen die open en dicht konden klikken. De ene helft stond open en hij smeet hem zo hard dicht dat het ijzer was verbogen. Met vlammende ogen keek hij een meisje aan die nooit problemen gaf.

"Blijf je bij wat je hebt gezegd?" schreeuwde hij. Het meisje, Sonja, knikte sprakeloos, duidelijk doodsbang. En toen stormde hij weer naar buiten. Waar het om ging heb ik nooit geweten.

Een andere keer gooide hij een grote glazen inktfles naar een jongen en die spatte in duizend stukken, die inktfles. We hoorden dat het schoolhoofd en de andere leraren wel ervan wisten dat hij zo'n tiran was, maar er was een groot tekort aan onderwijzers. Dus konden ze hem niet ontslaan.

Op een dag zei Van der Brandt tegen mij;

"Ik zal ervoor zorgen dat je blijft zitten. Hoe oud ben je?"

Ik vertelde mijn leeftijd, tien jaar.

"Dat is jong genoeg om het jaar over te doen. Je kan marcheren op je rapportcijfers, een, twee, drie, vier!" Het was de bedoeling dat iedereen zou lachen, want dit was een van zijn favoriete grappen.

Na enige stilte begon hij weer:

"Jij bent lui. Niet dom maar lui en dat is veel erger. Wim doet tenminste zijn best.

Jij bent alleen maar lui!" En hij begon te schrijven. De klas was doodstil.

Wim was een jongen die niet helemaal goed was, hij speelde altijd autobusje en niets anders. "Bumbumubum" zo deed hij met zijn lippen. Van der Brandt deed altijd aardig tegen Wim en gaf een zes min voor werk waarvoor ieder ander een zwaar onvoldoende zou krijgen.


Dongeschool 1963
Dongeschool 1963

Helemaal links Per Witbrood, Van der Brandt in het midden, met Wim Zes-min aan zijn rechterkant. Rechts grote Jurriaan and stoere Olaf. Tweede rij tweede van rechts fotomodel Ralph en naast hem Kees waar Van der Brandt een aanwijsstok op kapot sloeg. 



Toen hij klaar was gaf hij mij een briefje."Hier, laat je moeder dit ondertekenen en breng morgen terug". Er stond in dat ik mijn best niet deed op school en het moest veranderen".

Ik vond het vreselijk oneerlijk om te schrijven dat ik lui was, want ik was daarintegen gewoon dom.

Thuis gekomen was ik heus niet van plan zijn briefje te laten zien en ik dacht aan andere oplossingen voor dit probleem. GGG nam altijd een catalogus mee van de verschillende merken auto's voor mij. Dus op op zoek naar zo'n donker kopievelletje zogenaamd om auto's te overtrekken. Gevonden!

Na veel moeite vond ik een handtekening van mama en ik ging aan de slag. Het moest in één keer goed natuurlijk. Ik deed mijn best om haar schrift te overtrekken op zijn brief maar het resultaat was niet wat ik had gehoopt. Het overtrekvel was zeker te oud en te vaak gebruikt. Ik gaf het resultaat de volgende dag met aarzeling aan mijn onderwijzer.

"Wat is dit?" Liegen, daar was ik nooit erg goed in, maar ik vertelde dat ik die morgen mijn moeder op bed had laten tekenen met een potlood.

"Zeg maar tegen je moeder dat ik haar vanavond zal bellen!" Hij was er dus niet voor gevallen. Geen wonder.

Ik zei natuurlijk niets, maar wachtte met angst en beven op de avond. De telefoon ging, maar het was Ansiedansie. GGG: "Oh schat." Lange pauze, dan:"Oh lieveling!" en zo verder. Ansiedansie was de zuster van GGG en ze had een Franse echtgenoot waarvan ze vond dat hij haar vreselijk behandelde. Ze belde zeker een keer per week, soms vaker en het waren altijd hele lange gesprekken met vele klachten.

Misschien zou Van de Brandt het opgeven, dat was nog wel te hopen.

Toen het gesprek eindelijk voorbij was duurde het niet lang of.... daar ging weer de telefoon.

Mama sprak met zachte stem, niet zo lang. Ik verwachtte alles, maar niet dit. Ze kwam de kamer in en zei heel rustig dat Van der Brandt morgenavond zou langskomen.

En ja hoor. Daar zaten ze: mama, GGG en Van der Brandt op ons wit-rood kunstleren bankstel, waar voor de gelegenheid het plastic was afgenomen.

Zowel GGG als Van der Brandt waren volkomen onherkenbaar, beiden spraken zo vriendelijk en aardig. Dat ik niet dom was maar lui, daar ging het steeds over. Ik moest echt beter mijn best doen. Maar alleen ik wist dat ik niet beter kon doen.Want ik probeerde werkelijk alles. Helemaal topografie was hopeloos, ik deed pogingen om alles te onthouden maar het moment dat de blinde kaart werd opgehangen en Van de Brandt begon te commanderen kon ik geen Alkmaar van Schiermonnikoog onderscheiden.

Er wel wel middeltjes. Het hielp om te slapen met de atlas onder je hoofd, niet prettig want de kaft was heel hard. En waar was het ook niet. Zie je wel? Ik probeerde alles. En dom zijn, hoe erg was dat eigenlijk?

Vrouwen en kinderen eerst!

Een dag zoals alle anderen bestond uit opstaan en naar school gaan, waar onverschilligheid was vervangen door terreur. We wisten nooit wanneer een van de volwassenen zou ontploffen in woede, thuis of op school.

En waar sommige slachtoffers tezamen zouden trekken, gebeurde in onze kleine familie het omgekeerde. Mama zag wel welke donkere wolken GGG over ons verspreidde, maar ze had besloten dat ze voor zichzelf moest zorgen, en dat als mijn echte vader niet zou terugkeren, dan moest ze met deze nare vrek samen verder moest.

Want, zo vertelde ze ons altijd, wij zouden haar op een dag verlaten. In feiten waren het de kinderen die nu al alleen waren. Rob en Ellen deden niets voor elkaar of voor mij. Het was iedereen voor zichzelf.

Ik verloor mijzelf in boeken en haalde uit Ollie B. Bommel een Tere Heer.

Wanneer alles teveel werd veranderde Bommel, door te erkennen dat hij breekbaar was, in een onverwoestbare Tere Heer. Dat was nu mijn alter ego geworden. Ik liep tussen bommen en granaten rustig op mijn eenzame pad en niets kon mij werkelijk raken.

Ellen verdween in een heel andere wereld die ze met niemand kon delen. Rob was kwaad op alles en iedereen, want dat voelde beter dan teleurstelling in hemzelf. Hij zou opgroeien als een persoon die nooit fouten maakte, alles wat hij deed was perfect en vooral normaal.

De rest van de wereld inclusief de mensen waren dat juist niet. Waar anderen geluk hadden achtervolgde hem alleen maar pech.


Bonanza!

Het stond wel in de programmabladen net zoals elke week maar er was alleen maar geklets op de tv. Hoewel er in Bonanza te weinig werd geschoten en gevochten en vaak lange verhalen werden verteld, was dat mijn favoriete programma. Omdat je het nooit wist, soms werd er toch gevochten of geschoten. Een klein lichtpuntje in een verder duistere week.

Op de tv steeds dezelfde beelden en iedereen was droevig over een man die ze nog nooit hadden gezien, president Kennedy was vermoord.

Ik zag er wel enige ernst in, maar na vier uur herhalen kreeg ik er genoeg van en wilde Bonanza zien.

Niemand wist of het nog zou komen, misschien later? Maar toen ik naar bed moest, was Kennedy nog steeds dood en nul Bonanza. Dat was misschien de beste aflevering ooit en nu had ik hem gemist.

Ivanhoe begon ook atijd met fantastische beelden van een heel leger ridders en koningen en Ivanhoe zelf te paard. Maar de meeste afleveringen was Kurt op een Heineken knol met misschien een of twee slappe zwaardgevechten.

Ivanhoe deed ook altijd veel te weinig, keek meestal moeilijk met één wenkbrauw in de lucht. Als ik een film zou maken was het alleen maar actie, hoor.

Niet zoveel praten en denken want daar houden kinderen niet van. Als we dat willen zien kijken we wel samen met mama naar Perry Mason.


G op school

Bijbelles. Een keer per week kwam een oude dame ons vertellen over de bijbel. Ze las voor en je kon vragen stellen. Ik luisterde ademloos en kon elk verhaal navertellen in noodgevallen maar die kwamen nooit.

Toen vroeg een meisje waar het allemaal vandaan komt, wie het had opgeschreven. Die dame vertelde toen dat al die prachtige verhalen eeuwenlang verteld waren van vader op zoon. Toen ging voor de eerste keer mijn hand in de lucht.

"Ja?"

"Als het allemaal eeuwenlang van vader op zoon is gegaan, dan kunnen we het toch niet vertrouwen?" We hadden niet lang geleden in de klas hetzelfde gedaan, alle kinderen moesten in een rij gaan staan en kreeg de eerste keer een zinnetje in zijn oor gefluisterd:

"Vorige week gingen mijn oom en ik naar de markt en kochten twee kippen, een half witbrood en een pond koffie". Dat ging op die manier de hele rij door met af en toe gegiechel. Korte tijd later kwam de laatste in de rij met deze andere tekst:

"Volgende week rijdt mijn tante op een driewieler".

Dus als dat niet werkt met één enkele zin, hoe gaat het dan met zo'n dik boek?

Haar antwoord maakte mij ongelovig voor het leven:

"Ja, daarom heet het geloven, hé. Je weet het niet, maar je gelooft het. Je maakt de keuze om te geloven, of je doet het niet."

En zo ging ze verder met vertellen. Ik vond de verhalen nog steeds net zo mooi. Mamma was protestant, GGG katholiek, mijn onzichtbare vader Joods en ze zei dat wij zelf moesten beslissen. Wel, mijn beslissing was genomen. Geen van allen.



7

In de boekenkast


We hadden een grote boekenkast met daarachter een geheime verbergplaats waar tijdens de oorlog mensen zich konden verstoppen voor de Moffen.

In mijn dromen lag daar altijd een enorme paradijs met het mooiste nieuwste speelgoed, alles wat ik wenste maar nooit kreeg.

Wanneer ik wakker werd, was er natuurlijk niets te vinden. Toch ik kon me daar verstoppen, maar het was heel nauw en iedereen wist ervan dus het werkte niet echt. Als er bezoekers kwamen moest ik mij altijd verstoppen en hun verrassen met de verborgen schuilplaats.

Ik verslond boeken die ik deels begreep zoals Lolita*, Chinese Decamerone, de Goede Aarde en waar ik meer snapte zoals Schateiland, Sprookjes van Grimm, Abeltje Roef, en alles daar tussenin.

*Lolita bleek vertaald te zijn door mijn eigen tante Lore Countinho, dat hoorde ik pas veel later.


We hadden werkelijk een pracht exemplaar met gekleurde afbeeldingen van Zwartbaard de Boekanier die in werkelijkheid Edward Teach heette. Teach was kort voor teacher want dat was vroeger zijn beroep, onderwijzer. Dat een zeerover eerst leraar was geweest, leek mij niet wonderlijk want beide beroepen toonden verrassend veel overeenkomsten. Ik zag Zwartbaard de Boekanier al voor me:

"Wat is dat voor een schip? Is dat niet de piraten vlag van de Dongeschool?"

En ja hoor, daar kwam de gruwelijkste boekanier van allemaal, Flam van der Brandt op z'n Kofschip aangevaren. Navigerend op een blinde kaart met zijn bemanning van de allergrootste gemene delers! Zijn woedeaanvallen waren legendarisch. Zijn overtreffende trap waarmee hij tegenstanders uit de weg ruimde, en met zijn favoriete wapen, de aanwijsstok in de ene hand en die enorme inktfles in de andere, was dat een beeld dat zelfs Edward Teach beangstigde! Want hij vreesde niemand, met uitzondering van andere onderwijzers.

Ruige Zwartbaard verbleekte bij dit aanzicht en liet direct zijn schip rechtsomkeert maken. Met gunstige wind, kon hij deze gruwel misschien nog ontsnappen.


En we mochten alles lezen wat we maar wilden, vooral omdat niemand zich van ons iets aantrok. Mijn lezen was niet echt lezen, maar meer overzien van zinnen want ik was zeker deels leesblind, uit puur ongeduld. Ik kon niet wachten hoe elk verhaal ging aflopen en vloog in angstwekkend hoog tempo door de pagina's heen. Dat ongeduld leed tot een zekere mate van leesblindheid soms gecombineerd met "wishful thinking".

Bij Hoerenkamp lessen verveelde ik mij altijd mateloos dus ging ik vooruit bladeren in het taalboekje. En daar zag ik een hoofdstuk:

"Jip en Janneke gaan doodgrappen doen!"

Ik werd helemaal blij, en kon niet wachten tot het zover was, maar het ging tergend langzaam, met maar één hoofdstuk per les.

Ik las die zin steeds opnieuw om zeker te zijn dat ik het goed had gezien. Maar er stond altijd hetzelfde.

Jip en Janneke gaan doodgrappen doen.

Wat voor doodgrappen zouden ze toch doen? Ik hield zelf ook wel van grappen dus dat was eindelijk een leuk onderwerp.


Het zal niemand verbazen dat mij opnieuw een grote teleurstelling stond te wachten.

Want Hoerenkamp begon over Jip en Janneke die naar de winkel gingen boodschappen doen! Hoe vaak had ik die zin niet verkeerd gelezen?

Het voordeel was dat ik boeken kon verslinden en een maand later weer kon lezen en nieuwe aspecten waarderen. Ik las steeds andere details.



Leo de Bloemenman

Rob moest een keer bloemen bestellen voor beide grootmoeders, en kreeg een briefje mee voor Loe de bloemenman. Het was heel bijzonder gebouwtje, op de gracht waar het altijd vochtig rook want er ging een stenen trap naar beneden waar het water van de Amstelkade stroomde.

Hij las netjes voor: "Twee bossen bloemen voor elk zeven gulden, met gratis veel groen. De ene leveren naar Mevrouw van der Veer, daar staat Knip op de deur en de andere naar mevrouw Stern, daar staat Knap op de deur."

Terwijl hij deze woorden uitsprak moest hij vreselijk lachen, want Snip en Snap was een makker paar die jurken aandeden en domme grapjes maakten op de tv.

Het was nooit eerder bij ons opgekomen dat mijn vaders moeder inwoonde bij Henri Knap en dat Willy Knip bij Ouwemiemmie woonde en vanwege zijn fantastische uitvindingen zijn naam op de deur wilde hebben.

Bloemenman Leo werd dan ook een beetje kwaad omdat hij dacht dat hij in de maling werd genomen. Hij moest eerst met mama bellen voordat hij de bestelling wilde aannemen. Eindelijk had Rob iets grappigs meegemaakt!

Ik had ook vaak last van die vreselijke lachaanvallen. Wanneer Annie-Luswel de kooi van mama's vogel open had laten staan en Pinky de kat met het lijk ging voetballen. De vogel, stijf als een stuk hout hobbelde op en neer.

Of die keer dat mama buiten de deur ging praten met de glazenwasser en ik voor de grap de deur achter haar op slot deed. Jammer was wel dat ik het slot niet meer kon open krijgen en de glazenwasser en mama door het deurgat maar instructies bleven roepen die niet hielpen.

Ook als ik van iets werd beschuldigd wat ik helemaal niet had gedaan, dan moest ik vaak lachen. Daarmee was mijn lot beslist, en mijn schuld bewezen.



Bedorven fruit

Voor het ouderenfeest had een leraar van een andere klas het idee dat sommige jongens zich als meisje moesten verkleden - leuk toch? Mijn vinger ging echt niet in de lucht, maar ik werd direct uitgekozen, met nog een paar andere jongens.

Het was de bedoeling dat we er belachelijk moesten uitzien zodat iedereen moest lachen. De kleding moesten we zelf regelen, dus kreeg ik een rare jurk en schoenen die veel te groot en te hoog waren en een zwarte hoed waar ik echt fruit op vastmaakte met ijzerdraad. Het was precies wat het moest zijn, lachwekkend.

Mijn fruit had zich niet goed gehouden en zag er verzakt uit. Het kon misschien wel goed verlopen, we kregen idiote make-up, veel te rood en fel en stonden daar te wachten, voor een volle zaal met ouders.

Wel zonder GGG en mama, want die kwamen niet, gelukkig voor deze keer. Want toen ik als eerste de zaal in werd geduwd onder de aankondiging dat het een modeshow was, had niemand door dat ik een jongen was. Toegegeven, in de schijnwerpers zal het belachelijke er misschien wel redelijk uit, maar ik liep naast m'n hakken.

Pas na opkomst van de derde jongen begonnen ouders het door te krijgen en te lachen.

"Oh, nu zie ik het pas, het zijn jongens!" Vreselijk hoor. School was echt nooit leuk. Zelfs feestjes konden ze nog verpesten.


Vredesduifje spelen

Er was altijd ruzie met familie en vrienden, waarvan we nooit de reden mochten weten. Heel anders was dat met ruzies tussen mama en GGG. Al vanaf jonge leeftijd werd ik daarbij betrokken, want ik moest dan mijn stem laten horen. GGG zou vertellen wat zijn mening was en dan mama waarom ze het niet eens was met hem. En dan moest ik, als neutraal persoon (ha!), een oordeel geven dat ergens in het midden lag en dat beiden konden accepteren.

Het vreemde hieraan was.... alles! Ten eerste was mijn wil normaal altijd te vinden, achter de deur.

Wel mocht ik gevaarlijke dingen doen omdat niemand het wist, of wilde weten. Er was constant spanning in huis vanwege GGG's woedeaanvallen en mama's onbetrouwbaarheid, wereldvreemdheid en starre onwilligheid om van mening te veranderen. Want daartoe was ze niet in staat.

En deze twee mensen wilden zich neerleggen bij de mening van een kind omdat hij "neutraal" was? Natuurlijk kreeg mam altijd grotendeels gelijk waar het mogelijk was. Maar ik manoeuvreerde mijn oordeel zo handig dat in later stadium vooraf werd besloten dat ze zich er bij zouden neerleggen. En tot mijn verbazing, deed GGG dat ook werkelijk, elke keer. Persoonlijk heb ik daarvan nooit vruchten kunnen plukken, want het ging altijd om iets dat alleen hen aanging.


Verbeco

Die Ouwe's bedrijf had een jubileum waar we allemaal naar toe moesten, helemaal naar Ede. Dus waren we heel even niet kwaad meer. Maar GGG mompelde iets en mama knikte en zei tegen ons:

"Even goed opletten! Niets zeggen over onze keuken, hoor. Daar mag die Ouwe niets van weten."

Dat was nou weer zo moeilijk. Ik was altijd bang dat ik iets eruit zou flappen.

"Trouwens, onze nieuwe keuken ziet er ook fijn uit." Maar ik had mijn opa maar twee keer gezien en nog nooit een woord met hem gesproken. Hij sprak ook niet tegen kinderen, maar over ons alsof we er niet bij waren. Die Ouwe was een dikke kale vent, echt zo oud als een stok. Dus kon ik mijn mond best houden, deze keer.

De fabriek van De Ouwe was heel groot en we kregen een rondleiding. Hout bleek onverwacht bewegelijk, een arbeider liet een lange plank golven als de zee, dat was heel mooi om te zien. Toen kreeg iedereen een prachtige glazen asbak met een foto van de fabriek eronder geplakt. Toch hoorde ik ontevreden gemompel.

"Die ouwe vrek, is dit alles?" Sommige mensen waren nooit tevreden.

Ook wij kregen er een.

Toen gaf die Ouwe een toespraak die ook niet overal in goede aarde viel.

Wel duurde het heel lang en ik snapte er niet zoveel van want het was ook saai. Het ging eigenlijk alleen over hem en hij werd emotioneel op een manier die niet oprecht leek. De Ouwe was ook een beetje scheel, viel mij nu op. Geen leuke opa, hoor.

Wij stonden tussen het personeel in want naast De Ouwe stond Dat Mens waar mama geen boodschap aan had. Ze keek wel naar ons maar we zeiden elkaar geen goedendag. Toen het allemaal voorbij was, vertrokken we ook een beetje vreemd, zonder afscheid te nemen. Heel erg onbeleefd. Trouwens, op de terugweg vielen ook onvriendelijke woorden en de volwassenen trokken zich er deze keer niets van aan dat wij ook in de auto zaten.

Mama zei verbeten:

"Ik ga nooit meer, hoor je? Nooit meer. Die man bestaat niet meer voor mij!"

GGG en oom Ad waren het met haar eens en zo praatten ze heen en weer over hoe slecht en gierig die Ouwe was. Wij moesten dan stil zijn want de ouderen spraken...



Weer voor schut!

Mama had wel eens mogen vertellen dat Willy Knip die schilderijen namaakt want nu heb ik weer lelijk voor aap gestaan voor de hele klas! Willy vond een afbeelding van een of ander donker meesterwerk en schilderde dat precies na, soms wel het verkeerde formaat. Iedereen bleek dat te weten, maar niemand nam de moeite het mij te vertellen.

Oom Ad zag direct mogelijkheden.

"Willy, kan je deze voor mij schilderen?"

Oom Willy keek even met een schildersoog. "Ja hoor. Klaar over een week."

"Dat is snel. Ik kan je er wel iets voor betalen hoor. Hoeft niet gratis."zei Ad die onbewust een beweging naar z'n achterzak maakte.

Dat was duidelijk voor Willy een moeizame beslissing. "Tja..."

"Tientje?"

"Nou, dat is natuurlijk nooit weg. Voor de verf."

"Afgesproken." Ad trok direct zijn portemonnee en ritste die open. Uit kwam vier mooie zilveren Rijksdaalders die helder klonken op tafel. En toen gingen we tomatensoep eten.


We waren nog wel goed met oom Ad maar toch niet helemaal, dat voelde ik heus wel. Mama vertelde verhalen over haar jeugd met Ad en hun broer Ton.

Oom Ad was altijd een boef geweest, zei ze.

"En Ton deed nooit iets fout. Hij deed gewoon niets. Was ook niet goed op school maar hij was niet lui, meer alsof er iets mis was met hem. Niet helemaal honderd procent, weet je wel?"

Ik was precies zo, ook slecht in school, Ook waarschijnlijk niet helemaal goed, dus knikte ik begrijpend.

"En weet je wat Ad deed? Hij nam altijd die ouwe z'n auto, toen was hij maar misschien veertien, vijftien jaar oud. Hij moest op kussens zitten want hij was te klein en kon anders niet bij de pedalen komen. En die Ouwe kwaad! Woedend! Heeft een keer de politie gebeld."

"Om oom Ad te laten arresteren?"

"Precies. Om zijn auto als gestolen op te geven, En toen Ad naar huis reed, werd hij aangehouden."

"Echt?" vroeg ik in verbazing.

Ze knikte: "De politie belde met die Ouwe om te zeggen dat ze de auto hadden aangehouden en vroegen wat ze moesten doen met Ad."

"En De Ouwe zei?"

"Dat Ad geen toestemming had, en dus moesten ze de auto als gestolen beschouwen!"

"Maar we kunnen toch uw eigen zoon niet aanhouden", zei de politie, "hij zegt dat hij onderweg naar huis was".

Maar De Ouwe zei van wel.

"Behandel hem als de dief die hij is", zei hij:

"Een nacht in de gevangenis zal hem goed doen!"

"Oom Ad zal wel kwaad zijn geworden" dacht ik hardop.

Mama leunde naar voren, met sigaret in haar roodgenagelde hand, als om een geheim te verklappen.

"Weet je wat Ad deed? Wilde doen?" Ze leunde weer naar achteren om aan de sigaret te zuigen:

"Hij zei tegen mij dat ik bij de ingang moest staan en moest roepen als die ouwe eraan kwam. Terwijl hij klaarstond met een bijl op een krukje want ander was hij te klein. Wilde hem de hersens inslaan!"

"De... deed je dat?"

Ze lachte schor.

"Ik werd bang, zo bang dat ik wegrende."

"Oom Ad wilde De Ouwe doodslaan, echt?"

Ze knikte wijs.

" Zo was mijn jeugd. Jullie mogen wel dankbaar zijn, jullie hebben het zoveel beter dan ik. Natuurlijk doet Frans (zo heette GGG) vervelend, maar daar kan ik niets aan doen. Jullie laten mij een keer in de steek, dan moet ik met hem verder. Jullie hebben het getroffen, ook met zo'n jonge moeder. Mijn moeder was echt oud..."

Het schilderij was klaar maar Ad moest lachen en was tegelijk ontevreden.

"Wat heb je nu weer gedaan, Willy?"

"Wat is nu weer, het lijkt toch goed?" hij bekeek zijn werk nog eens.

"Uitstekend schilderij. Maar er staat Willy Knip onder."

"Natuurlijk, het is mijn werk."

"Nee Willy, daar heb ik niets aan. Het moet een echte Jan Steen lijken. Dus ook de handtekening moet kloppen."

Maar hoe Ad ook bleef praten, Willy was niet te overtuigen. Het was zijn werk, hij was de schilder, dus moest zijn naam eronder. Niets uitvegen of overschilderen. Ook niet voor vijfentwintig gulden. "Maar Willy, het is heel mooi dat je zo kan schilderen, maar we kunnen samen heel veel geld verdienen. Als je nu even redelijk bent."

Maar Ad wilde de handtekening van Jan Steen op het schilderij en oom Willy bleef erbij dat hij de schilder was. Oom Ad zuchtte uiteindelijk in overgave, "Onmogelijke vent!"






Schoolreisje

Dat mocht dan wel zo zijn, dat wij een jonge moeder hadden, maar ze kwam nooit ergens en wij wisten dat we ook geen vriendjes mee naar huis mochten nemen.

Onze thuis wereld en de buitenwereld leken niet samen te gaan. Maar niets was zo pijnlijk voor mij als het schoolreisje. Een keer per jaar werden we blij gemaakt met dezelfde martel tour naar de Piramide van Austerlitz, het Drielanden punt en een of andere kermis uitdragerij waar een paar armzalige dieren geparkeerd stonden die wij dan mochten bewonderen.


Eerst thuis om geld vragen. Dat was altijd een heel gedoe, waarom kostte het zoveel, was het vorig jaar niet goedkoper geweest? Ik was vastbesloten niet de uitzondering te zijn, waar de ouders het niet konden betalen. De schaamte! Dan maar liever meegaan.

Zelf weer boterhammen smeren en meenemen, zoals een normale schooldag. Maar dan in de bus naar het drie landen punt.

Maar omdat elk jaar precies hetzelfde was als het jaar daarvoor wist ik al dat vertrek en aankomst het ergste waren.

Vertrek, dat ging nog wel, daar waren natuurlijk ouders die hun kinderen naar school brachten en overdadig stonden te kussen en demonstratief uit te wuiven wanneer de bus begon te rijden. Ik kwam natuurlijk alleen, geen moeder, GGG, Rob of Ellen. Mama lag nog in bed en de anderen hadden hun eigen leven.

Ik zwaaide dus mee met de anderen, naar niemand. Maar aankomst was veel erger. En ja hoor, daar kwam zo'n guitige lerares:

"Weten jullie wat zo leuk zou zijn? Als we nu met z'n allen onder de banken gaan zitten, ons verstoppen. Dan staan je ouders daar en denken, waar zijn onze kinderen? Ja! Laten we dat doen!"

Dus moest iedereen, ook ik, onder de banken tussen stof, vuil en kauwgom liggen. En dan begon er elk jaar bij mij weer een sprankje hoop te groeien. Misschien deze keer..... niet mama maar GGG of Ellen? Het zou toch kunnen? Het zou toch niet eerlijk zijn dat er nooit iemand zou opdagen.

En onder het luide tumult van ouders die overdreven toneel speelden:

"Oh, jullie hadden ons echt te pakken, wij dachten....een lege bus!" en omarmende kussende verwelkomingen droop ik naar huis, met een enorme brok in mijn keel. Het was moeilijk te geloven dat ik over elf maanden toch weer een klein beetje vrolijk werd voor het volgende schoolreisje, maar het was toch zo. Ach, ik leerde het nooit. Zeker een nadeel van dom te zijn.



8

Mag Ellen buiten spelen?


Er stond een grote jongen buiten, die dringend aanbelde. We hadden zo'n lang touw dat hele weg naar beneden ging, als we daar aan trokken ging de deur open. Dan moeten we wel eerst roepen:

"Wie is daar?" en kon de bezoeker antwoorden met soortgelijk volume wat de oorzaak van het bezoek was. Sommige buitendeuren hadden ook een touwtje door de brievenbus hangen zodat kinderen altijd naar binnen konden. Want als je eraan trok ging de deur direct open.

Deze jongen had geroepen of Ellen naar buiten mocht komen en ging toen, zoals gebruikelijk met mensen die we niet kenden, aan de overkant van de straat staan zodat we hem konden zien.

Ellen verstopte zich in de andere kamer onder luid tumult alsof ze bang was dat de jongen zomaar naar boven zou komen. Hij stond gewoon op antwoord te wachten en overal schoven buren de ramen open om te kijken wat er aan de hand was. GGG haalde z'n schouders op, niet zijn probleem. Rob was kwaad en mama sprak ernstig met Ellen:

"Je wil hem dus niet?"

Nee, Ellen wilde hem niet. Omdat niemand iets deed, rende ik naar beneden, de drie trappen af ging razendsnel door zover mogelijk vooruit de leuning te grijpen en dan met een reusachtige sprong naar beneden, en dan weer opnieuw, tot je beneden was.

En ja hoor, daar stond hij. Blik gericht naar boven, bemerkte hij niet dat ik naar buiten was gekomen en naar hem toe liep.

"Hé jij!" riep ik luid. Hij deed net alsof hij mij niet zag, demonstratief over mij heen kijkend naar mensen van zijn eigen formaat.

"Jij, daar, je kan mij heus wel horen!"

Toen keek hij neer naar mijn hoogte.

"Wat moet je?"

"Je kan maar beter maken dat je wegkomt, ander krijg je het met mij aan de stok!"

"Jij? Wie breng je daar voor mee?" maar zijn toon was onzeker en hij keek weer naar boven.

"Ik heb niemand nodig, hoor. Ik sla je zo in de Amstelkade als je niet oprot. Ellen wil je niet zien!" Sprak ik dapper. Intussen keek ik ook naar boven, maar niet naar ons raam, maar naar de vele buren op straat. Als hij begon te slaan kreeg ik zo hulp, zo'n grote kerel tegen een leuk klein ventje, dat was toch geen stijl.

"Laat toch zitten Johan" zei een jongen die bij hem in de buurt stond en al begon weg te lopen:

"Toch niet de moeite, zo'n meid".

En werkelijk, onder enig gemompel vertrokken ze heel rustig. Mijn beloning was luid applaus uit de ramen. Zelf GGG deed even vriendelijk. Maar niet Rob, want die was nog kwajer dan daarvoor.



Vechtuh!

Mijn dapperheid was natuurlijk niet echt. De eerste periode op school was ik voor iedereen bang omdat ik niet begreep wat opscheppen betekende.

Ik nam het letterlijk als iemand riep:

"Ik vermoord je!".

Snel wist ik beter en sinds mooie Ralph mij aanviel in de gymzaal begon ik vechten leuk te vinden. Hij knalde zelf tegen de grond en droop haastig af. Dat was de prijs die hij moest betalen om stoer te lijken.

Toen kwamen er nog een paar proberen, en het ging ook mis voor hun.

En toen grote Jurriaan. De grootste en sterkste van de hele klas, misschien wel van de school. Ik was niet alleen tanig maar ook handig geworden, gebruikte het gewicht van tegenstanders tegen hun door met alle macht tegen te houden en dan razendsnel de andere kant op te bewegen. Dan direct na de val hun nek grijpen en klemvast houden.

Op die manier kon ik te winnen tegen dit soort grote jongens, zoals Jurriaan. Ze waren makkelijker dan die van mijn eigen postuur. Want als die zware jongens eenmaal vielen, konden ze zich niet meer herstellen.

Er bleven steeds minder jongens over die Per Witbrood nog wilde pesten. Anderen kwamen zelfs om bescherming vragen, want zo was mijn faam toegenomen. Klein ventje dat kon vechten.

Slaan en boksen, daar was ik wel nog bang voor, ze moesten zo snel mogelijk tegen de grond.

Mooie Ralph was niet zomaar een fotomodel, hij was HET modelkind in alle bladen. Een mooi gezicht, donker haar en gladde wangen, wel klein, net als ik. Dit verwende rotjochie was de lieveling van Van der Brandt:

"Sta je nu weer pap te verkopen, Ralph? Wel een mooie foto, hoor!" Dan lachte hij op een opschepperige manier alsof hij de jongen zelf had gemaakt. Ik denk dat deze Ralph zo'n beetje de enige leerling was die geen angst kende voor Van der Brandt.


Fata morgana

Er waren vele raadsels thuis. Toen ik heel klein was, kwam elke dag een hele leuke jongen langs waarmee ik speelde en vertelde over mijn lelijke dappere beer die een arm had verloren in de oorlog (oordogen) en wat ik verder had verzonnen.

Hij bleef dan eten. Ik noemde hem Grote Beer want kleine beer was mijn oorlogsslachtoffer. Op een dag kwam Grote Beer niet. Eerst was het verhaal nog dat hij morgen zou komen, toen over een paar dagen. Maar Grote Beer kwam nooit meer.

GGG deed heel lang alsof hij bezoekende gast, alsof hij een kennis was, die weer naar zijn huis ging na het eten. Dat had mijn moeder besloten omdat ik zo jong was, zei ze. Dat was haar logica dat ik niet mocht weten dat hij bij ons woonde. Dat hij stiefvader was geworden.

Ik was nog geen jaar oud toen mijn echte vader was vertrokken met het meisje dat op onze bovenkamer woonde.

Maar er waren door mijn jeugd vele gebeurtenissen die ik niet kon begrijpen. Ik kwam een middag thuis en daar lag Ellen bewegingloos op de grond van de keuken, GGG op zijn knieën ernaast. Mama stond daar ook bij, ze sprong ze op en siste mij toe:"Je hebt dit niet gezien! Dit is nooit gebeurd!!! Ga spelen in de woonkamer en hier niet terugkomen."

Er waren meer situaties die "nooit gebeurd" waren. Mensen kwamen bijna dagelijks langs en waren op een dag verdwenen. Niet zoals bezoekers die vast in huis bleken te wonen zoals GGG. Buren die hartsvrienden waren, kwamen elke dag koffie drinken en soms zelfs eten. Op een dag mochten we niet meer met ze praten, en ze keken ons ook niet meer aan. Zo zou ook op eendag Willy Knip spoorloos verdwijnen. Er was geen wijs uit te worden.


Beentjes van de vloer!

Er was af en toe een feest bij ons thuis, zomaar. Iedereen kwam, alle buren waarmee we geen ruzie hadden, Tante Koos en Ouwemiemmie, Willy Knip, Ansidansie en haar Franse man Marcel en oom Ad. GGG was in zijn knollentuin, hij had al weken tevoren muziek opgenomen met zijn bandrecorder waar hij zelf doorheen sprak. De muziek waren populaire deuntjes zoals "Bij ons in de Jordaan" en meer van dat soort polonaise-achtigheden.

GGG sprak in de microfoon met de meest sympathieke toon die hij kon voortbrengen:

"Hup maar mamma, beentjes van de vloer" en "Hupsa Willy, doe maar eens een rondje"

"Nu jij Koos, het is jouw beurt!" want hij hoorde zijn eigen stem graag. Die banden speelde hij dan af. Weer blikjes zalmsalade en sherry, dus een echt feest.

Ook had GGG een heel leuk spelletje bedacht. Oom Ad moest geblinddoekt op een plank gaan staan die de vier mannen op en neer tilden.

"En als je denkt dat je op de grond bent, dan moet je afstappen." Oom Ad was een heel stevige vent.

De plank ging met moeite omhoog en omlaag en toen stapte hij resoluut af, viel op de drempel van de schuifdeur. Moeizaam stond hij weer op en trok de blinddoek van zijn gezicht:

"Gadverdamme, wat een rotspel!" en hij liep woedend weg. Hij reed de hele weg naar naar Ede en normaal belde hij ons altijd twintig minuten later:

"Ik ben nu thuis!" zodat we ons konden verbazen hoe snel hij die afstand kon afleggen.

Maar deze keer belde hij niet. Niet met ons, althans.

Later hoorden we dat hij zijn been op twee plaatsen had gebroken. De dokter geloofde zijn ogen niet.

"U bent zo van Amsterdam hier naartoe gereden?"

Ja, oom Ad was wel een keiharde kerel. Verder verliep de avond voor ons normaal. Marcel leek een heel aardige man die weinig zei, Ansidansie deed altijd het woord voor hun beiden.

Tegen GGG:

"Ik merk het al, hij wil naar huis. Als ik niet toegeef, hoor ik het dagenlang, die tiran!"

Het duurde niet langer dan een dag of twee of daar was GGG aan de telefoon: "Oh, mijn schatje. Oh, lieveling, mijn Ansidansie, wat vreselijk!"

Het leuk mij wel vreemd om zo tegen je zuster te spreken, maar ik was ook nog maar een kind.


Bomen

Op school bij vrij tekenen was mijn onderwerp altijd hetzelfde. Ik tekende een dikke boom met zo'n eekhoorn nest en drie grote wortels heel stevig in de grond. De takken hadden nooit bladeren. Ik werd behoorlijk goed in die tekening, vond ik zelf. Ik was de enige want niemand anders vond het mooi.

"Waarom heeft je boom geen bladeren?" Ik wist het zelf niet. Mijn eigen leven was ook dor en droog, en niets bloeide op.

We hadden een telefoon gekregen en wanneer iedereen weg was, ging ik bellen. Eerst in het telefoonboek namen zoeken als Naaktgeboren en Kwakernaat natuurlijk. We hadden zo'n doosje dat als je het omdraaide het een kwekkend geluid maakte

"Is dit meneer Kwakernaat? Ik heb hier uw zoontje!" En dan dat doosje bij de hoorn houden. De reacties waren heel verschillend. Sommigen konden er wel om lachen, anderen hadden geen gevoel voor humor. Het was ook gewoon leuk om met anderen te praten, hoor. Ze konden niet weglopen maar wel ophangen.


Op een regenachtige dag...

Frits, de oudste zoon van GGG was nog twee jaar ouder dan Rob en heel stoer, matroos op de Pollux, een schip dat nergens heen vaarde.

Zwart kullend haar en een brutaal gezicht, zomer en winter z'n blouse armen opgerold want kou deerde hem niet. Nergens bang voor, want daar was hij toch zelf bij, zei hij altijd.

Hij vertelde uitvoerig over grote, heel dikke injectienaalden, pang, dwars door je broek heen. Zo ging dat op de Wilde Vaart.

Hij was echt super dapper en logeerde soms een paar nachten op zolder bij ons, maar nooit langer dan een week. We speelden samen cowboytje maar hij was een moeilijke, hoor.

Zo had hij een revolver die alleen hij kon afschieten, hij werkte niet als ik hem afpakte, mijn schoten golden dan niet, zei hij. Hijzelf kon wel elk pistool afschieten en dan was ik weer dood. Op die manier sprongen we om de meubelen heen, dekking zoeken en terugschieten. Frits bepaalde de regels en hij won altijd.

Op een zondag ging de familie naar een drooggelegde zandbank. Daar stonden palen met flinke afstand, misschien wel twee meter hoog. Frits sprong van de ene naar de andere, dat dorsten wij echt niet!

"Kom nu, er is niks aan!"

We voelden ons altijd veilig wanneer Frits thuis was.

GGG had een stalen pijp achter de deur hangen, voor als we aangevallen zouden worden. Met Frits was zo'n wapen overbodig, natuurlijk. Die kon iedereen met z'n blote handen wel aan.

Toch deed Frits soms ook rare dingen. Zoals toen het zo regende en toen wij thuiskwamen stonk het hele huis naar rook. Wat bleek? Frits had zijn regenjas opgehangen in het bad en aldaar een vuurtje aangestoken om te drogen.

God-Gloeiende-Godverdomme haalde een mes uit de keuken en als mama er niet tussen was gekomen, wie weet wat er was gebeurd.

Ook had Frits een keer per vergissing een inbreker binnengelaten. De man zag er netjes uit, zei hij en vroeg naar de familie Dijkstra. Frits kon natuurlijk niet weten dat die hier niet woonden al stond hun naam niet op de deur.

De inbreker liep naar boven en vulde een grote tas op met allerlei dingen van zolder. Maar toen liet hij de tas achter, waarschijnlijk om later op te halen.

Dus gelukkig voor ons, hadden we alles weer terug. GGG had zijn loden pijp dus niet voor niets achter de voordeur hangen! Stel je voor dat die vent terug zou komen?

Toen ik op een dag thuis kwam, zat De Ouwe daar met mam te praten, heel rustig. De wind waaide vandaag uit een andere richting, dat kon zomaar aanvoelen.

Nu zijn we dus kwaad op oom Ad en weer goed met De Ouwe, want het was de ene of de andere. Ze gingen door met praten waar ik bij was.

"Dus zo heeft ie het gedaan." zei De Ouwe.

Mama knikte, "Dat begrijp ik nu. Dat met onze keuken." Ik begon direct vreselijk te blozen, de deur naar de keuken stond dicht en we mochten daar toch niet over praten! Dat mocht De Ouwe niet weten!

De Ouwe:

"Ja, zo zit ie in elkaar. Dat deed ie zodat jullie je mond houwen. "

"We weten toch niks... over dat andere..." ze keek veelbetekenend in mijn richting.

"Dat geloof ik helemaal" zei De Ouwe op vriendelijke toon,

"Dat deed hij samen met de bedrijfsleider. Maar we zullen hem vinden. In het gevang ermee!"

Ik keek even rondom, maar die Ouwe had niets voor mij meegenomen. De vrek. Dus ging ik maar spelen. Toen hij weg was gegaan, vertelde mama dat oom Ad veel geld had gestolen van de fabriek, samen met de bedrijfsleider die al in de gevangenis zat. Ad was verdwenen, niemand wist waar hij zat. Ik had niet eens geweten dat oom Ad voor die Ouwe werkte, dus het was wel allemaal nieuws.

"En onze keuken?" en weer begon ik te blozen.

"Maak je daar geen zorgen meer over, Papa zei dat we die natuurlijk mochten hebben als kado."

Papa? Geen Ouwe meer?

"Ja," hernam mama met een zucht,

"Ad regelde die keuken zodat wij onze mond moesten houden over, over dat andere wat hij deed."

"Maar dat wisten we toch niet?" Herhaalde ik braaf."Precies."


Gestolen!

Vroeger was het Rob zijn fiets en nu die van mij, want hij was voor hem te klein geworden. Ik had hem net helemaal blauw geschilderd, dus zag hij er nog goed uit, hoor. Ik deed wasknijpers met karton tegen de spaken dan maakte hij een mooi geluid, net een motor. Maar nu was hij dus weg. Gestolen!

Ik hield mijn tranen in en ging naar boven waar mijn gezicht direct veranderde in een enorme lach. Want Frits was thuis! Hoeveel geluk kon ik hebben?

Hij zat met GGG te praten en ik onderbrak ze heftig: "Mijn fiets is weg!"

"Heb je wel goed gekeken?" Dat was GGG. Natuurlijk had ik dat gedaan.

"Want soms staat ie ergens anders..."

Nee hij stond nergens anders, hij was echt weg.

Natuurlijk waren het die schoften van de overkant! Want wij woonden aan de goede kant van de Amstelkade en aan de overkant woonden alleen maar boeven, dat wist toch iedereen. Ja, dat dacht GGG ook.

"Je moet zo met Frits maar even gaan kijken, op z'n brommert".

Oh, wat een vreugde. Ik zag het al voor me, drie boefjes die ik alleen toch niet aankon, stonden daar met mijn blauwe fiets te klooien. En daar kwamen Frits en ik aanscheuren, zo snel konden ze niet wegkomen!

"Ha, nu hebben we jullie!"

"Wat, die fiets is van ons hoor." Zouden ze tegenwerpen. Frits tilde dan met een hand de fiets omhoog zodat ze de onderkant konden waar PW stond. Niet Publieke Werken zoals van der Brandt altijd zei maar Per Witbrood.

"En wat is dit dan?" Probeerden die twee weg te rennen, maar Frits greep ze allebei en gooide ze tegen de grond, en lichtte de derde beentje zodat die ook viel.

"Hier blijven dan bellen we de politie!"

Ja, soms ging het leven zoals het moest gaan, niet vaak, maar het kwam voor. En dit was zo'n moment. Mijn verdriet had plaats gemaakt voor de pret die zou volgen. Mijn fiets was zo goed als terug en die schoften zouden een lesje leren dat ze zou heugen.

"Schiet nou toch op!" zei ook GGG want Frits liep nu echt te treuzelen. Maar Frits had honger gekregen en moest eerst eten.

"Anders val ik om"

Dat konden we natuurlijk niet hebben, al was het maar vier uur. Jees, wat at hij toch langzaam.

"Ze zijn al bijna weg!" zuchtte ik. Toen was hij z'n jack weer kwijt.

"Daar toch, op de kapstok!"

Brommer wilde eerst niet starten en mijn ongeduld had een kookpunt bereikt. Frits wilde toch net zo graag als ik die schoften aanpakken? Dan kon hij eindelijk eens laten zien waar ik zo vaak over had gehoord.

Hoe sterk hij was, en nergens bang voor omdat hij er zelf bij was. Eindelijk, daar knalde de motor aan en ik sprong haastig achterop.

Oh, maar wat reed Frits hard, ik viel er bijna vanaf. Trouwens, we konden op die manier helemaal niet zien of mijn fiets ergens stond. Ook was Frits in een hele slechte bui, zeker omdat het allemaal zo had tegengezeten. Hij kon natuurlijk niet wachten om met de dieven te vechten.

"Ik kan niks zien!" Riep ik zo hard als ik kon, tegen de wind in,

"Wat?" schreeuwde hij terug: "Leun niet zo de andere kant, anders vallen we."

Dat was waar, ik werd zo bang van dat schuin door de bochten dat ik tegengewicht begon te geven.

Maar ik kon moeilijk meebuigen, dan viel we zeker om. Op die manier scheurden we langs de boevenstraten en zagen nergens wat dan ook, laat staan een fiets. Ik had wel tranen in mijn ogen van de wind. Woedend reed Frits terug naar de Slaakstraat en parkeerde de brommer. Boven gekomen tegen GGG:

"Nergens te zien hoor, en we hebben overal gekeken." Ik sprak hem niet tegen, want hij was mijn held. Maar ik snapte het niet. We hadden toch een enorme kans misgelopen. En ik had geen fiets meer.

Jubeltenen

GGG had zoveel jaar bij de ADM gewerkt en dat moesten we vieren met een jubileum feest. Er kwamen mannen van z'n werk dus moest mama wijn en bier kopen en kroketten maken. Dat deed ze helemaal zelf, knap hoor. Bakken moest GGG doen want dat was gevaarlijk, dat wisten we nu allemaal.

Mama ging direct blikjes met zalm mengen met mayonaise en aardappelstukjes. Ik wilde maar dat ze de graten eruit haalde, maar het werd wel meer op haar manier. Dat werd zo een hele berg want er kwamen veel mensen, zei ze. Kinderen moesten dan naar boven. Jubeltenen noemde ik het. Er kwamen inderdaad veel mannen die allemaal luid gingen praten en lachen en roken. We konden ze helemaal boven horen.


Onze Vanguard

We hadden een auto! Ik wist van niets, en daar stond plotseling een grote grijze auto voor de deur. Dat merk had ik nog nooit gezien, want ik liep altijd langs alle geparkeerde auto's op de Amstelkade om de merken te bekijken en hoe hard ze konden. Ik kon het allemaal onthouden, de ene had 140 op de meter maar andere zoals oom Ad ging wel tot 220 kilometer. De Vanguard had 150 dus dat kon beter, maar ook slechter zijn.

Max Tailleur had een Amerikaanse Ford Mustang met groene ramen met 240 erop, dat was echt heel bijzonder.

"Nu kunnen we tripjes maken" zei mama en GGG lachte trots. En inderdaad, we namen op zondag klaptafel en stoeltjes mee en die werden opgezet langs de snelweg, leuk auto's kijken. En toch in de natuur, heerlijk frisse lucht.

Daar was niet zoveel meer gras als op het midden van de Churchilllaan waar ik mocht spelen als ik oppaste met oversteken.

De versnelling kraakte wel maar dat hoorde zo. Autorijden was heus moeilijk maar GGG deed het heel goed, wist precies hoe het allemaal moest. Tanken ook:

"Negenachtennegentig super!" bestelde hij dan stoer, want die twee cent die overbleef van een tientje was voor de bediende. Hij moest daarvoor dan wel de ramen wassen en zachtjes tegen de banden schoppen en "Dank u wel, Meneer" zeggen. Sommigen deden alles en gaven toch die twee cent terug met de woorden:

"U heeft het meer nodig dan ik" of ze tankten gewoon voor de volle tien gulden. Toch raar om geen fooi nodig te hebben als je daar werkt.

Hoe wist hij dat GGG het meer nodig had? Was hij soms ook onderdirecteur?


Chocoladetreintje

Op vakantie gingen we eerst naar Bloemendaal, een huizenruil. Een heel mooi huis, dus dat was maar een slechte ruil voor die andere familie, hoor.

Er was een tuin en aan de andere kant van de heg stonden wat koeien te grazen, bezaaid met vliegen.

Hele stomme lompe beesten die overal liepen te schijten en pissen, wat nog meer vliegen aantrok. Vlakbij was het Kopje, een lange heuvel die je helemaal op moest lopen en dan met je autoped vreselijk hard naar beneden!

Ik kreeg witte boterhammen met van die grote levertraanpillen erin gedrukt want die kon ik niet door m'n keel krijgen. Maar nu beet ik ze kapot en dat was nog erger! Ik moest bijna overgeven zo smerig.

De huizen ruil bleek inderdaad eenmalig want omdat we geen andere ruilers konden vinden, gingen we het volgende jaar naar Beltgraven bij Oldebroek. Daar stonden in de bossen een aantal houten hutjes van de ADM waar GGG onderdirecteur was. Het was prachtig daar!

Lekker tussen de bomen spelen en niet zover weg was een autosloperij waar we op de auto's mochten zitten (van GGG, niet van de mannen daar die het grommend hun hoofd omdraaiden). Een keer zat mijn vinger klem op een tractor, oei dat deed vreselijk pijn en ik moest verlost worden.

Verder was ik druk bezig met kuilen te graven want als het ging regenen reden de auto's door de modder, leuk! Wanneer mensen kwamen klagen, haalden mama en GGG luid hun schouders op.

"Laat die jongen toch spelen!" Behalve buitenspelen was er natuurlijk niet zoveel te doen, dus bedacht GGG een leuk uitstapje. Rob en Ellen en ik in de auto, het zou een verrassing worden, mama bleef wijselijk thuis.

Er bleek een grote kippenslachterij te zijn in Barneveld en GGG liep hondsbrutaal met ons naar binnen. Na een blik naar de gebeurtenissen te hebben geworpen, gilde Ellen en rende terug naar de auto.

Rob en ik keken even rond hoe de kippen aan hun poten werden opgehangen en getrokken door een hangende lopende band. Eerst langs een mes, waar de kelen werden doorgesneden, maar ze bewogen daar niet minder van! Dan door kokend water en door een soort wasserette die de veren wegsloeg.

Bloed stroomde in geulen op de vloer.

"Men-Heer! U mag hier niet komen!"

GGG begon uit te leggen hoe graag de kinderen dit wilden zien. Maar de man schudde z'n krullenbol. Het mocht echt niet.

Dat vonden Rob en ik niet zo erg, we hadden meer dan genoeg gezien en gingen Ellen gezelschap houden. Ik hield enorm van kip, maar zag geen overeenkomst tussen wat we net mochten aanschouwen en wat uit de pan kwam. Gelukkig voor mij!

Later vertelde GGG dat hij nog had gezien dat de kippen zelf hun ingewanden in een zakje moesten doen en dan werden ingevroren. Nou, dat hadden we dan gemist.

Terug in ons hutje was mama kwaad op GGG:

"Wie neemt nu kleine kinderen mee naar een slachterij? Kon je niets leukers vinden dat gratis is?"

Er was ook een trein die soms voorbij kwam, een spoorbaan zo'n kwartier lopen van ons huisje. Het was geen gewone trein, maar een chocoladetreintje zei mam

Lang wachten op de trein, en ja hoor toen hij voorbij reed, lagen er een paar melkchocolade-repen op de grond. Als ik als jongste al wist dat GGG en mamma dat zelf deden, dan wisten Rob en Ellen het ook. Maar we deden net alsof we erin geloofden.

Toch toen het nog een keer gebeurde, konden we niet zien hoe de repen op de grond waren terechtgekomen. En andere keren waren er helemaal geen repen. Het treintje werkte dus niet altijd. Haha.



Ons huisje in Beltgraven, GGG bekijkt mijn kuil

Toen de vakantie bijna voorbij was, kwam ik een lapjeskat tegen. Meteen was ik verliefd op die leuke snuit en zachte vacht. En hij had honger. Mocht ik hem houden? Ik had al een naam.

Dat bleek een moeilijk vraag, Mama had GGG op onderzoek uitgezonden en toen hij terugkwam werd duidelijk dat de kat van een boerderij kwam, die vlak in de buurt lag. Een van hun poezen had kleintjes gekregen en mama vertelde dat die kleine poesjes bij hun achterpootjes werden gegrepen en met hun kopjes tegen de muur werden doodgeslagen.

Allemaal, behalve Pinky, want die was hard weggelopen. Ik zag het helemaal voor me, bloed tegen een stenen muur en zo'n wrede boer. Dat mocht niet gebeuren!

Na veel gezeur en gehuil mocht ik Pinky houden, maar die wilde na het eten ook weer naar buiten.

Ik weigerde om te gaan slapen, uit angst dat de kat zou weglopen. Mamma beloofde met de hand op haar hart dat wanneer ik opstond, dan was Pinky de kat er. Heus waar! Waarom geloofde ik haar toch niet?

Nog meer heilige beloftes later ging ik naar bed, maar niet van harte. Ik wist heel zeker dat de volgende dag, ondanks alle beloftes, de kat er toch niet zou zijn.

En ja hoor, toen ik morgens uit bed sprong en het kamertje binnen rende - geen Pinky!Ik barstte in tranen uit want niets is zo erg als iets vooraf te weten, maar het dan toch gebeurde.

Mam zei ijskoud:

"Hij moest even wat boodschappen doen. Komt zo weer terug, hoor."Maar dat bleek ook niet waar. Ik heb de hele dag lopen zoeken want de volgende morgen moesten we vertrekken. Ik zag op GGG's gezicht dat hij precies dit had verwacht, dat we zonder kat naar huis gingen.

Het ging heel langzaam met mijn spulletjes pakken, steeds rende ik weer naar buiten om te kijken - geen Pinky.

Hij was mij al vergeten, net als mama altijd haar beloftes vergat. Of toch met zijn kop tegen de muur doodgeslagen?

Nu wist ik best dat ik zelf moeite had om altijd de waarheid te vertellen omdat ik mij niet kon losmaken van wat net zo goed gebeurd had kunnen zijn. Want zoiets was dus ook bijna waar.

Maar ik nam mij heilig voor dat ik nooit zou liegen wanneer het zo belangrijk was. Nee, ik zou altijd meer doen dan ik beloofde, nooit minder.

Toen de grijze Vanguard helemaal ingepakt was en ik geen reden meer kon bedenken om langer te blijven, stond plotseling bij de ingang van het lege huisje, mijn Pinky! Ik kon het niet geloven, net als de rest van de familie, die met lede ogen moesten aanzien hoe ik het beest in de auto sleurde.

Ik had mij daarna voorgenomen om mama nooit meer te vertrouwen. Toch hoefde ik aan haar liefde voor mij niet te twijfelen.

Als klein kind zat ik uren op haar schoot en wilde met haar trouwen, om haar te verlossen van die vreselijke vent.

Dat ik het enige kind was waar ze echt om gaf, vertelde ze pas later. Droevig om te horen dat ze altijd een hekel had gehad aan Rob, omdat men sommige kinderen niet blindelings kon liefhebben. Ellen was heel wisselend. Ze kon aardig zijn of gemeen. Beiden hadden een slecht verborgen hekel aan hun kleine broertje, iedereens lievelingskind die het zo makkelijk had.


De auto maakte een groot verschil, we hadden een bungalow tent maar die was vreselijk moeilijk op te zetten en is nooit een succes geworden.

Duidelijk meer tent dan bungalow. Het duurde altijd heel lang met de hele familie omdat we niet konden samenwerken, iedereen deed maar wat.

Toen GGG een keer achteruit moest rijden na het opzetten en afbreken van de tent wilde hij dat Ellen zou roepen hoe dicht hij bij de boom was.

Ellen riep: "Dichtbij!" en direct daarna:"STOP!"

Een harde bonk later:

"God-Gloeiende-Godverdomme!" Stapte GGG uit de auto en bekeek de schade, die vooral aan de boom was, de auto was puur metaal van bumper tot bumper, nauwelijks een krasje te zien.

"Waarom zei je niks, stomme meid?"

Ellen zei natuurlijk verontwaardigd dat ze wel had geroepen en mam was het met haar eens, en wij ook maar dat was niet genoeg voor GGG.

"Dan riep je niet hard genoeg, ik hoorde toch niets". Ellen mocht daarna nooit meer roepen.

Uitstapje met de Vanguard


Enige tijd later reden we naar Amstelveen. Aan het meer stond een showcaravan die GGG en mama uitvoerig bekeken. Het was zo'n klein model die aan beide kanten exact hetzelfde was, namelijk een bank rondom een tafel die een bed kon worden.

Mamma op haar charmante - en GGG op z'n grove wijze lieten de verkoper horen dat de prijs nergens op sloeg. Deze bleef beleefd naar oplossingen zoeken terwijl wij, de kinderen rond liepen. Er waren zeilboten op het meer en de caravan stond op een piepklein strookje tussen de weg en een beekje dat naar het meer liep.


Mama riep ons en we gingen weer in de auto. Onderweg naar huis kregen we te horen dat we de caravan hadden gekocht! Mam regelde namelijk een afspraak waarbij wij voor een jaar showgezin waren en de caravan moesten aanprijzen aan anderen die interesse hadden. We moesten dus altijd netjes opruimen en vooral: makkelijk zijn in de caravan!

Er was geen toilet, geen douche, geen keuken, koelkast of electra. Gaslampjes gaven licht en water moesten we halen. Dus het zou behelpen worden, maar op een leuke manier.

"En niets op te zetten." zei Ellen die kamperen ook helemaal niet leuk had gevonden."Kramperen" zei ik en toen moest iedereen een beetje lachen.



9

In de Slaakstraat



De melkboer kwam elke dag de trap op om te noteren wat we wilden hebben. Dan kwamen we met een pannetje uit de keuken voor de melk en de belangrijkste vraag:

"Van onder of van boven?" En dan schepte de melkman dan een aantal ladingen in het pannetje.

Betalen hoefde niet, één keer per maand of wanneer de rekening teveel was opgelopen.

De ijsman kwam maar een keer per week, en die droeg lange stroken ijs op z'n leren schouder naar boven, voor in de ijskast. Een echte koelkast hadden we nog niet.

De visman was ook altijd leuk, al die dooie vissenogen die je aankeken. En de aal, dat was een beetje eng want die bleven maar krioelen als ze geen kop meer hadden. Als we aal aten, was het in tomatensaus, maar ik vond het nooit lekker.

Ook de glazenwasser bracht amusement, altijd een emmertje water vragen en met zijn ladder hoppen van het ene raam naar de volgende, want afstappen om de ladder te verplaatsen, dat was teveel moeite.

Soms deed hij ook werk binnenin sommige huizen want dan stond de ladder leeg tegen de muur, meestal voor een uurtje of zo. Dan moest hij de vrouw des huizes zeker helpen met iets dat ze alleen niet kon.

De groenteman en de slager, daar moesten we heen lopen want die kwamen niet aan de deur.

Onze overbuurman heette Van der Locht en zijn vrouw vroeg altijd aan de slager of de biefstuk wel mals was. Het antwoord van slager Tik-op-de-Schaal was altijd hetzelfde:

"Botertje zacht mevrouwtje!" En dan kreeg ze later ruzie met haar man wanneer die vond dat de biefstuk hard was. Dan kon helemaal niet.

Ze hield voet bij stuk omdat de slager het zelf had gezegd! Niet zo snugger, die familie.


We hadden ze een keer vreselijk in de maling genomen. Pinky sliep op de bank en we kregen het idee om Frits, die mondharmonica kon spelen, achter te bank te zetten en op ons teken zou hij gaan spelen. Dan hielden we een miniatuur mondharmonicaatje voor de snuit van Pinky zodat het leek alsof de kat speelde! We moesten lachen maar dachten niet dat we iemand echt erin zou vliegen.

Eerst Henk, de zoon.

Die keek in opperste verbazing en rende weg om z'n moeder te halen, en die snapte er ook niets van!

Toen de taaie biefstuk vader thuiskwam, deden we het voor de hele familie nog een keer.

"Jullie moeten daarmee naar de krant - of naar de televisie want zoiets heb ik nog nooit gezien!"


Aan het meer

Die zomer waren we voor vakantie en elk zonnig weekend te vinden op dat strookje gras in Amstelveen. Op het meer waren vele zeilbootjes en we kregen een keer geld om zelf een zeilboot te huren. Rob stond erop, dat hij moest zeilen, en wij mochten ons er niet mee bemoeien. Vanuit de verhuurplaats was het misschien tachtig meter naar het meer, door een riviertje waar ik altijd speelde met mijn opblaasbootje dat ik voor mijn verjaardag had gekregen.

Maar Rob kon de bocht niet maken en we eindigden rechtuit aan het einde van het beekje, waar Ellen en ik gewoon konden uitstappen en teruglopen naar de caravan, wat we ook deden. Rob was nog dagen boos dat we hem daar hadden achtergelaten.


Voor het geval dat ik was vergeten dat volwassenen vervelend zijn, kwam ik daar weer achter tijdens die zomer. Er lagen twee boomstammen in het beekje waarop ik altijd ging spelen, overheen lopen en ze laten rollen. Er kwamen af en toe mensen naar onze caravan om te vragen:

"Is dat uw zoontje?"

Mama zei van wel.

"Ja, maar dat ventje is toch veel te klein om te kunnen zwemmen? Dat is onverantwoordelijk, hij kan wel verdrinken!?"

Inderdaad, zwemles kwam pas in de vierde, ik zat pas in de tweede klas.

"Bemoei je toch met je eigen zaken!" En na enig gemopper liepen die mensen dan door.


GGG, ik en Frits
GGG, ik en Frits

Verderop langs het beekje lag een houten bootje met een bordje: TE KOOP 2,50.

Er stond water in en een leeg blikje, om te hozen. Ik was direct bezeten! En ik kreeg een kwartje zakgeld, na de enorme verhoging van tien cent.

Ik deed rare dingen met dat geld. Waar andere kinderen drop kochten of zwart-op-wit of lollies of van die suikerdriehoeken, ging ik naar de groenteman en kocht daar een appel voor tien cent of een winterpenis.

Wat was nu lekkerder dan in een sappige zoete appel te bijten, die nog een beetje koud was van het liggen tegen zijn soortgenoten? Waarom zouden alle normale kinderen zoete snoep lusten en ik niet? Het was een raadsel.

Als ik snoep kocht dan was het niet voor mij, maar dan deed ik het stiekem in de jaszak van een mooi meisje op school met een donkere huid. Iedereen was verliefd op haar. Eigenlijk moest ik als echte jongen meisjes vies vinden, maar er waren uitzonderingen.

Maar deze keer had ik geld nodig voor iets heel anders. Ik wilde van dat bootje een zeilboot maken, waarin ik zelf kapitein zou zijn - niet Rob want die kon er toch niks van.

Na strenge onderhandelingen betaalden we voor het lekke bootje voor een gulden en vijftig cent. Nartuurlijk was het gevaarte niet in goede staat.

We hadden zelf geen hamer dus moest ik naar nabijlegen huizen om te vragen of ik er een kon lenen.

"Hallo, jongetje wat kan ik voor je doen?"

"Heeft u misschien een hamer?"

De man had een vreemde glimlach op z'n gezicht, een beetje oom Ad-achtig.

"Ja hoor, die hebben we. Een hele mooie."

Na enige stilte: "Mag ik die lenen?"

"Ja."

Maar hij maakte geen aanstalten om de hamer te halen, bleef gewoon in de deur staan met die ik-weet-beter- glimlach. Volwassenen! Je zou ze toch wat aandoen!

"Het is maar voor een half uurtje, ik moet aan mijn boot timmeren." verklaarde ik verder.

Toen kwam de aap uit de mouw:

"Je mag hem lenen, maar niet vandaag. Want het is zondag en we werken niet op zondag!"

Hoe ik ook op hem in praatte dat IK zou werken en niet hij, het maakte niet uit, ik mocht pas morgen terugkomen. Helemaal in de war vertelde ik mam over mijn probleem, want mijn boot moest natuurlijk direct klaar zijn.

"Ja, zo zijn sommige mensen." Zuchtte ze. Die mevrouw op school had toch gelijk gehad toen ze zei dat geloof een keuze was.


We moesten thuis van GGG een tijdje bidden voor het eten maar verder ging het niet. Ik was nog nooit in een kerk geweest. De volgende dag kon ik eindelijk de hamer lenen en aan de mast werken.

Met een laken maakte ik een zeil dat niet helemaal goed was, het leek op zo'n vierkant Viking doek in plaats van een echt zeil waarmee je kon sturen. Mama heeft toen geholpen, want daar was ze goed in, naaien.

Ze had al een een keer een echt Ivanhoe pak voor mijn verjaardag gemaakt. Dat was zo mooi, al kriebelde het vreselijk omdat het was gemaakt van wol. Niet zoals wat Roger Moore droeg neem ik aan.

Maar het zeil was niets op aan te merken, zo ging ik het meer op! Steeds hozen natuurlijk want het bootje was zo lek als een mandje. Weer voorbijgangers die zich er ermee bemoeiden, dat de bodem uit mijn bootje kon vallen en ik zou verdrinken. Ik was het met mam eens, waar bemoeiden die mensen zich toch mee?


Toen de zomer voorbij was, kwamen we nog een keer naar de caravan kijken en mijn zeilboot was naar de bodem gezonken. Tja, dat was te verwachten.

Het volgende voorjaar verplaatsten we de caravan naar Zandvoort, waar mam een prachtige plaats kreeg aangeboden, direct aan de duinen gelegen. Afspraak was wel dat we een andere caravan zouden kopen, die van ons was ook te klein als stacaravan en we konden hem toch niet trekken met onze auto. Want we hadden ook geen trekhaak.


Dus moesten we de oude caravan verkopen, spannend hoor! Advertentie gezet, en er kwamen twee kopers tegelijk kijken. Wat nu? Ik wachtte buiten terwijl mama de ene kant van de caravan bezette met een van de mannen en GGG aan de andere kant hetzelfde deed met de tweede man. Toen het midden gordijntje open gingen was de caravan verkocht - aan beide kopers!

Zowel GGG als mamma hadden handen geschud op de verkoop.

Mamma:

"Maar dat is volslagen idioot, ik heb voor tweehonderd vijftig gulden meer verkocht dan jij. Waarom moet jouw deal doorgaan?"

GGG: "Ik heb mijn woord gegeven, dat breek ik niet."

"Ik ook."

"Maar jij bent een vrouw. Van jou moet hij het wel accepteren".

Dus hadden we aan de ene kant God-Gloeiende-Godverdomme die pas na vele beledigingen van negenachtennegentig super negenvijfennegentig maakte en ruzie maakte over de belachelijk hoge prijzen toen we een keer Chinees gingen eten, die voor tweehonderd vijftig gulden MINDER wilde verkopen alleen omdat hij een man was.

Aan de andere kant mama die de waarde van geld kende en voor veel meer geld had verkocht. Maar zo is het toch gegaan. Want zij was tenslotte maar een vrouw.


Nieuwe tijden

Eindelijk kreeg ik een nieuwe leraar, Harry Van Harryvan.Dat was omdat de voorspelling van Van der Brandt, dat ik zou blijven zitten, was uitgekomen! Ik moest het jaar overdoen maar raakte op die manier hem wel kwijt.

Harry Van Harryvan kreeg direct onenigheid met Van der Brandt, en het ging over mij. Het eindigde met een soort weddenschap dat ik niet dom was OF lui en wel degelijk goede cijfers kon behalen.

Harryvan dacht helemaal niet dat ik lui was zoals Van der Brandt beweerde. Er was iets anders mis.

Harry vanHarryvan was een heel aardige man, zo'n leraar had ik nog nooit gehad. De manier waarop hij dingen uitlegde, begreep ik direct. Maar hij had een hekel aan vechten en hij zag mij aan het handwerk op het schoolplein en knikte zo van: Dat heb ik gezien hoor!

Later in de klas kwam hij erop terug:

"Ik wil je niet zien vechten. Waarom speel je geen basketbal?"

Er was inderdaad een basketbal veld op het schoolplein en ik zag daar altijd jongens spelen.

Ik speelde vaak met een gewone bal en kon hard gooien, heel goed mikken. Dat zou misschien helpen met basketballen. Ook kon je alleen spelen of met anderen, dat was een voordeel.

Zo immens was de invloed van mijn eerste normale onderwijzer dat ik inderdaad minder begon te vechten. Ook kocht ik een basketbal in V&D van het soort waar de echte spelers smalend naar keken. En ze hadden gelijk want het werd al snel een ei.

Ook was de maat en gewicht niet helemaal goed. Iets te licht, en iets te groot en het verbaasde mij dat ik zo'n klein verschil kon merken.

De topspelers hadden allemaal SuperK's en die waren duur. Ze mochten ook niet nieuw zijn, maar goed gesleten, want dan pas was de grip perfect.

Dus werd mijn armzalige bal altijd terzijde gelegd als ik met anderen speelde, maar wanneer ik alleen was moest ik wel met dat ei gooien.

Snel kon ik een beetje schieten en gooien kon ik al. Dribbelen kan je overal leren en ik liep op die manier naar en van school, en bleef vaak na schooltijd spelen.


De allerbeste basketballers gingen naar De Eerste Driejarige, en droegen van die mooie DED zwart-witte shirts en broekjes. Ze hadden allemaal ook een nummer, hoe lager het nummer, hoe beter de speler was. Ik kreeg nummer vierentachtig toegewezen, en zo was mijn basketbal tijdperk begonnen.





10

De watervrees fabriek


Ook kregen we voor het eerst zwemles in het Zuiderbad, dat al van verre stonk naar chloor. De eerste lessen waren misschien nog wel leuk, in het pierenbadje. Ik was gek op water, altijd al geweest. Zwemmen was wel aan te leren. Maar les drie was een heel nare ervaring.

De kinderen moesten in een rij staan, en werden een voor een in het diepe gesmeten. Je werd geduwd of aan een arm erin getrokken. Plons! En dan moest je jezelf maar zien te redden. Het gloor water drong diep in mijn neus en ik kreeg direct een paniekaanval. Daar kwamen de withemden met een stok met een lange haak eraan om degenen die half verdronken waren weer omhoog te trekken. Het was een gruwelijke ervaring.

Ik was in één keer doodsbang voor zwemles en water geworden. De volgende week was ik ziek. En de week daarna ook, het begon mam op te vallen, altijd op maandag. Maar ze vroeg niets en ik vertelde nooit iets over school. Ik moest toen wel naar school en dus terug naar zwemles. Uiteindelijk ben ik over de ervaring heen gekomen en ik behaalde al mijn zwemdiploma's maar de geur van chloor gaf mij nog jaren later een paniekgevoel.



Had mama dan toch gelijk?

Tijdens mijn basketbal periode speelde ik de hele dag op straat, bij de nieuwe RAI was een heel nieuw veld met vier banen. We spraken niet af, want daar kwamen altijd genoeg jongens spelen. Rondje draaien of wedstrijdje. Maar er kwamen ook toeschouwers.

Het waren geen Arabieren maar hun belangstelling ging niet naar ons spel, zoals we eerst hadden aangenomen, maar naar ons. Sommigen maakten vieze opmerkingen terwijl we speelden in onze korte broekjes. Anderen deden voorstellen met geld of ijsjes, snoep.

Waarom die viezerikken bleven komen was een raadsel want geen van de jongens ging er ooit op in. We hadden het te druk met ons spel en wat voor spelletjes die smeerlappen wilden spelen, liet ons koud.

Het vreemde was dat dit soort situaties niet beperkt bleven tot basketbal, nu werd ik op straat ook aangesproken door mannen met hetzelfde soort ideeën. Waar kwam dat nu vandaan? Ik snapte er niets van. Toen ik in een etalage naar een felgekleurde velours broek keek, zo een met brede pijpen, stond er plotseling zo'n geregenjasde huisvader vlak naast mij:

"Mooi hé? Wil je hem verdienen?"

Was dat nu een homo? Zo'n GGG type, hij had zeker vrouw en kinderen thuis.

Toen ik een keer naar huis liep, kwam een man die ik kende van de tv, hij begon naast mij te lopen en vertellen dat hij een idee over mij had dat misschien klopte, misschien ook niet. Had ik zin om met hem naar huis te gaan?

Ja, en dan mij aan de Arabieren verkopen zeker. Ik dacht het niet!


Caravanaten

Met onze nieuwe stacaravan hadden we veel meer ruimte, een echte keuken en chemisch toilet, van die piepkleine stapelbedden slaapkamertjes net als in Beltgraven. En direct uitzicht op de duinen, mam was zo goed in met mannen praten om haar zin te krijgen. Voor mij lag het geld lag op straat, of liever in de duinen wanneer er races waren op het circuit.

Ten eerste hadden we mooi uitzicht op de tientallen die geen kaartje wilden kopen en door de duinen moesten rennen om zwart te kijken. Daar kwam de politie te paard met lange zwaaistokken hun achterna zitten en zo mogelijk flink af te tuigen. Het was al een sport om naar te kijken. Veel spannender dan de races! Tot het moment dat de races zover voorbij waren dat de politie afdroop en iedereen z'n gang liet gaan.

Dan ging ik, maar later ook soms Ellen en Rob flesjes ophalen. Iedereen dronk cola of fanta uit glazen flesjes waarop statiegeld zat. Ik sleepte met grote tassen en rekken mee en sommige mensen vonden mij brutaal als ik hun flesje afpakte zonder te vragen.

Maar die wisten niet dat dit mijn gebied was. De meesten waren toch al bijna klaar, en als er een klein slokje over was dat ik netjes in het zand goot, dan kochten ze toch gewoon een nieuw flesje?


Dat statiegeld incasseren in de kampwinkel ging ook niet zonder problemen.

"Er zit wel veel zand in je flesjes." Ja, we zijn in ZANDvoort.

"Die hebben jullie toch niet allemaal hier gekocht?"

Dus soms moesten we wachten tot we boodschappen gingen doen en ergens anders inwisselen. Gedoe hoor!




Zantvoord (twee fouten, dus een 8)

Op een dag kreeg ik van een heel aardige jongen een briefje en een dubbeltje om het af te geven. "Ellen", stond op de envelop met harkletters.

Een kwartje later ging ik Ellen opzoeken bij onze caravan. Na opendoen van de envelop keek ze even raar naar de inhoud en liep er direct mee naar mam en ze lazen het samen.

"Zandvoort spel je zo niet". Zei GGG die altijd commentaar krabbelde in boeken, wat er allemaal fout was. Het was, dat wist ik best, van een vrijer.

Mam: "Ken je die jongen?"

Nee, Ellen kende hem niet. Misschien wel eens gezien, maar nooit meer gesproken. Ik snapte het niet, wat wilden al die jongens toch met mijn zuster? Ellen was toch gewoon maar Ellen? Ze had een rond hoofd met lang zwart haar en een heel smalle taille die haar heupen en bovenkant deden wulpen. Wat zagen jongens in haar?

Ellen schreef een briefje terug onder toezicht van GGG waarin alle taalfouten stonden genoemd, en dat ze geen interesse had om met hem "uid te chaan in Zantvoord". We schreven "andwoort" op de buitenkant en een dubbeltje rijker ging ik weer op pad om het briefje af te leveren. Familieprijsje.

Een paar dagen later stond er een andere jongen met een briefje, deze keer zonder spelfouten. Ik verdiende geld genoeg die zomer.

Ik had ook een vriendje, Harrie, die twee keer zo breed en anderhalve kop groter was dan ik.

Roodachtig haar met sproeten. Zijn betalingseenheid was "broodje haring". Hij maakte weddenschappen om broodjes haring, iets kostte in de winkel drie-en-een-half broodjes haring.

Bij een kermis stand kostte het een half broodje haring om foto's te schieten. Hij verloor twee broodjes zonder te raken. Maar ik miste niet! Op de foto is z'n stomme verbazing te duidelijk zien. Al die jaren vat-geen-kou-boy-tje spelen met Frits waren toch de moeite waard geweest. Ik wist echt wel dat hij heel vaak allang dood was geweest.


Naar DED training was een behoorlijk eind fietsen. In die tijd had Ellen haar fiets opgegeven, en wilde hem niet gebruiken. Dus mocht ik erop fietsen, een mooie blauwe Raleigh maar wel damesfiets met handremmen.

De training zelf had mijn dynamo alleen maar nog meer opgeladen en op de terugweg besloot ik langs het water te gaan fietsen, dat had ik nog nooit gedaan. Het was donker en mijn fietslamp scheen mooi schuin vooruit. Ik fietste steeds maar harder en harder want er liepen geen mensen op dat pad 's avonds en auto's waren verderop in de straat.

Plotseling zag ik iets flitsen en begon de hele wereld te schudden! Helemaal geschrokken kwam ik uiteindelijk tot stilstand. Maar wat was er nu gebeurd? Een beetje verdwaasd keek ik rondom. Ik stond gewoon, fiets tussen mijn benen. Dus dat was oké. Vooruit en opzij, ook niets aan de hand.

Maar achter mij zag ik tot mijn stomme verbazing een stenen trap met vele lange treden. Naar beneden kijkend, beide banden waren lek! Ik was dus met enorme vaart de hele trap opgefietst, zonder te vallen. Onmogelijk, maar waar.

Toen moest ik naar huis lopen. Dat soort rare gebeurtenissen, was niet de eerste keer. Ik had al een keer in een park zo hard gefietst dat toen ik plotseling een paar jongens zag die ik kende, en op mijn remmen ging staan. Ook toen bewoog de hele wereld en ook toen eindigde ik rechtop met de fiets tussen mijn benen. Maar ik was helemaal over de kop gegaan!

"Wat een aankomst!" zei een van de jongens nuchter. En ik maar doen alsof het zo de bedoeling was.


Ondanks mijn energie was ik op school niet in het eerste team terechtgekomen, want alle plaatsen waren bezet. Door jongens die veel populairder waren dan ik.

Ons team had ook alles gewonnen, en ging voor de finale wedstrijd die de Dongeschool kampioen zou maken. Dus namen we geen risico, de leraren waren allemaal bezeten met het resultaat in het vooruitzicht.

Onze spelers kregen extra vrij om te trainen. Ons team was helemaal van top tot teen perfect aangekleed, en je brak je nek letterlijk over de SuperK's. Ja, dat was Amsterdam Zuid, Goudkust.


De hele dag van de finale was de spanning voelbaar. We waren op ons terrein, het andere finale team reisde uit eigen beweging naar ons toe.

Maar toen ze aankwamen, konden we onze ogen niet geloven. Waren dit onze tegenstanders, werkelijk? Hoe kwam zo'n zooitje ongeregeld in de finale? Ze droegen allemaal iets anders, en pasten op geen enkele manier bij elkaar. De spelverdeler was echt een klein manneke en er ging een grijns door de groep onderwijzers; kat in 't bakkie! Onze jongens konden nooit verliezen.

Ook het inspelen sloeg nergens op, sommigen liepen niet eens warm en de rest raakte niet veel.

De scheidsrechter floot en de wedstrijd was begonnen!


Ons team won de jump natuurlijk en ging in de aanval. Gemist, ok, jammer.

Zij de bal, een belachelijk geluksschot van de dwerg, van net voorbij de middenlijn, raak. Hoe was het mogelijk?

Goed, we stonden twee punten achter* maar dat was niet de eerste keer, we speelden juist beter met achterstand. *Drie punten van grote afstand bestond nog niet.


De volgende ging wel raak, we stonden gelijk. Maar toen verloren we de bal en stonden weer achter, en daar ging de dwerg weer. Nu bleek dat het geen geluk was, hij kon gewoon van die afstand schieten!

Hij was ook nog moeilijk af te dekken omdat hij zo klein was, ging er gewoon onderdoor. En hoe slecht dat ongeregelde zooitje ook bij elkaar paste, ze scoorden wel. Terwijl bij ons alles tegen zat. Toen de wedstrijd voorbij was, waren we met grote marge tweede geworden. En de onderwijzers waren allemaal in een heel slechte bui die middag, zelfs Harryvan.


Op school, tijdens les op een vrijdagmorgen. Ik hoorde de deur opengaan en de kinderen hielden een voor een hoorbaar hun adem in. De jongen naast mij stootte mij aan: "Kijk 's! Daar komt een hoer binnen!"

Ik keek op en zag mijn moeder met GGG daar staan. Ze waren nog nooit op school geweest tijdens gelegenheden waarbij ze verwacht werden, nooit bij besprekingen of mijn schoolreisjes.

Maar hier waren ze dan.

Mama had werkelijk een enorme lading make-up op en een blonde pruik, valse wimpers en licht bruine leren handschoenen.

Ik kon de combinatie van poeder en parfum ruiken waar ik zat, zo omvangrijk was de omringende wolk. Mijn gezicht werd rood als een kreeft, terwijl het gemurmel door de klas ging. Toen wenkte ze in mijn richting en hoe graag ik ook wil doen:

"Wie ik?" alsof ik die mevrouw helemaal niet kende moest ik wel opstaan en meegaan.

Was dit de reden dat Rob zo kwaad was geweest die keer dat we hem kwamen opzoeken?

"Wat is er?" bracht ik ademloos uit.

"Niets, we komen je gewoon halen want we gaan naar de caravan. Je onderwijzer zei dat het mocht." Het duurde wel een uurtje voordat mijn wangen een iets normalere kleur hadden, we waren inmiddels lang voorbij Haarlem.

Die maandag zou ik mijn best doen om de schade te beperken. Ze zouden vragen:

"Wie was toch dat vreselijke mens die je kwam halen?"

"Oh, dat was mevrouw Vogel, onze buurvrouw. Die is niet helemaal goed."

"Ok, we dachten al dat het je moeder was!"

"Haha, nee natuurlijk niet. Mijn moeder heeft zwart haar, net als mijn broer en zuster. Je kent Ellen toch?" Want die hadden ze wel eens gezien dus dat kon lukken. Ik moet wel iets proberen want deze schaamte was ondragelijk.



Kinderwerk

Op de camping was ons toilet een soort emmertje met wat geurstof erin zodat het niet teveel zou stinken. Het moest regelmatig geleegd worden. Ook moesten we water halen. Allemaal kinderwerk. GGG had ergens een trek-karretje gevonden en we hadden drie enorme jerrycans, een plastic, twee waren groen metalen legercans.

Dat moesten we normaal met z'n drieën doen maar Rob was er niet bij, dus Ellen en ik namen twee jerrycans op het karretje en ik ging terug om de derde te halen. Die vloog door de lucht onder de uitroep;

"God-Gloeiende-Godverdomme!"

Met een enorme knal landde de zware leger jerrycan vlak naast mij, ik kon de wind voelen. GGG dacht namelijk dat we die waren vergeten. En dat maakte hem nijdig. Natuurlijk was het puur geluk dat hij mij miste, maar zo heel erg gelukkig voelde ik mij ook weer niet.


Dat emmertje met poep en pis was helemaal moeilijk mee te nemen de heuvel af en weer op. De minste beweging bracht de inhoud aan het klotsen en dan moest je even heel stil staan. Op die manier was het voor ons kinderen echt een enorme afstand.

Dus deden we het apart want samen met water halen, dat ging niet.

Een keer, geloof het of niet, ging GGG met de emmer lopen, naast mij. Onvoorstelbaar! En ja hoor, onderweg waren jongens aan het voetballen, en met een harde welgerichte schop ramde de bal de emmer, de deksel vloog eraf en de inhoud spoot over de benen van GGG die zijn naam meer dan waar maakte.

De jongens stonden meer dan een beetje te lachen, want die konden toch sneller lopen dan hij.


GGG ging daarna nooit meer met de emmer lopen. Ook waren er volwassenen die niet konden begrijpen dat kinderen zo'n last van drie jerrycans water moesten zeulen, en dan kregen ze het standaard antwoord dat ze zich beter met hun eigen zaken konden bemoeien.

Ook hier op de camping werden vriendschappen onverwacht gesloten en verbroken. Een buurman trok zijn trainingspak aan elke keer dat er voetbal op de tv was, alsof hij zelf ging spelen. Dat was niet het enige dat vreemd aan hem was.

Zijn vrouw was hoer geweest en hij haar beste klant. Nu kreeg hij waarschijnlijk wel korting, zou ik hopen.

GGG en mam vonden dat allemaal heel interessant en stelden allemaal vragen die dat oude lelijke mens al te graag wilde beantwoorden. Even plotseling als de vriendschap was begonnen, was het ook weer voorbij.


We waren ook vrienden met andere buren waar een einde aankwam omdat Rob problemen kreeg met een buurmeisje. Ze riep dat hij haar had aangeraakt. Rob was kwaad want dat was ook niet echt waar of ze had er zelf om gevraagd. Ellen was een beetje getuige, en ook een beetje niet. Heel onduidelijk allemaal.



11

Logeren


Mijn nieuwe vriend heette René en hij was ook een stuk groter dan ik, maar niet zo groot als Harry, want dat was niemand.

Zijn ouders hadden een hele luxe caravan gekocht, beneden aan de heuvel. De moeder van René stelde mij wel veel vragen. Of we altijd water moesten halen en hoe het thuis was, wat we aten. Heel raar hoor.

Maar een paar dagen later kwam ze naar buiten om te vragen of ik deze zomer bij hun wilde logeren. Ik was even heel stil want ik wist het niet. Een ander huis? Andere familie? Als het daar niet zo goed was als bij ons?

Ze woonden in Hilversum en René begon mij te vertellen dat we dan elke dag gingen zwemmen - of naar de film. Maar hoe was dat mogelijk? Dat was toch onbetaalbaar, zelfs voor hele rijke mensen.

"Ik weet niet of dat mag." Dat was nog wel de makkelijkste uitweg, al wist ik wel beter. Mam en GGG kon het weinig schelen waar ik was en wat ik deed. Ik mocht overal heen zolang mensen maar niet bij ons binnenkwamen.

"Ik heb al met je ouders gesproken en ze hebben al toestemming gegeven." Ouders! GGG was toch geen ouder.

Het was een raadsel, ik kon mij niet voorstellen dat René zou liegen, en maar ook niet dat het de waarheid kon zijn. Dus ging ik logeren.


Hilversum

"We doen onze fietsen niet op slot, hoeft niet hoor!" En ze werden echt niet gestolen zoals in de Slaakstraat, laat staan Oud Zuid. Dat spaarde veel tijd om gewoon van je fiets te kunnen springen en naar binnen te rennen. Of naar buiten en flits- weer weg.

Deze familie woonde in een vrijstaand huis, waar je dus omheen kon lopen. Alles was mooi en duur! Ze hadden helemaal geen plastic over hun meubels heen, toch was alles schoon gebleven.

En René had niet gelogen, we gingen werkelijk bijna elke dag zwemmen in een prachtig zwembad. En naar de bioscoop! En ijsjes eten.

Zijn moeder gooide met geld, elke dag kregen we meer als het op was. Heel lekker eten elke avond en ik hoefde geen fruit te kopen, want dat lag overal en je hoefde niet om toestemming te vragen. Bij ons thuis was nooit enig fruit te vinden, dat kochten ze niet.


De moeder vroeg ons aan tafel hoe onze dag was geweest, net alsof we volwassen waren. Dat gebeurde thuis nooit. René maar kletsen over dit en dat en iedereen luisterde naar hem!

Alleen zijn vader zei weinig, en was ook heel vaak weg, ook 's nachts. Hij had een platenmaatschappij. In huis rookte alleen de vader, maar nooit in de woonkamer.

Het was een mooie zomer.

René speelde wel erg de baas in het zwembad, hij was ook ruim een jaar ouder dan ik.

"Je moet zo over de rand het water in, en niet springen. Duiken!" En ook van de springplank want hij bleef net zo lang zeuren tot ik het deed, en daarna deed ik het elke dag. De maand vloog voorbij.

Toen mocht ik weer terug naar huis. Het was wel even wennen. Ik had misschien best in Hilversum willen blijven wonen.


Vechtuh2

Rob en Ellen gingen niet vaak meer mee naar de caravan, dan was ik daar alleen met GGG en mam. 's Nachts hoorde ik hele nare geluiden uit hun gedeelte dat alleen was afgescheiden door zo'n rubberachtig gordijn.

Mamma, met een heel raar kleine meisjesstemmetje: "Oh ik wordt vastgehouden!"

GGG: "Grom grom!"

Het was gelukkig heel snel voorbij. Mam: "Oh" En een heel diepe zucht.


Toen ik dat later Ellen vertelde zei ze dat ze daarom niet meer naar de caravan wilde gaan, juist vanwege die geluiden. Ze bleef liever alleen in de Slaakstraat.

De volgende morgen leek GGG vrolijk, maar op een hele rare manier. Hij grijnsde zonder reden en liep maar steeds te giechelen.

"Ik heb zin om te vechten!" kondigde hij aan in de auto. Wat moest ik daarvan denken, want in de regel waren wij kinderen het doel van al het geweld.

Maar het duurde niet lang totdat we in Zandvoort waren. En in een winkel woorden kregen met de eigenaar.

"Vuile hoerenloper!" zei GGG "Die augurken zijn twee cent te duur!"

Met praten kwamen beide heren er niet uit en op een gegeven ogenblik duwde de eigenaar GGG de straat op en ik volgde trouw met twee tassen vol met boodschappen. Hartstikke zwaar hoor!

"God-Gloeiende-Godverdomme dat is gore afzetterij!" ging GGG in het openbaar verder.

De eigenaar was het daarmee niet eens:

"Lazer toch op klootzak! Met je twee centen."

Er gingen kijkers om hun heen staan, mannen, vrouwen en kinderen die ook aan het winkelen waren

En toen begonnen beide mannen heel raar te doen. Bij ons op school was vechten echt vechten, we werkten elkaar tegen de grond en gingen daar verder. Deze mannen begonnen tegen elkaar te bonken met hun schouders! Zoiets had ik nog nooit gezien.

Bij Bonanza en Rawhide sloegen ze elkaar gewoon bewusteloos, dus dan had GGG eindelijk z'n zin.

Want dit was toch geen vechten? Het leek meer op twee zwangere klipgeiten met een meningsverschil wie de grootste uiers had. Bovendien, de eigenaar bokte GGG op die manier steeds verder achteruit, richting Boulevard.

GGG deed wel z'n best, maar dit was een volwassen kerel dus dat viel vies tegen. Hij had een hele verbeten uitdrukking op z'n gezicht en probeerde het echt. Maar nee, tegen kinderen ging het veel beter. Hij had Frits wel eens van de trap geduwd maar die was niet zo groot als deze man. En wij werden regelmatig geslagen, maar nu verliepen schermutselingen heel anders.

Ik pakte braaf de boodschappentassen op (zwaar met al die potten te dure augurken) en begon hen stap voor stap te volgen. Toch uit beleefdheid steeds weer de tassen neerzetten om stoot voor stoot de uitslag afwachten, voor het geval dat we de andere kant opgingen. Maar GGG verloor elke botsing, de hele weg naar de Boulevard.

Eenmaal daar aangekomen kwamen beiden tot dezelfde conclusie, dat het zo wel genoeg was geweest. Nog een scheldwoord hier en daar, maar ze waren buiten adem.

De eigenaar wandelde voldaan terug naar z'n winkeltje en wij stonden daar eventjes op zoek naar een manier om te verklaren dat dit geen verloren gevecht was geweest. Ik gaf die poging maar op, en GGG stond weer raar te giechelen als een meisje, nam een van de tassen en we liepen samen zwijgend naar de auto.


Die Ouwe's RAI

Basketbal wedstrijden werden vaak gehouden in de oude RAI. Een houten gebouw, ja werkelijk alles was van hout. Vloeren, wanden, daken en kleedkamers.

Het was de bedoeling geweest dat het maar een paar jaar zou staan, maar de bouw van de nieuwe RAI duurde langer dan verwacht.

Dus warmlopen met de eeuwige basketbal voor wedstrijden. Even wennen aan de houten vloer want we trainden op beton. Ik kon heel goed schieten op afstand en dribbelen.

Maar ik kwam in het derde DED team terecht tussen de kneusjes, net als Mick. Wij konden beiden schieten en dribbelen, en ook wel een beetje spelen. Als team bakten we er niks van. Het derde verloor elke wedstrijd en wonnen alleen als tegenstanders niet kwamen opdagen, dus op die manier werden we nog een keer tweede in een toernooi. Op school speelde ik ook tussen idioten in het tweede team. Hopeloos, want die lieten de bal gewoon uit hun handen vallen en konden niets raken.

Mam: "Je weet toch wie de oude RAI heeft gebouwd?"

Dat wist ik niet.

"Je grootvader! Zonder architecten heeft hij het hele gebouw ontworpen en zijn bedrijf deed de bouw."


Nadat Willy Knip half Rijksmuseum had geschilderd en GGG onderdirecteur was van de ADM, was ik voorzichtig met dit nieuws verder te verspreiden. Ik had inmiddels al genoeg voor schut gestaan.


Bloedzuigers

Ik had heel regelmatig last gehad van mijn amandelen, en ook altijd problemen om die grote levertraan pillen te slikken, dus gingen we met een arts praten.

Enige tijd later werd ik naar een huis gebracht met de belofte dat ik later ijs mocht eten. Daar aangekomen werd ik in een stoel vastgezet en toen ging GGG weer naar huis. Ik moest aan een lampenkap ruiken en raakte bewusteloos.

Hoe lang, dat weet ik niet maar ik werd thuis wakker in mijn eigen bed. Ik probeerde te slikken maar dat deed onvoorstelbare pijn, spreken ging ook niet. Wat hadden ze toch met mij gedaan? Ik kreeg een bloknootje om te schrijven maar de pijn was ondragelijk. Een bakje ijs maakte dat niet beter.

Ik herstelde na enige tijd en kon weer praten, de pijn was minder geworden. Maar in plaats van dat ik minder problemen had met mijn keel, was deze nu bijna voortdurend geïrriteerd. Helemaal tegen rook kon ik niet meer tegen.

Mijn amandelen waren niet geknipt, maar geslacht door Jules de Korte met een kettingzaag.

Ja, mijn amandelen waren voorheen soms ontstoken, maar ze boden ook een natuurlijke bescherming. Nu stond niets infecties nog in de weg.

Mijn hele leven, wanneer een neus-keel en oorarts mijn keel onderzoekt, barst de man uit in tranen, zo erg is het slachtveld.

Maar zo was de medische wetenschap in die tijd. Waar je last van had, dat sneden ze weg. Je moest maar dankbaar zijn dat je geen pijn in je arm had. Of nog ergens anders dat je wilde behouden.

Ik was hierbij genezen van doktersbezoek.



Op het strand

De volgende zomervakantie wilde ik niet meer in de caravan, maar zelf in de oude GGG tent gaan kamperen, op het strand. Mam:

"Ik weet niet of dat mag, hoor. Ik zie dat nooit."

GGG: "Overdag mag wel, maar je moet elke avond weer afbreken."

Dat hielp mij niet, want het strand en de duinen waren prachtig, maar de nachten, er waren die vervelende geluiden in onze caravan soms. Daarna lag ik wakker en kon niet meer slapen.

Maar als ik enige hoop had gehad dat een van hen samen met mij zou uitzoeken of het mogelijk was, dan kon ik dat snel vergeten. Toen ik er weer over begon zei GGG:

"Je kan zeuren wat je wil, maar je krijgt toch geen toestemming. Ja zeg, ze gaan voor jou een speciale uitzondering maken. Wie denk je wel dat je bent?"

Dus ik alleen naar het strand. Daar stonden de strandhuisjes, rij na rij. Ik sprak met de mensen die zeiden hetzelfde als GGG. Overdag mocht wel, maar dan elke avond afbreken.

"Maar jullie staan wel de hele zomer!"

"Ja. Daar betalen we voor, er komt een man voorbij van het kantoor, van de opzichters."

Dat bordje had ik wel eens gezien, een paar kilometer verderop. Dus op pad. Mick had al gezegd dat hij graag mee wilde doen met kamperen, dus dat was in orde. De eerste week kwam een ander vriendje van school, Ben, daarna kon Mick komen en ging Ben weer naar huis. De tent was niet groot genoeg voor drie personen.

Over de boulevard gelopen, lag het kantoor een stukje lager richting Zandvoort, ik liep naar binnen, en daar waren twee mannen aan het praten met elkaar. Na enige tijd merkten ze mij op.

"Kan ik je helpen, jongeman?"

"Ja, ik wil graag drie weken kamperen met een tent op het strand, bij Riché."

"Dat mag niet. Alleen overdag."

"Waarom mag dat niet? Het is toch hetzelfde als die strandhuisjes? Die staan ook de hele zomer! Wat is het verschil?"

De mannen keken elkaar aan.

"Hoe oud ben je?"

Ik was net twaalf geworden dus dat zei ik. Liegen kwam niet bij me op en ik wist ook niet of het in mijn voordeel was om jonger of juist ouder te zijn.

"Tja, we hebben dat nog nooit gedaan hoor. Ga je daar met meisjes in de tent? Of bier drinken? Dat kan niet hoor!"

Meisjes, Bier? Meisjes waren allang niet vies meer, sommigen hadden van die leuke ronde vormen die mijn vriendinnetje Eleonora helaas nog niet had. Bier was wel smerig.

"Oh nee. Met een vriend van basketbal".

"Geen feestjes met meisjes? We komen kijken hoor!"

Ik zou wel willen, maar Eleonora had ik al een tijdje niet gezien en haar ouders waren heel strikt, die mocht zeker niet mee.

"Geen meisjes of bier, we drinken alleen chocomel."

Daar moesten de mannen hard om lachen, een goed teken. Ze fluisterden even samen.

Toen zei de ene:

"Dan kom ik elke dag een gulden tien halen, en je krijgt elke keer een kwitantie, hoor. Als alles goed gaat mag je blijven."


Dus zetten Ben en ik zonder schelden de GGG tent op, althans een deel daarvan. We hadden alleen het eerste en het laatste deel, de dubbele slaaptent nodig. En daar kwamen die eeuwige volwassenen weer met hun betweterige commentaar:

"Je mag hier niet staan hoor, Je moet zo afbreken".

Heerlijk! Dan liet ik mijn briefje zien dat ik elke dag kreeg. Na een week vertrok Ben en was Mick gekomen, het luxe strandleventje ging gewoon door.

We kochten grote flessen Nutricia chocomel en aten van alles wat, maar niets gezonds, hoor. Mam en GGG kwamen maar een keer kijken, en ik ging zeker niet naar hun toe.

Heel af en toe betaalden we de toegangsprijs om naar Riche te gaan, want die hadden een zwembad met heel donkerzwart koud water. En twee springplanken en een meisje, Lisbeth uit de Kinkerstraat was daar ook. Ze droeg een vuilwitte bikini die haar jonge rondingen lieten zien.


Mick en ik raakten prompt daardoor van slag, en in competitie. Die avond zei hij dat hij "achter Lisbeth aan ging". En dat bleek geen loze belofte. Ik sprong van de springplank? Mick van de HOGE springplank, waar ik hoogtevrees van kreeg, zo hoog was die.

Maar Lisbeth sprak op dat moment met mij, dus toen Mick terugkwam met:

"Hebben jullie mij gezien?" Moest hij weer helemaal de stalen trap op en nog een keer zijn leven wagen.

Mick en ik speelde dus beiden bij DED en hoewel we normaal urenlang onafgebroken speelden, eerst voor de wedstrijd en dan nog daarna, misten we basketbal helemaal niet. In heel Zandvoort is geen basketbalveld te bekennen en we hadden onze bal niet eens meegenomen. We liepen naar het dorp, zwommen in de zee en niemand trok zich iets van ons aan, wat we deden, wat we aten.

Elke dag kwam de man van het kantoor, soms bleef hij even praten. Hij was heel vriendelijk en wilde soms in de tent kijken of we geen bier hadden liggen. Dan betaalden we hem en kregen ons gouden bonnetje. Toen de vakantie voorbij was, pakten we de tent in voor het volgende jaar. Want we mochten terugkomen!


Humbert

Het probleem voor mij als boekenwurm was dat ik steeds meer van Lolita kon begrijpen. Ik begon woord voor woord te lezen en kreeg plotseling een openbaring. Ik was zelf een Humbert!

Deze hoofdpersoon bleek exact dezelfde voorkeur voor meisjes te hebben en ik wist vooraf dat die nooit zou veranderen. Ik zou ouder worden maar mijn smaak zou hetzelfde blijven, dan werd ik een oude viezerik, net als Humbert.

Stiekem met zo'n afgezakte vrouw trouwen alleen om bij de dochter in bed te komen, zoals kon je ook van mij verwachten. Maar dat geluk van hem, dat die vreselijke vrouw een auto ongeluk kreeg, precies toen ze achter de waarheid was gekomen. Hoe moest ik dat voor elkaar krijgen?

Ik zat er echt over in want waar ik naar meisjes keek, ze waren allemaal van mijn leeftijd of jonger. Ik moest dus een doortrapte leugenaar worden en deze gruwelijke waarheid vooral met niemand delen. Het was een zorgelijk vooruitzicht.


Terug op school

Vakantie was voorbij. Harry van Harryvan heeft gelijk gekregen, mijn cijfers op school gingen inderdaad omhoog en ik kon zijn lessen meestal letterlijk herhalen, zonder daar enige moeite voor te doen.

Ik haalde voldoendes in mijn slechtste vakken en hogere cijfers voor geschiedenis en rekenen. Het probleem deed zich voor dat ik toch niet naar de HBS zou kunnen gaan omdat destijds mijn cijfers te laag waren en er geen plaats meer was.

Harry van Harryvan vond dat heel vervelend en kwam met de oplossing dat ik eerst een jaar naar de Mulo zou gaan voor een jaar en daarna alsnog naar de HBS, waar ik qua huidige cijfers thuis zou horen.


Ik voelde mij zelf niet erg betrokken bij deze verandering van lui of dom naar meer dan middelmatige leerling.

Want ik had er niets voor hoeven doen, het ging vanzelf en kwam door mijn onderwijzer.

Waar ik vroeger had gedacht hoe blij ik zou zijn met goede cijfers, dat gevoel bleef achterwege.

Inmiddels was ik erachter gekomen dat het thuis ook weinig uitmaakte.

GGG kreeg plotseling ander eten, mam maakte halfomhalf gehaktballen voor ons en iets anders voor hem, varkenshaasje. Het rook heel lekker,en zoiets hadden wij nog nooit gegeten maar mama zei:

"Ja, weten jullie wel hoeveel geld jullie kosten?" Dan vertelde ze hoe rijk GGG zou zijn als wij er niet waren geweest. En Rob die op kamers was gaan wonen had bijna niets opgebracht. Zodra hij ging werken moest hij ruim vijfenzestig procent van zijn loon betalen als huishoudgeld.

Hij vertelde dat hij meer geld overhield door op kamers te gaan wonen. Ellen werkte inmiddels bij een drogisterij en moest net zoveel betalen.

Ja, zei mam, GGG was miljonair geweest als wij er niet waren geweest. Nu wist ik inmiddels dat GGG helemaal geen onderdirecteur was bij de ADM, hij was gewoon onderknuppel boekhouder.

Stond ik weer voor schut voor de hele klas toen Harry van Harryvan gewoon de naam wist van de onderdirecteur en dat was geen Witbrood. Heel naar allemaal, want iedereen dacht dat ik een leugenaar was. Mam verklaarde met haar logica dat GGG maar een baas boven zich had, op één van de vele afdelingen met boekhouders! Bedankt hoor!


Ik kwam aan geld door handig te zijn, want erom vragen had toch geen zin. We hadden die grote boekenkast waar ik zo driftig in was gesprongen maar alleen de dikke boeken hadden voor mij leeswaarde.

Er waren ook een heleboel pocketboekjes die nooit iemand bekeek.

In de zomervakantie las ik ook wel eens domme blaadjes, G-man Jerry Cotton en dat soort, maar de taal was moeilijk te begrijpen. Soms moest ik het wel vijf keer lezen voordat het duidelijk werd.

"Vermits u denkt dat ik geel ben." kon na lang nadenken alleen een Belgische vertaling zijn van:

"In case you think I am yellow". Bang dus, haha.


Toen ik een luchtpistool wilde kopen, moest er geld komen, dus nam ik een grote tas en deed alle onleesbare pockets erin:

"Mamma, mag ik deze hebben?" Mam knikte afwezig dus hup, de tram in met die handel!

Dat soort knikjes van haar leverde mij al een keer een echte bontjas op, die ik op school had verkocht aan een vriendje die er absoluut een wilde hebben. Dat de sluiting andersom was en stonk naar parfum maakte hem niets uit.

Het was de mode voor jongens om zo een te dragen, maar een die ik niet wilde volgen, en hij zag er belachelijk uit in haar jas.

Op het Waterloop plein waren vele stalletjes met boeken, ik zag ook van die hele rare zoals we thuis niet hadden met tekeningen van gespierde Nazi kerels die op wat zwartleren kleren na bijna naakt waren. Waar sloeg dat nu op? Ik schudde mijn hoofd en liep verder totdat ik een opkoper had gevonden die genoeg wilde betalen voor het pistool en een doos kogels.

Daarmee schoot ik de hele muur in stukken en zette er steeds iets voor zodat niemand het kon zien. Behalve Annie-Luswel die natuurlijk schoon moest maken.

"Wat een herrie weer in Pers kamer, mevrouw!" want ze wist niet het verschil tussen geluid en rotzooi.

Annie-Luswel wilde altijd koffie en had een boerenslimheid:

"Riep U koffie mevrouw? Ik kon niet horen door de stofzuiger..."

"Nee, Annie. Ik had niet geroepen."

"Ja, maar dan is het niet te moeite om weer te beginnen, want dan roept u zo toch koffie."

Annie-Luswel werd een keer een tijdje ziek. Mamma begon zich zelfs zorgen te maken en ging haar bezoeken met een bosje bloemen. Ze kwam terug in een hele rare stemming. GGG:

"Wat was er, was ze helemaal niet niet ziek?"

"Ja, hoor ze had een griepje. Maar ik voelde me helemaal thuis in haar huis. Alles wat we hier gemist hebben over de jaren, dat staat bij haar thuis."

Toen werd er langdurig gesproken over hoe dit moesten aanpakken. Maar het vreemde was dat mam zich ongemakkelijker leek te voelen als bestolene dan Annie als dief. Ze kwam gewoon naar het werk en deed alsof er niets aan de hand was. Het resultaat was dat we niets ondernamen, althans mam en GGG deden niets.


Dus was het weer aan mij! Ik ging naar de feestwinkel waar allerlei lolligheden te koop waren.

Scheet kussens, kunstdrollen en valse snorren. Maar ik had in de etalage iets gezien dat echt toepasselijk was, namelijk mosterdbonbons.

Aangezien Annie alles lustte was dat een mooie wraak. Wel duur, maar ik kocht er drie en vertelde mamma van mijn plannetje. Dat ze ook wel leuk vond maar ze kon maar moeilijk een recht gezicht houden. Daar had ik ook zo'n last van!

Maar Annie was niet Annie-Luswel als het niet toch lukte. Haar vraatzucht was veel groter dan haar opmerkzaamheid en verstand samen. Dus;

"Er legge hier bonbons, mevrouw!"

Mam met een heel rare gezichtsuitdrukking:

"Ja, maar die zijn echt niet lekker, hoor."

"Annieluswel!" En daar vloog de eerste al onder haar neus, zo naar binnen. Kauwen, direct nog een. En de laatste was ook weg en toen pas:

"Ja, die zijn inderdaad niet zo lekker, mevrouw."

Annie-Luswel had vele mevrouwen, genoeg om de hele week te vullen. Daardoor verdiende ze veel zwart geld:

"Hoe lang is nu uw caravan, mevrouw?".

Want toen bleek dat die van haar natuurlijk langer en nieuwer en beter was.


Vergeten is menselijk

Op een dag in het voorjaar sliepen Ellen en ik op zolder, stonden op om te gaan ontbijten. En vonden de beneden deur gesloten! We klopten en riepen, maar er was niemand thuis. Wat te doen? We waren in onze pyjama's en hadden geen sleutel. Niets te eten of te drinken behalve water uit de gootsteen waar Rob altijd in piste.

Onder ons, op de tweede verdieping woonden een raar stel, broer en zus samen. Ze deden steeds de deur op een kier als we de trap op liepen om te zien wie het was.

Zelf kregen ze nooit bezoek. Ze heetten Kunst van achteren. Op de beneden verdieping woonde eerst de acteur André van der Heuvel met zijn vrouw. Maar hij was vertrokken en woonde nu ergens anders.

Zijn vrouw deed sindsdien altijd een beetje zielig. Begane grond woonde meneer Vogel (Igleviek noemde we hem want dat was Vogel in mijn babbeltaaltje). Een vervelende vent die altijd liep te klagen over alles. Zijn vrouw was wel aardig.

Dan maar aankloppen bij Kunst. Die waren stomverbaasd:

"Weggegaan? Zonder jullie? Waarheen dan?"

We vertelde dat we een caravan hadden in Zandvoort, misschien daar. Maar we wisten het anders ook niet.

Ze waren heel aardig en gingen direct aan de slag, bellen met camping de Duinrand.

In de tussentijd kregen we witte boterhammen met boter en suiker en een glas melk.

Na een paar uur kwamen mama en GGG aanbellen, met een wonderlijke grijns. Ze waren ons bestaan helemaal vergeten en zomaar vertrokken naar de camping. Soms is zelfs een spraakzaam kind sprakeloos.


Chinesen

De Witbroodse Slaakstraters waren nog nooit uit eten geweest. Mama wilde daar verandering in zien, dus op naar de Scheldestraat! GGG keek argwanend richting menukaart toen we zaten.

"Dat kan toch niet waar zijn?" Foe Yong Hai kostte drie gulden vijfennegentig. "Dat is diefstal!"

Mama: "Hou toch je mond. Dat is helemaal niet duur."

"Maar dan nog drinken ook, dat gaat een kapitaal kosten."

Omdat hij geen medeleven kreeg aan onze tafel, leunde hij naar die aan de andere kant. Hij keek een vreemde man aan, in de veronderstelling dat hij een lotgenoot had gevonden:

"Heeft u dat gezien? Drie gulden vijfennegentig voor een gerecht! Dan liefst nog soep ook, plus drinken."

"Misschien een toetje?" suggereerde de man, niet zonder humor.

"Jawel, dat kan er ook nog bij!"

"Hou toch je mond, man! We zitten hier voor schut!!" brieste mama.


Daar kwam de ober onze bestelling opnemen en dat maakte even een eind aan die discussie.

Maar na het eten, onderweg naar de auto, begon GGG weer opnieuw. Mama siste tegen mij:

"Kom mee!"

En voor zijn verbaasde ogen namen we toen een taxi naar huis. Dus moest GGG alleen rijden.

Thuis gekomen, een tijdje na ons, was hij een tijdje heel stil.

Mamma nam mij terzijde:

"Ik wil niet meer van die man afhankelijk zijn. Ik ga zelf mijn geld verdienen!" Ze had al eens eerder zoiets gezegd, maar deze keer was het menens.


De belangrijkste schoonheidssalon en opleidingsinstituut van Amsterdam was die van Lida Klap. Een dame die bekend stond als uiterst professioneel en lastig.

Mamma deed op een dag haar make-up, en liep naar buiten. Ze was de laatste jaren alleen maar van en naar de caravan geweest, en ging nooit ergens heen behalve af en toe familiebezoek.

Maar nu ging ze naar school om schoonheidspecialiste te worden. En dat was geen eenvoudige zaak.

Ik moest haar overhoren en leerde veel over het menselijk lichaam, allemaal in latijn. Ook maakte ik een tekening van opperhuid met haarzakjes, vetweefsel in kleur. Daar was ik de hele zomer zoet mee.







12

Stervensna


Het was helemaal donker in de zijkamer, alle gordijnen waren dicht en we mochten geen lawaai maken. Maar deze keer was het niet mam die daar lag. Nee, in de zijkamer lag GGG op een bed. Mamma sprak met zachte stem:

"Hij wil graag met jullie praten, een voor een. Dan mogen jullie alles zeggen wat je op je hart hebt, hij heeft veel spijt als hij iets verkeerd heeft gedaan." 

Wij snapten er niets van, en wat bedoelde ze met "als"?

Rob was thuisgekomen en mocht natuurlijk eerst. Dat duurde heel lang. Toen Ellen. Ook weer wachten, waar hadden ze het toch over? Wat was er aan de hand?

Met mam praten, daarvan werd ik ook niet wijzer. GGG was dus ziek, ging misschien wel dood? Ik wist het niet. Eindelijk was Ellen naar buiten gekomen. Daar stond ze even dom te kijken want nu was het eindelijk mijn beurt. Wat nu? Ze draaide weer om, richting deur en voor ik iets kon zeggen ging ze terug naar binnen:

"Ik was nog iets vergeten."

Op die manier was hij waarschijnlijk allang dood voordat ik mijn kans kreeg. Eindelijk was Ellen voor de tweede keer klaar en kon ik naar binnen.

GGG sprak met heel zachte stem in de donkere kamer;

"Ben jij dat Per?"

"Ja."

"Kom maar hier zitten, dan kunnen we praten."

Ik nam plaats op een krukje.

"Als ik iets verkeerd heb gedaan, moet je het zeggen hoor. Ik wil het graag weten."

Ik knikte maar zei helemaal niets.

"Je hoeft niet bang te zijn, vertel maar."

"Nou, je weet toen ik zei dat de slager dicht was, en jij wou dat ik toch ging?"

"Ja, zoiets."

"Toen ik terugkwam en zei: dat zei ik toch al dat hij dicht was, toen heb je me geslagen!"

"Is dat zo? Dat was heel verkeerd!"

"En wanneer ik naar zolder moet om iets te vinden, dan gaat dat nooit want ik weet niet wat je bedoelde, en dan roep je God-Gloeiende-Godverdomme!"

"Zei ik dat? Werkelijk?

"Ja dat zeg je ook als we de tent moesten opzetten. Of toen je tegen de boom reed. Of wanneer Pinky iets heeft gestolen.."

"Is dat zo? Zeg ik zoiets? Daar heb ik spijt van hoor." Maar zijn toon werd steeds ietsje meer ongeduldig dus hoewel ik nog veel meer wist om te vertellen, maakt ik er maar een einde aan. De man was duidelijk stervende.






GGG's begrafenis

Dus hij ging dood. Ik zag het voor me! We zouden Ansiedansie en de rest van zijn familie laten betalen voor een hele dure kist, en dan kochten we de aller- goedkoopste en staken het verschil in onze zak.

Het werd een vrolijke boel, want niemand vond hem aardig. We lieten alle pompbediendes komen die voor een paar centjes de voorruit moesten schoonmaken en "Dank U Meneer" zeggen. Ook die winkelier uit Zandvoort met twee cent te dure augurken.

Op z'n werk waren natuurlijk ook mensen die een hekel aan hem hadden, die lieten we allemaal komen. We zouden met z'n allen Halleluja zingen in de kerk en een leuk feestje maken. Echt leuke muziek waar hij niet doorheen kon praten. Cliff Richard en Elvis de Pelvis, dat soort.


Mam zou direct een leuke man vinden zoals Harry van Harryvan, misschien was hij niet getrouwd? En die nieuwe man was helemaal niet gierig en nam ons mee naar de bioscoop en zwemmen of naar een speeltuin.

Ook gingen we soms uit eten, natuurlijk. Geen gezeur over de prijs op het menu, hij betaalde gewoon. En :

"Hier kerel, een flinke fooi voor jou!"

De bediende zou hartelijk bedanken en het nog menen ook. Aan tafel thuis zouden ze vragen hoe onze dag was geweest, net zoals toen ik ging logeren bij René in Hilversum.

En als ik vertelde over Van der Brandt dan ging mijn nieuwe stiefvader hem helemaal in elkaar slaan. Geen raar zwangere geiten gebok maar echte knock-out stoten.

"Hier, pak aan, en nog een extra voor de moeite!" Daarna sloeg Van der Brandt nooit meer kinderen. Heus niet.


Ik zag GGG eens hardlopen in de regen, wat een mal gezicht was dat. Hij hield een hand voor de opening van zijn regenjas en liep met heel snel met van die rare kleine pasjes. Als een verse eunuch want ik had net gelezen over Keizerin Tzu Tzi, haar dienaar was er zo eentje. Ik nam mij voor, dat als ik ooit op die manier zou gaan hardlopen, dan sprong ik voor de trein!

Mijn nieuwe stiefvader liep natuurlijk hard als een echte vent, alleen omdat iemand oud is hoeft hij nog niet zo dom te doen.

Geen plastic over het bankstel meer. Want dat plakte altijd zo naar tegen mijn benen, ik, met mijn eeuwige korte broek, zomer en winter. Daar kwam dan ook een eind aan, we gingen dan samen naar de winkel, ik kon gewone kleren krijgen net als de meest verwende jongens op school. Ik kreeg ook een heel nieuwe fiets en mijn echte vader hoefde er niet eens voor te betalen.

Mijn eigen SuperK basketbal. En hij kwam kijken naar al mijn wedstrijden en nam mam ook mee. Zo kwam ze over haar angsten heen en nam geen Valium en Librium meer. Wat zou het mooi zijn. Ik kon bijna niet wachten.

Maar wat bleek? GGG ging helemaal niet dood. Hij moest alleen maar een operatie hebben. Een week later was hij weer helemaal de oude en moesten we boeten voor alles waar we over hadden geklaagd. Ellen zuchtte heel diep:

"En ik ben nog een keer teruggaan ook!"

En ik was ook diep bedroefd, want een ding was duidelijk, we kwamen nooit meer van die man af.



Operatie GGG

Hij lag in het ziekenhuis en we moesten hem bezoeken. We hadden inmiddels een Ford Taunus 12m gekocht, zo'n witte met rode bekleding. Dit waren onnodige details want andere kleuren bestonden niet.

Precies dezelfde kleuren zoals ons bankstel thuis.

Deze auto was heel gevoelig en als op de radio werd gezegd dat het ergens regende, wilde het kreng niet meer starten. Dat starten moest ook heel precies gaan, choke en zoveel gas, niet teveel of te weinig, anders verzoop hij. Maar niet in de zomer, of wanneer er wind stond of in het voorjaar.

Kortom, het was elke keer een loterij, de auto starten. In die wetenschap namen wij plaats, maar zoals verwacht kon mam het kreng niet starten. Er kwam maar een enkele G uit haar en toen gaf ze op. Starten ging niet.

"We nemen een taxi!"

Het probleem daarmee was, vertelde ze tijdens de rit, dat GGG absoluut niet mocht weten dat we een taxi hadden genomen, dus moesten we wel liegen om bestwil. We zijn met de auto gekomen, heel gewoon!

Bij het ziekenhuis aangekomen betaalde mam de chauffeur en we liepen naar binnen. Op de afdeling lag GGG met twee slangetjes die uit zijn neus staken. Het was een grappig gezicht.

"Zijn jullie daar?"

"Nee, we komen later." Mam deed de bloemetjes in het water.

"Ik hoorde jullie niet komen, zijn jullie wel met de auto?" Met zijn heel nasale stem die door merg en been ging. Zijn neus, toch al van formaat, wees een voor een naar elk van ons, met die rietjes die uitstaken.

"Natuurlijk! Hoe anders?" zei mama die toch heel goed kon liegen. Ik zou het zelf bijna geloven. Maar GGG niet:

"De auto wilde wel starten dan?"

Hij was als een hond met een been, hoe kon hij in godsnaam weten dat we niet met de auto waren gekomen?

"Wat een rare slangetjes steken uit je neus, Moet je daar soep mee eten?" vroeg ik onschuldig om van het onderwerp af te komen. Na het bezoek liepen we eerst een flink stuk voordat mam weer een taxi durfde te nemen. Met een diepe zucht ging ze zitten:

"Hoe is het mogelijk?"



Ontsnapping

Het hoofd van de school zagen we bijna nooit, maar zijn stokpaardje kwam eraan, veiligheid. Als je de klas was uitgestuurd voor een of ander, liep hij langs maar in plaats van te vragen wat je fout had gedaan (want daar dreigden onderwijzers altijd mee) had hij iets heel anders op zijn hart:

"Niet met je rug tegen de muur staan hoor, anders vat je kou!" En dan liep hij verder.

Nu was hij verschillende keren in elke klas geweest om te praten over brandalarm, wat we moesten doen en dat het alarm getest moest worden, eerst over veertien dagen, toen volgende week donderdag, toen over drie dagen, en nu morgen.

"En," herhaalde hij voor de zoveelste keer, "het is GEEN brandalarm test. Het is echte brand! Iedereen moet doen alsof het allemaal echt is, dus morgen staat de school in brand en jullie moeten allemaal, zonder paniek of rennen, naar buiten lopen. Is dat duidelijk?" Inmiddels wel, maar hij kwam toch nog een keer de volgende dag en we kregen het hele verhaal nog een keer dunnetjes over:

"Dus over een half uur gaat het alarm, dan staat de school in brand. Jullie weten wat je moet doen, toch?" En zo door naar de volgende klas.

Twintig minuten later keek Harry van Harryvan naar de klok:

"Ja zo direct gaat dus het alarm, dus het is niet de moeite waard om met iets nieuws te beginnen, ga maar lezen of zo."

En ja hoor exact om elf uur klonk het lawaai, eerst het alarm en toen van alle kinderen in alle klassen die hun stoel naar achter schoven en hun spulletjes pakte. "Rustig naar buiten lopen, niet rennen. Volg mij maar!" Maar daar kwam net de Van der Brandt klas aan en dus ging het erom wie voor moest gaan.

Dat deed Harry van Harryvan en de hele klas volgde hem, terwijl Van der Brandt liep te briesen van woede. Hup, naar buiten!

Op het schoolplein stonden alle kinderen doelloos elkaar aan te kijken, maar ik liep over het schoolplein richting uitgang. Onderweg kwam ik jongens tegen uit mijn klas. Eerst liep ik door, maar toen draaide ik me om:

"Wat staan jullie daar nog? Ik ga naar huis hoor".

"Dat durf je toch niet!"

"De school staat in brand, dus we kunnen hier niet blijven, toch?"

Een zeer kleine minderheid, namelijk twee jongens waren het met mij eens en die gingen ook naar huis. De rest wachtte tot het alarm voorbij was om braaf weer naar binnen te gaan. Ze hadden allemaal, als de schapen die ze waren, het nut van een brandalarm helemaal verkeerd begrepen.


Toch moesten we de volgende morgen linea recta naar het hoofd van de school toe, omdat we die middag gespijbeld zouden hebben. Wat een onzin.

De man leek niet zo gevaarlijk meer als ik vroeger had gedacht en keek mij zelfs vriendelijk aan.

"Waarom zijn jullie niet teruggekeerd, jongens?"

"Wie gaat er nu terug naar een afgebrande school?" vroeg ik voor ons groepje.

"Hoe bedoel je?"

"Wel, u zei steeds dat we niet moesten doen alsof het een oefening was. Dus dat hebben wij ook niet gedaan. De rest heeft juist wel gedaan alsof het een oefening was!"

Hij knikte een beetje: "Tja...."

"Als de brand echt was, wil u dan dat alle leerlingen op het schoolplein staan te wachten? Moet de brandweer er niet bij kunnen komen?"

"Tja. Daar zit wat in natuurlijk. Ga maar terug naar jullie klas. Zeg tegen Harry dat het in orde is, hoor."

En op die manier behaalde ik mijn eerste overwinning op de Dongeschool.



Kerstboom

Toen kerst eraan kwam hadden wij geen boom. Mamma had het er nu elke dag over met GGG.

"Ja hoor, hij begint al zwakker te worden."

"Waar heb je het over?"

GGG met z'n kunstgebit grijns:

"Die kerstboomverkoper. Hij heeft een grote lelijke boom staan. Elke dag ga ik er twee keer langs, voor - en na werk. Dan zeg ik, je hebt hem nog staan hé. Die verkoop je nooit!"

Mamma zuchtte:

"Koop toch gewoon een boom bij Leo de bloemenman, dan kunnen we gaan optuigen."

"Daar heb jij geen verstand van. De dag voor kerst ga ik op de fiets, om die boom halen. Let maar eens op wat de prijs dan is, die gaat elke dag omlaag!"


Dus moesten we wachten. Dozen met versiersels stonden doelloos in de kamer. Ingepakt in kerstpapier, onze geschenken ernaast. We wisten dat de goede cadeaus niet van mam of GGG kwamen maar van onze afwezige vader. Hij kocht ze niet zelf, maar stuurde geld waarvan een klein gedeelte naar onze ekado's ging, de rest in de zak van GGG.

De dag voor kerst kwam GGG later dan normaal gehavend de trap op, heel moeizaam. Hij hinkte ook.

"Wat is er met jou gebeurd?" De boom was inderdaad lelijk maar ook te hoog om rechtop te staan in onze huiskamer. Dus liggend nam hij de hele lengte van de kamer in en moesten wij erom heen manoeuvreren.

"Ja, die rotboom kwam tussen de spaken. Een paar keer. Maar ik heb hem mooi wel voor een gulden gekregen!" Mamma keek misprijzend naar het natuur-gedrocht:

"Hij is toch veel te groot!"

"Topje eraf misschien, of de onderkant."

GGG was namelijk heel erg handig, maar had vaak pech dat zijn goede werk:"wat mijn ogen zien maken m'n handen" niet tot zijn recht kwam. Meestal vanwege slechte materialen of onduidelijke instructies, en helemaal nooit zijn schuld want hij was juist heel erg handig. De boom was al niet mooi en nadat zowel de top als de onderkant verschillende keren moest worden aangepast;

"God-Gloeiende-Godverdomme nu past het nog niet!" hadden we eindelijk een soort ongeregelde kersttakken aan een boomstam. Pinky sprong er direct in en klom helemaal naar boven, die had ook geen hoogtevrees want we hadden een redelijk hoog plafond. Dat bleef hij doen, ook toen de ballen eraan hingen. Velen gingen kapot dus we moesten elke morgen voorzichtig lopen vanwege al dat dunne gebroken glas. Het was kerst bij de Witbroods.



Judo

Mama heeft besloten dat ik op judo ga. En waarom niet? Ik wilde het best proberen. De lessen waren in het Zuiderbad en ik kreeg zo'n katoenen pakje met witte riem. Het resultaat zag er wel echt uit. Andere jongens hadden riemen in kleuren, maar ik natuurlijk niet want die moest je verdienen.

Eerst afslaan leren, hoe je moest vallen zonder je pijn te doen, dan moest je met een arm de klap van de val leren afweren. Natuurlijk zou dat op straat waar mijn gevechten plaatsvonden minder goed werken, maar ja, toch een kans geven, dat judo.

Wat mij direct tegenstond was het lichamelijke contact, de lichaamslucht van andere jongens te moeten inhaleren. Echt heel onprettig, al die verschillende zweet- en andere luchtjes.

Nu leerde ik dat mijn ijzeren greep in feite een houdgreep was, eerste of tweede of derde houdgreep, afhankelijk van wat je tegenstander deed. Ook waren mijn natuurlijke bewegingen, tegenhouden en dan snel het gewicht van je tegenstander tegen hem gebruiken een deel van judo.

Toch, tijdens de eerste schermutselingen werd ik telkens tot de orde geroepen vanwege mijn onreglementaire grepen. Die kwamen van Jiujitsu of een nog andere sport en golden dus niet als judo score zei de trainer.

Wat een waanzin! Als je iemand tegenkwam op straat kon je toch ook niet roepen dat een bepaalde greep niet was toegelaten? Zat je dan minder goed vast met een niet - judo greep waar je niet uit kwam?

Maar ik bleef braaf proberen, al zag ik het nut er niet van in.



Churchill laan Bende

In het midden van de Churchill laan ligt een groene strook waar ik speelde vanaf het moment dat ik mocht oversteken. Andere jongens kwamen erbij en eerst speelden we Ivanhoe en later andere spelletjes die allemaal iets met vechten te maken hadden. Ik werd de leider van de hele groep, dus nu was die strook ons terrein.

Ik las boeken met militaire titels en die had ik ook nodig want als de hele groep niet bij elkaar was, en ik alleen was met een paar van hun, dan bleek dat iedereen mijn tweede in rang wilde worden.

Dus als getogen diplomaat, moest ik steeds nieuwe titels verzinnen. Maar telkens als de groep bij elkaar kwam, werden die met elkaar vergeleken, wat naar nou!

Was Adjudant nu hoger dan Sergeant? Kolonel of Luitenant-generaal?

We wisten het niet, dus dan verzon ik maar weer nieuwe titels om mijn assistenten rustig te houden.


Deze trouwe bendeleden deden pogingen om mij om te kopen met snoep maar dat werkte bij mij niet. IJsjes wel. We hadden twee broertjes, zonen van een B-acteur die vaak op de tv was maar nooit een rol van enig belang mocht spelen.

Dan de zoon van schrijver Jan Blokker, die tot ieders verbazing Jan heette.

Alphons had eens mogen spelen in een film met Ellen Vogel, waar echt niemand iets van snapte. Hij liep maar vliegmachines na te doen en zij was aan het wandelen, heel saai allemaal. Nu werd deze Alphons afvallige en begon een bende voor zichzelf.

Ze stuurden een dreigbrief naar mij, ze zouden mij in het Zuiderbad komen opzoeken en met z'n allen aftuigen. Vanwege de onwaarschijnlijkheid van die bedreiging werd plotseling iedereen heldhaftig.

"We komen allemaal en dan zullen ze ervan lusten!"

Maar de grootste held was ik.

"Niks daarvan. Ik ga alleen."

En de tegenpartij stond daar dom te kijken terwijl ik rustig naar judo ging en hun volkomen negeerde. Ze waren erg geschrokken dat ik alleen kwam en zoals verwacht, gebeurde er helemaal niets.

De overmacht van één tegen velen maakte echt indruk op iedereen inclusief mijzelf. Dat was de moeite waard om te onthouden, dat één persoon tegen meerderen sterker was dan de hele groep bij elkaar alleen, omdat hij hen trotseerde.



Judo2

Er liep daar wel een jongen rond waar ik heel erg bang voor was. Hij had het steeds over een gebroken arm die hij z'n tegenstander had bezorgd, hij was dus heel erg sterk. Gelukkig liep ik hem niet tegen het lijf!

Tegen de anderen ging het best wel goed, alleen degenen die veel zwaarder wogen of veel meer ervaring hadden, kon ik niet aan. Wel vervelend dat steeds aan je jasje trekken hoor. En die luchtjes.


Maar mijn geluk kon natuurlijk niet eeuwig duren en op een kwade dag pakte de trainer mij en hem uit de rij. Hoewel hij veel groter was dan ik.

"Beiden op je knieën zitten, ruggen tegen elkaar. Op mijn teken: beginnen!"

Enig angstzweet brak mij wel uit. Zou ik met een gebroken arm naar huis moeten?

Mam zou vragen:

"Waarom zit je arm in verband?"

Dan moest ik wel zeggen:

"Die andere jongen is helemaal uit z'n verband!" Ik kon moeilijk toegeven dat ik zo erg had verloren.

Maar liever liep ik natuurlijk heel naar huis. Dus worstelde ik even om zijn tegenstand te polsen met de bedoeling om op te geven en hem zo te laten winnen. Wat was dat nou? Hij lag mijlen open voor een nek greep! Wat een gekluns. Mijn angst gaf nog extra kracht, en toen ik hem eenmaal vast had.... geen enkele kans. Puur geluk dat dit ook nog een eerste houdgreep was, en dus geldig en hij moest aftikken.

Dat deed hij tot mijn uiterste verbazing, ik dacht niet dat hij zo gemakkelijk zou opgeven. Toen was er geen illusie meer over. Ik stapte naar de kleedkamer om nooit meer terug te keren. Geen judo voor mij!



Noekie

Mamma had besloten dat GGG niet erg populair was bij de kinderen, en begon een reclame campagne. Eerst bedenken, wat was er nu leuk aan deze man? Geen eenvoudige vraag. Ze was alleen met hem getrouwd omdat haar grote liefde, mijn afwezige vader haar had verlaten. En omdat ze absoluut wilde trouwen vóór mijn vader dat deed met zijn nieuwe vriendin, had ze GGG maar genomen.

Hij had een onprettig gezicht met een grote neus en een valse lach. Hij floot als hij kwaad was en sprak alleen vriendelijk als hij bang was:

"Heb ik iets verkeerd gedaan, agent?" Dat zijn tanden vals waren ben ik achtergekomen toen hij een keer Pinky achterna zat en zo zijn gebit verloor, onder de kast. Ze moet wel lang nagedacht hebben, wat is er nu on Godsnaam leuk aan deze vent?

"Ik denk dat we hem een andere naam moeten geven. Ik denk aan Noekie. Dat is een leuke naam, want hij heeft vaak een korte broek aan in de zomer, Noekie in z'n korte Broekie!"

Ellen en ik keken een beetje raar. Maar mijn vader is hij nooit geweest, ik heb dat altijd instinctief geweten. Ik wist niet wie wel, want onze echte vader was niet welkom thuis.


Nadat GGG, sorry Noekie en mam getrouwd waren, kwam een paar maanden later mijn vader langs om iets te bespreken. En Mam, die de twee mannen naast elkaar bekeek, kreeg een vreselijke hysterische aanval. De dokter kwam en gaf kalmerende middelen en op die manier bleef ze maandenlang opgesloten in haar slaapkamer, helemaal in het donker, dag en nacht. Valium en Librium.

Mijn vader was daarna niet meer welkom en na jaren helemaal wegblijven was hij onlangs begonnen een keertje per jaar in onze straat te parkeren.

Dan moesten de kinderen een voor een naar beneden om met hem in de auto te zitten praten. Het was z'n hele dure Citroën met leren bekleding en open dak.

Maar wie die man was, dat vertelde niemand. Misschien weer een oom of zo'n kennis die zou verdwijnen? Hij vroeg hoe het op school ging en dan loog ik maar wat.

Hij nam een keer een vreselijk kado voor me mee, een masker uit Indonesië, in heel felle kleuren, foeilelijk. De enorme oren kon je eraan en af schuiven en waren zo groot als schoteltjes. Wat moest ik daarmee?

Hij sprak heel netjes en had dure kleren aan. Een magere man die totaal niet wist hoe hij met kinderen moest omgaan. Hij sprak tegen ons alsof wij volwassen waren. Dat was prettig en op een vreemde manier ook weer niet.


Operatie Tuschinski

Al snel werkte mijn moeder voor Lida Klap, om zo voor haar school te betalen. Ze begonnen samen dagelijks sherry te drinken en ik kwam haar soms halen. Allemaal dames in witte jassen die serieus keken en elkaar masseerden.

En die Lida Klap zag er helemaal niet zo streng uit en sprak heel normaal met mij. Dat deden de meeste volwassenen niet.


Toen gebeurde er iets heel raars, want Lida Klap nam mij mee uit eten, en naar Tuschinski!

Ik snapte er niets van en ging als een mak schaap mee.

We liepen langs het imposante theater, ik was daar natuurlijk nog nooit geweest. Enorme posters met Thunderball de nieuwste James Bond.

"Daar gaan we straks heen, die ga je zien!" beloofde ze.

Ik begon te blozen van opwinding, want dat was meer dan een droom:

"Dat kan helemaal niet, Ik ben toch nog geen veertien!" Ze glimlachte als iemand die haar zaakjes onder controle had.

Op een nabij gelegen plein waar foto's van halfnaakte vrouwen met veren op hun hoofd in de ramen stonden, was ook een Italiaans restaurant.

Ik weet niet wat ik op mijn bord had, kon nauwelijks een hap naar binnen krijgen. Ik was een paar keer naar de bioscoop geweest in Hilversum maar er waren heel weinig kinderfilms voor alle leeftijden.

"De koe en de Gevangene" in het Frans waar we niets van snapten al waren er ondertitels, en die was super saai, over een man met een paardengezicht die met een koe ging wandelen.

"Fantomas" was een man met een blauw masker en dan moest je raden welke acteur de boef Fantomas was. Het antwoord was niemand, en een echt verhaal was er ook niet. Gewoon een beetje lopen en rennen achter elkaar. Ook weer in het Frans met ondertitels.

Dan was er voor de meisjes "Sissi", romantisch, dus ook vreselijk saai.


James Bond posters en foto's, dat was heel andere koek! Natuurlijk niet voor alle leeftijden. Hoe kreeg Lida Klap mij toch daar naar binnen? Er stonden altijd imposante mannen om mijn formaat kinderen af te wijzen.

Toen het eten eindelijk voorbij was, gingen we naar de bioscoop. Eerst nog eens de foto's bekijken en toen naar binnen. Kaartjes had ze al, en ja hoor, daar kwam een van die kerels die het kaartje moest afscheuren:

"Die is toch geen veertien, dat zie ik zo?"

Lida Klap sprak met grote zekerheid:

"Hij is klein voor zijn leeftijd, maar hij is echt veertien!" De man gaf een onverschillige knik,

"Als u het zegt."

Ik was al blij dat hij mij niet vroeg:

"Hoe oud ben je dan ventje?" Want dan zou ik niet goed kunnen liegen. Of erger; "en wat is je geboortedatum dan wel?"

Dan had ik natuurlijk gewoon een heel jaar moeten liegen. Ja, dat had best goed kunnen gaan.

Inmiddels liepen we mooi wel door de gangen, rood velours tapijt en messing verlichting, prachtig.

Ik besefte heus wel dat dit allemaal gebeurde omdat mijn moeder nooit zoiets met mij deed - of Rob of Ellen. Of mijn echte vader of GGG. Mam kon geen bioscoop in vanwege haar angsten. Dus was ik daar met een vreemde vrouw. Dat deed niets af aan deze fantastische belevenis. Thunderball was de beste film ooit!



Ik slaap dus ik wandel

Rob had het ouderlijk huis allang verlaten, en Ellen volgde nu ook. Beiden zeiden dat het deel van hun loon dat ze moesten betalen aan Mam en GGG zo groot was dat het goedkoper was om op kamers te wonen. Na huur en eten, hadden ze nu geld over.

Toen ik daarom weer in de benedenkamer sliep, gebeurde er iets vreemds. Plotseling stond mama midden in de nacht in m'n kamer te praten! Heel hard, alsof het overdag was. Alleen wat ze zei, sloeg nergens op en ze deed ook een paar keer het licht aan en uit.

Ik wreef de slaap uit mijn ogen. "Wat?!" Maar ze was alweer weggelopen. Een paar nachten later gebeurde het opnieuw en deze keer werd ik direct klaarwakker.

"Je moet morgen, eh zoals je weet doen, en dan ben ik zo weer terug."

Ze sprak totale nonsens, was dit nu slaapwandelen? Ik vonde het meer slaap rennen want ze sprak en bewoog heel gehaast door de gang. Ik hoorde haar ook de woonkamerdeur opendoen en daar een kort verhaal vertellen.

Ik werd heel angstig, want je mocht een slaapwandelaar niet wakker maken en ze keek ook heel eng uit haar ogen. De volgende dag vertelde ik haar wat ze gedaan had en ze was niet erg verbaasd. Het bleek dat GGG dat ook al had gezegd. Ik had het direct opgezocht:

"Ja, maar ik heb gelezen dat je een natte dweil naast je bed moet leggen, dan wordt je direct wakker."

En ik stond erop dat het gebeurde. En ze beloofde het plechtig. Een paar nachten later, daar kwam ze weer - geen dweil. Typisch mam.


Toen Rob zestien was geworden kreeg hij met veel kabaal een splinternieuwe brommer, die 's avonds werd afgeleverd, een Benelli. De hele straat kon het zien. Toen het Ellens beurt was kreeg ze een dure Raleigh fiets, prachtig in blauw. Maar tegen de tijd dat mijn zestiende verjaardag kwam, had GGG zijn lesje geleerd. Ze namen het geld van mijn vader aan om een nieuwe brommer te kopen en samen met mij kochten ze een gebruikte Batavus!

"Als hij ernaar vraagt, moet je zeggen dat hij nieuw is, hoor. Want hij is toch ook bijna nieuw."


Nu hadden andere jongens van die prachtige Kreidler Floretts, of Zundapps, helemaal niemand reed op een fietsenmerk brommer. Maar we gingen naar een gebruikte brommer handelaar en daar stond hij dus, de Batavus Whippet.

Ik moet zeggen dat hij er prachtig uitzag, met dubbele uitlaat en mooie kleuren rood en goud. Maar alleen twee versnellingen in plaats van drie en een heel verkeerd stuur. Maar dat zouden ze wel vervangen en GGG drukte heel erg door dat dit de brommer was die ik wilde hebben.



De geboden alternatieven, een ouwe Puch of Solex wilde ik natuurlijk echt niet. De dealer had wel een paar gebruikte Floretts maar die waren te duur. Dus dan de Batavus maar!

Toen ik leerde erop te rijden met een zeer ongeduldige GGG achterop bleek dat de voetrem voor de sier was, want die werkte nauwelijks. De brommer was ook heel langzaam (lui noemde ze dat) in optrekken en de derde versnelling miste ik ook. Maar als hij stilstond zag hij er gelikt uit, dat wel.

Snel kon ik er goed op rijden maar na een paar honderd kilometer reed ie niet meer. De motor liep, maar de brommer kwam niet vooruit. Om geld te sparen ging GGG zelf repareren en ik mocht toekijken. De nylon aandrijfrem in de motor was versleten, kapot gegaan. Dus de nieuwe erin zetten was niet zo duur. Maar het lukte GGG niet, want je moest waarschijnlijk eerst een van de tandwielen verwijderen om de aandrijfriem op zijn plaats te krijgen. Dus hij slaan met een houten hamer, zo kwam de beschadigde riem een beetje op z'n plaats.

Maar, natuurlijk ging die ook weer snel kapot en dan moest het weer overnieuw. Alles was beter dan laten repareren door iemand die er verstand van had, want dat was zo duur.
















13

Kerstfrontatie


Rob, Ellen en ik waren klaar met kadotjes uitpakken en optellen of niemand meer in waarde had gekregen dan een ander, ja het was weer eens kerstfeest bij de Witbroods!

Dit jaar was Oom Ad er ook en Ouwemimmie, Koos, Willy Knip, Ansiedansie met haar man.


De bel ging. Het was mijn echte vader, die normaal een keer per jaar altijd in zijn dure auto voor de deur geparkeerd stond, maar nu kwam hij voor het eerst in mijn leven binnen met zijn nieuwste vriendin.

Hij was lang en mager, keurig in een pak. Olijfachtig bruin en haar net zo donker als Rob en Ellen, met wat grijs. Het was onmogelijk in hem een vader te zien want hij was een duidelijk vrijgezellentype, zijn vriendin had rood haar en was heel mooi voor zo'n ouwe vrouw, dat kon ik wel zien. Ook dure kleren aan.

Ze sprak op een manier die ik nog nooit had gehoord, heel afgemeten woorden met hoogtonig gekrulde vraagtekens aan het eind van elke zin.

Beiden articuleerden op dezelfde manier, zoals een echtpaar na vele jaren.

Er ontstond direct een gespannen stemming. Ze gingen zitten, maar ondanks dat mijn vader pogingen deed om met iedereen gesprekken te beginnen, kreeg hij in het beste geval eenlettergrepige antwoorden. Zowel mannen als vrouwen keken sprakeloos naar zijn vriendin, die Mieke heette. Want die vonden ze allemaal zo mooi, maar ook en slet om met hem te komen.

Ik kreeg het gevoel dat hijzelf was uitgenodigd, maar zij niet werd verwacht. Het was een heel kort bezoek, ze dronken snel hun glas leeg en vertrokken enigszins gehaast. Zeker net zo blij van ons af te komen als omgekeerd.

De buitendeur stond nog open en wij stonden allemaal in de gang, zowel besluite- als bewegingloos toen Rob, zonder verdere aanleiding naar beneden riep:

"En neem die hoer van je maar mee!"

Mijn vader was al een heel eind naar beneden en rende weer naar boven en gaf Rob uitvoerig antwoord. Tot een handgemeen kwam het niet, maar het was een vreemde ervaring om die zo gereserveerde man kwaad te zien.

Toen ze echt waren vertrokken, begon iedereen Rob te prijzen voor wat hij had gedaan.

"Hoe durft ie, met haar te komen!"

Haar, Mieke was dus niet de vrouw waarvoor hij mama had verlaten, dit was een nieuwer product. Dus was degene waarvoor hij ons had verlaten, nu zelf verlaten. Ha!


Krijgt Noekie (eindelijk) op z'n broekie?

Omdat tijdens de races in Zandvoort allerlei mensen bij ons over het hek wilden klimmen, had GGG op die plaatsen prikplanten neergezet. Dit waren hele nare bossen met zwarte lange stekels die afbraken en in de wond vastzaten.

Ik kreeg ze verschillende keren in mijn voeten en benen. Maar dat was niet genoeg, mensen renden over ons terrein en sprongen over het hek en de prikbosjes heen, zoals ik ook deed om in de duinen te wandelen en te spelen.

GGG werd helemaal gek van die situatie en begon voorbijgangers te bespuiten met water en hen uit te schelden. Dat ging een paar keer mis.

Een gespierde vent begon op hem af te lopen met gewelddadige intenties, en ik verheugde me op een pak slaag voor onze God-Gloeiende-Godverdomme- Noekie.


Maar net zoals elke keer, om onbegrijpelijk redenen kwam mam ertussen om te sussen. Leugens vertellen dat GGG het zo niet meende terwijl hijzelf dom glimlachte als een hond die een drol op het kleed had gelegd, zo van; het zit nu eenmaal in mijn natuur.

"Ja juffrouw, maar uw vader heeft ons natgespoten, en staat ook nog te schelden ook. Dat pik ik niet!"

Juffrouw mam corrigeerde de vergissing niet, maar praatte net zolang op hen in dat GGG het niet meende dat de man maar doorliep.

En dat was niet de eerste of de laatste keer dat hij zo een verdiende afstraffing misliep.

Er stak een keer een man over op het zebrapad, en GGG begon te toeteren omdat het te langzaam ging, deed zijn raampje open om te schelden.

De man riep terug:

"Kom er eens uit!"

Dat deed GGG ook nog. Op hetzelfde zebrapad ging het schelden door. GGG's tweede favoriete scheldwoord kreeg een beurt:

"Hoerenloper!"

De man bukte zich en pakte heel rustig een fles jenever die hij net had gekocht uit zijn boodschappentas en sloeg die kapot op GGG. Hij miste z'n knar maar raakte hem op de schouder. En die fles brak in vele stukken.

GGG veranderde direct zijn toontje terwijl de man nog eens bukte want het geluk wilde dat hij niet een maar twee flessen had gekocht. Mama sprong op om haar met jenever besprenkelde man te beschermen.

Hoe ze het deed, ik weet het niet maar ze kon nu eenmaal mannen van alles overtuigen. De man deed de tweede fles aarzelend terug in de tas en sputterde nog:

"Uw vader noemde mij een hoerenloper en ik ben mijn vrouw altijd trouw!"

Later in de auto siste mam:

"Je had hem niet voor die fles hoeven betalen. Hij had hem tenslotte zelf kapotgeslagen!"

Op die manier waren er verschillende kansen om Noekie voor z'n broekie te zien krijgen, maar mijn moeder verpestte het elke keer. Wie het snapt mag het mij uitleggen!


Toen we vertrokken van de camping om naar huis te gaan zagen we verschillende mensen in paniek heen en weer rennen. Op de boulevard gekomen naderden we de kern van het lawaai. Een vrouw rende langs ons heen, sprong in haar VW en reed in het midden van kluwen van vechtende mannen, maar er waren ook vrouwen tussen. Een vreselijk aanzicht, begeleid door gekrijs van woede en gehuil van pijn. Wie vochten tegen wie? En waarom? We kenden niemand.

Wij wilden doorlopen maar GGG kreeg weer een vreemde uitdrukking op zijn gezicht. Hij cirkelde grijnzend om de mensenmassa heen op zoek naar iets. Eerst pakte hij een steen, maar die liep hij weer vallen in ruil voor een flink stuk hout die bij het hek lag. Daarmee gewapend ging hij ertussen lopen, op zoek naar iemand die zich niet meer kon verdedigen. Uiteindelijk gaf hij op en kwam terug naar ons. Mama had in opperste verbazing toegekeken, net als wij:

"Wat was je aan het doen?"

"Die steen was te klein, dat stukje hout was beter."

"Maar we kennen die mensen helemaal niet, en jij wil ze .... slaan?"

"Ik heb toch niks gedaan? Ik keek alleen even."

"Je keek even. Met een stuk hout in je hand." smaalde mam.

En dan lachte hij even in zichzelf.

"Dat snappen jullie toch niet!"

En eindelijk moest ik het met hem eens zijn.



Autoritje

Oom Ad zijn zoon Frederik was langsgekomen. Ik had hem nog nooit gezien en hij sprak ook heel slecht Nederlands, net als zijn moeder. Mamma zei dat hij doodsbang was voor zijn vader. Het bleek dat oom Ad en zijn vrouw ruzie kregen in de auto.

Hij vond haar tegenspraak vervelend en wachtte tot de auto bijna stilstond, zo'n honderd kilometer per uur en duwde haar eruit. Presto, de discussie was voorbij!

Behalve een gebroken pols en wat schrammen ging het redelijk met haar. En ze was het vanaf nu eens met alles wat haar man zei.

Zoon Frederik was weggelopen en mocht een paar dagen bij ons logeren.

"Je kan die jongen toch niet naar huis sturen? Als ie zo bang is?"


Oom Ad werkte nu als chauffeur voor de directeur van Rivella in Zwitserland, zo kon hij altijd in dure auto's rijden die niet van hem waren. Ook was hij buschauffeur geweest, allemaal in de tijd dat we kwaad op hem waren. Ik had medelijden met de arme jongen, hij was schuw en stil, alsof zijn toekomst bestond uit kommer en kwel. Dat kwam mij heel bekend voor.

Een paar dagen later kwam Ad zijn zoon halen, en was veel te vriendelijk op de stiekeme manier die ik zo goed kende van Van der Brandt en GGG.

Nee, natuurlijk zou hij Frederik niet straffen. Een duidelijk "hum" geval.

Toen tegen mij: "Heb je mijn auto gezien? Die doet tweehonderd tachtig!"

"Zo hard?" Speelde ik mee.

"Ach, als die politie Porsches mij proberen aan te houden, lachen! Want die doen twee honderd dertig met bloed uit hun uitlaat, harder gaan ze toch niet!"

Toen vertelde hij dat hij eens door een brandende vrachtwagen heen was gereden, omdat stoppen te gevaarlijk was geweest. Ja, oom Ad kon heel goed auto rijden.

Niet te verwarren met Willy Knip. Want niet alleen reed die zonder rijbewijs in een witte Daf, maar omdat hij bang was om de kromme bocht van de Amstelkade te nemen, wachtte hij geduldig met Ouwemiemmie en Tante Koos in de auto totdat het verkeer op de Churchill laan moest wachten voor het stoplicht.

Dan reed hij razendsnel tegen het verkeer de Slaakstraat in van de andere kant!

GGG werd ook door de garage "Pendaalridder" genoemd, dus autorijden was niet zo gemakkelijk als ik dacht.


Net vertrokken met de Ford Taunus 12M richting Zandvoort, want ja hoor, hij kon starten deze keer. Na enige minuten rijden, begon mam weer iets raar te ruiken. Was GGG weer kroketten aan het bakken? Maar ze had gelijk, daar kwam echt rook de auto in.

"God-Gloeiende-Godverdomme waarom kan nooit iemand zijn mond opendoen?" GGG stapte uit en brandde zich aan de motorkap;

"God-Gloeiende-Godverdomme!"

Wat bleek? GGG had, zonder het iemand te vertellen het briljante idee gehad de uiterst gevoelige motor van het vehikel liefelijk toe te dekken met een wollen deken.

Waardoor het kreng wel wilde starten tegen alle logica in want in Hamburg was toch mooi drie druppels regen gevallen. Het nadeel van zo'n deken is dat je hem niet moet vergeten want die gaat fikken als de motor heet wordt. En dat was precies het geval. Wij lieten GGG maar schelden want je raakt aan alles gewend. Het was moeilijk, maar niet onmogelijk voor hem om ons de schuld te geven.


Noekie's problemen in z'n broekie

Omdat ik als rechter uitspraak over alle volwassen onderwerpen moest doen, was er weer een geval, deze keer waren beiden partijen het echter eens.

Ja, GGG was impotent. Mam wilde weten wat ze moesten doen. Naar de dokter? Ze waren al naar verschillende rare genezers geweest maar die hadden niet geholpen. Mocht ze het nu doen met andere mannen? Wat dacht ik daarvan? Hijzelf zat er als lul bij, een die "het" niet deed.

Mama wilde nu met mijn echte vader praten, misschien wilde hij wel helpen met dit probleem.

Dat was een moeilijk vraag voor mij want ik wist onmiddellijk waar ze op hoopte, namelijk dat mijn echte vader braaf deze hiaat kwam invullen.

Ik mompelde iets over filmpjes die misschien konden helpen, maar omdat het ging over een onderwerp dat ik helemaal niet wilde bespreken met hun, namelijk sex, heb ik het hierbij gelaten.

Daarna hebben ze Ellen laten komen maar die wist blijkbaar niet veel meer. Later vonden we een zwart-wit filmpje waarin een zogenaamde tv omroepster haar blouse en bh uitdeed en haar borsten begon te wrijven. Het was volkomen belachelijk, totaal niet opwindend, zelfs niet voor mij.

Mijn echte vader kwam en luisterde met dezelfde afkeer en zijn reactie was ook hetzelfde. Ze moesten het helemaal zelf uitzoeken.



Exit Willy Knip

En zoals het altijd ging met personen waarvan het leek alsof ze altijd in ons leven zouden blijven - plotsklaps waren ze weg. Op een dag was Willy Knip niet meer bij Ouwemimmie thuis. Verdwenen zonder verklaring! Hij was er altijd en plotseling nooit meer.

In zijn plaats kwam al snel Alves, een gedrongen Portugees manneke met een stierennek. Waar ik de indruk had dat Willy er was voor Ouwemimmie, leek Alves bij tante Koos te horen.

Hij kon niet uitvinden of schilderen, wat Alves kon was eten. Nog nooit heb ik iemand naar een bord zien kijken alsof het een project was dat afgemaakt moest worden.

Hij schepte een enorm bord soep op en at dan twee zulke porties. Daarna ging hij pas echt eten.

Hij bekeek het bord van alle kanten, en viel dan aan waar het het minst werd verwacht. Daarna was er weinig af te wassen.


Alves had de nare gewoonte om met mij te willen stoeien, en op een heel onprettige manier. Het begon al snel dat hij mij wilde optillen door beide handen in mijn kruis te vlechten. Ik probeerde mij te verdedigen maar zo handig als ik was -, en ik vocht me liever dood dan die handen te moeten voelen, - ik kon hem niet aan. Dan zat de hele familie te lachen alsof het leuk was! Laat hij hun bij hun kruis pakken!

Een keer in de Slaakstraat ramde ik hem de hele gang door, links en rechts tegen deuren en muren aan, maar die vieze kerel liet maar niet los. Het regende daarna complimentjes hoe sterk ik was, maar niemand zag de werkelijkheid. Ook niet mijn moeder die altijd zo bang was geweest voor aanranders en kidnappers. Ik telde de dagen voordat die smeerlap vertrokken zou zijn. Dus bleef hij.


Autorijden 2.0

Mam reed met mij een keer naar de tandarts, en op de terugweg reden we langs een fietser. Althans dat was de bedoeling. Ik zag door de achterruit de man van z'n fiets vallen, en dat zag mam ook.

Maar ze reed hard door met een vertrokken uitdrukking op haar gezicht alsof het sigarettenrook was dat haar hinderde. Maar we voelden ons achteraf niet erg prettig erover want de man was misschien hard in aanraking gekomen met straat tegels.

Zij was niet de allerslechtse chauffeur, maar ook geen beste. Er was een vrouw in de Slaakstraat steeds alle vuilnisbakken achter elkaar omver reed met een hels lawaai. Want het waren in de regel nu eenmaal de mannen die auto reden en vrouwen kregen ze nooit ervaring want elk huishouden mocht zich zielsgelukkig voelen met één auto.

En je was je leven niet zeker als je op de tram stond te wachten, want soms reed er iemand dwars over die verhoging heen!


Zo'n week later ging de telefoon, een beetje vreemd gesprek later liet mam verbaasd met de hoorn in haar hand staan. De platgeredene had ons nummerbord onthouden en wilde komen praten.

"Praten? Waarover?" vroeg ik

"Ik weet het niet. Hij wil misschien een schadevergoeding hebben."

Maar ze was mijn moeder niet als ze niet ook deze man kon inpalmen. En zo ging het.

Een heel vriendelijke man kwam vertellen dat wat ze had gedaan niet goed was en dat ze dat nooit meer moest doen. We hadden zelf ook een kras op de auto van waar ze de fiets een duwtje had gegeven. Mam praatte weer lekker mee:

"Ja, je bent ook zo kwetsbaar, hé op een fiets. Ik zeg tegen mijn kinderen ook altijd dat ze moeten oppassen hoor!"

Ons excuus was dat we hem helemaal niet hadden gezien en al wisten beide partijen dat het een leugen was, hebben we het daar bij gelaten. Geen cent gekost, dus weer met een sisser afgelopen.


Ik had Harryvan Harryvan en de Dongeschool verlaten. Met een situatie die we al hadden besproken, mijn cijfers waren nu goed genoeg, maar er was geen plaats meer op HBS of Lyceum. Dus eerst een jaartje Ulo of Mulo en dan de overstap maken.

De nieuwe school was heel ver weg, en het was zowel driejarige Ulo als vierjarige Mulo, niemand wist het verschil, behalve dat de ene een jaar langer zou duren. Maar die beslissing hoefden we niet te maken het eerste jaar. Heel ontspannen allemaal.

Maar er zat een luchtje aan. In plaats van een leraar die alles deed behalve sport, kregen we nu een leraar voor elk vak. Dat was althans de bedoeling. Want toen de klassen begonnen, heerste er wanorde in de organisatie.

We zaten in 1c te wachten en al snel begonnen we ons te vervelen en lawaai te maken, en te vechten. Nu was er in die klas een heel grote kerel met rood haar, Johan geheten. Die begon direct met mij te stoeien en te vechten. Hij was echter zo groot en sterk, dat geen van mijn technieken enige indruk maakten.

Ik kon het moeilijk geloven, maar hij was een volwassen man, en ook nog een heel sterke.

Hij terroriseerde de hele klas maar vooral mij. Geen leraar die daar iets aan deed, of zelfs naar ons omkeek want die waren er gewoon niet. Na een week was het schema gezet, we gingen naar de klas waar we moesten zijn, en in de regel kwam er nooit iemand ons les geven. Soms stak een of andere invalfiguur z'n hoofd om de deur, zo'n twintig minuten na schema aanvang:

"Wie zijn jullie nu weer?"

Iemand zou zeggen dat we 1c waren, want geen van de onderwijzers kende ons, of leerde ons ooit kennen.

"Jullie moeten hier niet zijn!" Hij keek op een verfrommeld papiertje:

"Terugkomen om één uur voor algebra!"

En dan kwamen we terug en kregen soms les, maar meestal niet. Weer zo'n boodschap, terugkomen on half drie. We liepen naar de Hema en kochten gebakjes of zoiets en wandelden een beetje rond.

Zo ging het week na week. Meeste dagen hadden we twee of drie uur les, en de rest van de uren deden we maar wat.

Als we les kregen was de leraar voor het vak was er meestal niet, dus viel er iemand in die we nog nooit hadden gezien. Of zouden terugzien. De proeven werden wel op tijd gehouden, geen van ons had enig idee wat de antwoorden waren.

Ondertussen bleef grote Johan mij stompen uitdelen totdat ik er genoeg van had en hopeloos terug vocht. Maar ik was geen partij voor hem, dat was niemand.



14

007 the Red Panther

Nu Ellen op kamers was gaan wonen want ook voor haar was thuisblijven te duur geworden, ging ze zich verloven!

Haar vriendje was een rood-blonde vent die al druk bezig was om die haren te verliezen. Zijn hoofd scheen hier en daar al helemaal door zijn haren heen. Zijn vader was eigenaar van de drogisterij waar Ellen werkte en deze jongen zelf bleek totaal bezeten van James Bond. Waarom was een raadsel want hij leek meer op de Pink Panter dan een geheim agent. Toen we een keer de afwas deden (de tafel werd allang niet meer opgehesen), greep hij mij onverwacht van achteren met de woorden:

"Dit is wat James Bond zou doen!"

Ik draaide zijn arm op z'n rug en binnen de kortste tijd lag hij met dat bleke hoofd in het afwaswater. Ellen leek daarvoor al niet zo erg verliefd, maar nu zeker niet meer. Ze vertelde dat ze samen naar de West Side Story waren geweest maar niet terug wilde vanwege al dat huilen. Dat verbaasde me wel:

"Huilen, jij?"

"Niet ik, suffie, hij natuurlijk!"


Toch ging de verloving door. Mamma had twee flessen dure sherry opgedronken, die waren goudkleurig met imposante etiketten. Ze kocht bij Albert Heijn veel van de goedkope, want iedereen dronk sherry. Deze werden in de dure flessen gegoten en ik moest zorgen dat telkens als er een leeg was, die in het geniep opgevuld zou worden in de keuken, als niemand het zag.

Weer zalmsalade en toast, een echt verlovingsfeest. Iedereen bracht cadeaus want Ellen en de rode dakhaas hadden een lijst gemaakt.

Lekker brutaal maar de hele tafel stond er vol ermee. Ik vond het een prachtig idee, dat verloven. Dat had ze toch slim gedaan.

Kort na het feest werd de verloving afgebroken en was Ellen weer vrij. Dubbel vrij zelfs want ze was ook meteen haar baan kwijt.

Ze ging werken bij de Bijenkorf en binnen enkele dagen liet de reclamedirecteur foto's maken waar Ellens gezicht weerspiegelde in kerstballen.

Die foto kwam overal in de kranten te staan. Even was mijn zuster fotomodel, net als die stiekeme Ralph.


Names and Faces

Dennis was thuis gekomen! De jongste zoon van GGG kwam langs met een prachtig meisje, een echt fotomodel. Hij droeg een lange jas en zag er heel goed uit. Ik wist weinig van hem.

Als kind schreef hij zijn naam in alle boeken die hij tegenkwam, om aan te geven dat ze van hem waren. Mamma vertelde dat GGG Dennis het huis uit had gezet omdat hij in bed plaste.

Ik nam aan dat hij dat nu niet meer deed of z'n vriendin het niet zo erg vond als GGG destijds.

Dennis was drummer geworden en zijn band, Names & Faces die zouden optreden in Roeivereniging Amsterdam Zuid, een klein stukje van ons huis.

In dat gebouw dat leek op een schip, aan het water. Ik was daar vaak langsgekomen, maar nooit binnen geweest. GGG was vooraf een beetje stil want Frits was nu eenmaal zijn lievelingskind. Maar in een band spelen, zo iemand kenden we toch niet!

Die avond was geweldig, Dennis had al een enorme hit gehad met een andere band "Het" namelijk met: "Ik heb geen zin om op te staan" en deze Names and Faces was ook heel erg goed. Ze speelden vaak met Boudewijn de Groot, en groter dan de Groot bestond niet.

Na het optreden kregen ze overal applaus en felicitaties. De bandleden waren ook allemaal heel aardig tegen ons, de familie van hun drummer.

Maar ik kon merken dat de persoon waar Dennis Whitebread (want zo noemde hij zich nu) van wilde horen, GGG, niets had gezegd.

Dat viel iedereen wel op en er kwam op gegeven moment een onaangename stilte die GGG begon in te vullen. Het bleek dat terwijl wij van de muziek hadden genoten, hij op een vodje papier aantekeningen had zitten maken die hij nu ging voorlezen.

Het ging over de Engelse woorden die verkeerd waren uitgesproken, en wat er verder mis was, en dat was heel veel.

Mam maakte er een einde aan:

"Doe toch niet altijd zo vreselijk negatief. Die jongens hebben het toch fantastisch gedaan?" Mompelend liepen we naar huis, zonder Dennis.

Daarna had Dennis weer succes met de band Exception, en hij kwam af en toe langs, maar bleef nooit lang. En toen verdween hij weer helemaal uit ons zicht.


Even afrekenen

GGG had de rekening opgemaakt, wat het huwelijk met mam hem had gekost, met haar drie kinderen. Het was veel geld want Rob en Ellen waren heel snel het huis uitgegaan en hadden dus veel meer geld gekost dan ze hadden opgebracht.

Mam en Ellen keken samen met mij naar de rekening, GGG was echt een boekhouder want hij was niet veel vergeten, het kleinste detail stond erop.

Toch vond ik dat hij wel degelijk iets had gemist. Wassen, koken, eten, kolen en water halen, afwas doen. Daar had HIJ voor moeten betalen als hij geen vrouw en kinderen had. We maakten een tegenrekening en dikten het goed aan zodat hij mam geld schuldig was.

Het was een paar dagen werk, toen, bij het avondeten kreeg hij de tegenrekening gepresenteerd.

Hij keek een beetje raar.

"Haha" zonder echte humor. Noekie stond nu echt in zijn korte broekie.




Dat mens van Knef

Terwijl wij vroeger samen naar de radio luisterden, kregen we na een paar jaar elk een echte transistor radiootje van de afwezige vader, om ons in bed te verkneuteren met hoorspelen.

En nu hadden we nu een tv. Met afstandsbediening aan een dikke draad, die onder het kleed doorliep een box met drie knopjes. Er waren maar een paar tv kanalen waar iedereen naar keek. Dus was het gemakkelijk wat men de volgende dag moest bespreken. Behalve Bonanza en Rawhide was er een magere diversiteit aan showprogramma's die allemaal op elkaar leken.

Een of andere ouwe griezel presenteerde het debacle en dan werd altijd onder enorme gejuich een gerimpeld bejaard vrouwspersoon geïntroduceerd dat onder het uitbrengen van hese kreten een lange trap af wandelde.


Het kon zijn Marlene Dietrich, Edit Piaf, of dat mens van Knef, van voren Hildegaard geheten.

Ik observeerde dat tafereel in de wetenschap dat ik zelf toondoof was, maar het schrapen van een mes op metaal kon onderscheiden van gezang. Elke keer dat ik commentaar leverde, was het antwoord dat dat vrouwspersoon "heel goed" was geweest in de oorlog of zo'n moeilijk leven had gehad.

Ik had altijd een eigen mening die in de regel afweek van alle anderen, ook nu weer. Op de TV kregen dirigenten lang applaus voor iets dat iedereen kon doen, even met een stokje zwaaien.

De hele wereld was vol met idiote stigma's. Ik kon maar niet snappen waarom ze daarmee onschuldige kinderen moesten lastigvallen.


Anders dan Anderen

Mijn kleding kwam altijd van een ander, meestal wat Rob jaren had gedragen. Ik wist niet beter, al was het duidelijk dat er veel verwende kinderen op school waren die nieuwe kleding droegen - of nog erger, iets wat de mode was.

Zoals houtje touwtje jassen met capuchon. Grote zakken en beige van kleur. Zoiets had ik graag willen hebben maar kon ik niet vinden in de kast boven op zolder waar oude kleren werden opgehangen die niemand meer wilde dragen.

Daar kwamen wel mijn eerste lange broeken vandaar. Oh wat een verbetering om eindelijk een lange broek aan te doen, al was het een heel raar model ook nog eens met de rits aan de zijkant.

Maar in de spiegel zag ik er wel heel volwassen uit!


Een tijdje later kwam daar langzaam verandering in. Mam ging toen met mij naar een nieuwe winkel, Anders dan Anderen. Het was allemaal discount kleding: glanzende imitatie leren jacks en broeken en shirts van heel verkeerde materialen.

Maar ik was wel blij met mijn eerste nieuwe kledingstukken die nog nooit iemand voor mij had gedragen.


Het eerste jaar van de Ulo/Mulo was geruisloos voorbij gegaan. Niemand vroeg iets en ik had thuis mijn mond gehouden, zoals altijd.

Maar het eindexamen sloeg nergens op en korte tijd daarna kwam het hoofd van de school ons even officieel toespreken.

"Okay, iedereen is gezakt, behalve twee personen die het jaar al over moesten doen. Maar aangezien het niet jullie schuld is dat we niet genoeg onderwijzers hadden, gaat iedereen over naar het tweede jaar. Nu mogen jullie beslissen wat het gaat worden, drie of vier jaar. We hopen dat volgend jaar beter zal gaan. Dat was het!"

Ik liep de lange weg naar huis om te melden dat ik was overgegaan naar de tweede klas en dat ik niet meer naar die school wilde gaan, omdat we daar toch geen les kregen. Mam was verbaasd, maar scheen het te accepteren. Maar wat wilde ik dan wel? Daarop moest ik het antwoord schuldig blijven, want ik had geen idee.



15

Status quo ante Witbrood


Mijn metamorfosekwam zowel snel als onverwacht, in één zomer. Ik was geen Witbrood meer, mijn naam bleek Frensdorf te zijn. Een naam waar niemand om moest lachen. Geen Per maar Peter. En een flinke groeistoot later herkende ik mijzelf niet meer.

Een foto, genomen terwijl ik op een ligstoel voor de caravan zat te lezen liet een lang mager lichaam zien waarvan ik nauwelijks kon geloven dat het aan mij vast zat.

Niet alleen dat, maar ik ontmoette later een meisje waarmee ik op school had gezeten, en zij kon mij ook niet meer herkennen. Het was fantastisch.

Ik had mijn oude Witbroodse jas uitgedaan en was eindelijk mezelf.


Mijn leven zag er plotseling heel anders uit!

Mam was gekomen met een lijst van mogelijkheden en ik wilde wel naar een hotelschool, maar dat was in Zwitserland en kostte teveel.

Tweede keuze was om etaleur te worden. Dan moest je leren schilderen en decoreren, met je handen werken en je kon fantasie gebruiken. Er was maar een gigantisch nadeel. Het was een katholieke jongensschool. Geen meisjes!

Er was niets anders dat mij aantrok, dus met weinig opties ging ik voor een test naar de school en kreeg daar een proefstuk waarvan ik de uitslag niet kreeg te horen. Het was niet erg moeilijk vond ik, en dacht wel dat ik zou worden toegelaten. Maar het resultaat kreeg ik nooit te horen.

In plaats daarvan moest ik me melden in een klaslokaal en daar verkondigde de onderwijzer wartaal. Ik vroeg aan de jongen naast mij:

"Ik weet niet waar hij het over heeft? Wat moet ik mengen, lijnolie en kleurstof?" De jongen keek me bevreemd aan:

"Net als in het eerste jaar. Waar heb je je eerste jaar gehad?"

Nergens. Ik was zomaar in het tweede jaar geplaatst van een school waar men verwachtte dat ik kon werken met grondstoffen om verf te maken en te mengen. Dat ik kon schilderen met penseel in de hand leunend op een stok, staand. Zoiets had ik nog nooit gedaan, dus deed ik de anderen maar na.

Maar er was geen duivel te vinden; in de klas of ervoor. Iedereen gedroeg zich normaal, behalve de gym leraar, die deed alsof hij oneervol uit militaire dienst was ontslagen en het onze schuld was.

We moesten leren marcheren naar en van het gymlokaal en hij schreeuwde orders naar ons.

Maar op dat uur per week na, was de school een oase van rust. Je mocht werkelijk alles. Zolang verf mengen als je maar wilde, of alles weggooien en opnieuw beginnen. Want op een gegeven moment was een kleur dood vanwege het vele mengen, dan kon je er niets meer mee. Je kon gewoon naar het toilet gaan zonder te vragen of kijken wat de anderen deden.

Klaslokaal. Er stond een hele rij van die hoge schildersezels bij de ramen, want daar was het beste licht, en dan deed je maar je best. Natuurlijk werd je op het resultaat aangesproken en kreeg je cijfers.

Ik leerde zo goed en kwaad als mogelijk door andere jongens na te doen. Er was vrijheid om deze cijfers te bediscussiëren en daar maakten we dankbaar gebruik van.

Een van de leraren was ongelofelijk grappig op een cynische manier en hij kon je echt voor schut zetten. Maar om zijn bespotting met gelijke taal te beantwoorden, dat vond hij wel leuk.

Een matige leerling maakte een schilderij van het soort dat we nog nooit hadden gezien. Van die wazige figuren in perspectief. Leraar Valk:

"Wat moeten we hier nu mee?" Hij keek om zich heen en liet elk van ons commentaar geven waarom we vonden dat het waardeloos was.

Toen was het zijn beurt om uit te leggen waarom het een van de beste werken was van de hele klas in het hele jaar.

Het was een verademing om zo vrij te mogen werken, al zou ik nooit bij de beste van de klas horen.


En toen ik dacht dat het leven niet beter kon worden, besloot de Nazi gymleraar ons een dag basketbal uit te leggen. Ik, met een grote glimlach, zag hem met platte hand pogingen doen om te dribbelen, om ons voor te doen. Het was een lachwekkend vertoon.

Toen was het onze beurt, de meeste jongens bakten er ook niets van, sommigen een heel klein beetje, die hadden tenmisnte een keer een bal beetgepakt. Maar een basketbal is veel zwaarder dan een normale bal en gedraagt zich ook anders. Eindelijk mijn beurt!

Na een paar seconden onderbrak hij mij met een van woede vertrokken gezicht, trok aan mijn arm:

"Waarom heb je niet gezegd dat je kon spelen?"

Ik haalde mijn schouders op. Toen deed hij met een grote beweging zijn koord af, waar zijn fluitje aan hing, zijn belangrijkste wapen. Deed het om mijn nek en verliet de zaal.



Kermis

Mama had gezegd dat als de kermis kwam, dan zou ze mij "vrij houden". Ik kende die uitdrukking niet en vroeg het aan Ellen.

"Ze zal wel alles voor je betalen, zoiets."

Maar ze klonk ook niet erg zeker. Haar gedachten waren zeker bij haar nieuwe vriend. Ellen was zo mooi, had ik inmiddels begrepen, dat ze geen vriendje kon krijgen. Niemand durfde haar te benaderen, degenen die het wel probeerde, had ik weg moeten jagen of ze konden niet spellen. Zij vond ook niemand echt leuk.


Toegegeven, Peter Verslurf leek een betere uitgave van de Rode Dakhaas, al stonden zijn ogen dan ook te dicht bij elkaar en had hij ook dat dunne melkboerenhondenhaar. Hij was blond, groot in formaat en praatjes. Peter had altijd in alles gelijk.

Zijn moeder was net overleden en zijn broer homofiel, zo dan wisten we dat. En zijn zuster was twaalf en heette Anneliese.

En die Anneliese en ik vonden elkaar direct leuk. Ze had ook blond haar en een heel ondeugend leuk gezichtje met lachkuiltjes.

Ze was natuurlijk wel drie jaar jonger dan ik, maar toen ik bij hun thuis uit het raam keek, drukte ze zachtjes haar prachtig gevormde borstje tegen de achterkant van mijn hand aan. De warmte liet mijn hart smelten. Heel volwassen, haar blik sprak boekdelen die ik niet mocht lezen. Want haar vader, een zure grove kerel met haren die uit z'n oren groeiden, bekeek elk van onze bewegingen met Argusogen.


Anneliese moest even wachten want daar was eindelijk de kermis! Als mam ergens betrouwbaar in was dan was het wel onbetrouwbaarheid, want daar kon je altijd op rekenen. Ik kon mezelf gek redeneren, ik kon maar niet bedenken op welke manier ze hier onderuit kon komen. Maar toch!

Alles kostte toen vijftig cent, botsautootjes, schieten, ritjes, alles. En ze gaf me vijfenzeventig cent. En hoe ik ook probeerde uit te leggen, aan haar mening viel nu eenmaal niet te wrikken.

Dus dat vrijhouden van haar, één keer in de botsautootjes en verder kostte niets een kwartje. Ellen legde het haar nog een keer uit, maar zo was mama, niets kon ooit haar basisloze mening veranderen.

Dat had ik nu al zo vaak meegemaakt dus haalde ik mijn schouders op. Wat kon mij die kermis eigenlijk schelen?


Jaren geleden toen ik nog klein was, moest ik een keer speciale boodschappen doen, het was ver weg, helemaal in oud Zuid.

"En dan mag je voor jezelf iets uitzoeken!"

En het was bijna Sinterklaas. Dus na alle boodschappen, viel mijn oog op een prachtige grote in blauw zilverpapier verpakte chocolade auto, een VW kever. Zonder te vragen wat de prijs was, voegde ik die toe aan de boodschappen. En toen naar huis.

Daar aangekomen, kon ik direct weer helemaal terug naar de winkel want die auto mocht ik niet houden. Natuurlijk niet. Zelf uitzoeken betekende iets heel anders.


Op school werd gebeden voor aanvang van elk dagdeel, maar niet door mij. Ik vertikte het gewoon. Soms was een leraar in slechte bui en sprak mij erop aan.

"Waarom bid jij niet mee?"

"Ik ben niet gelovig!" en dan lieten ze me met rust. Een ander nadeel van een jongensschool was dat er geen meisjes waren en dat sommige jongens met elkaar relaties begonnen.

Dat stoorde mij niet, het was zelfs wel een beetje grappig, zo'n verliefd stelletje dat alles samen wilden doen.

Minder leuk was de priester die in zijn lange zwarte jurk vieze praatjes begon, over hoeveel milligram onze zaadlozing was en andere hits.

Zijn vak was maatschappijleer, daar kon hij dus alle kanten mee op. We hielden hem op afstand.

Er was ook de natuurkundeleraar die op jongens viel, maar hij was er heel netjes erover.

Hij reed in een rode MG, zo'n open klassieke auto en woonde in Haarlem. Had ik zin om eens langs te komen, bij hem thuis?

Om mijn cijfers te spekken, liet ik die mogelijkheid open, net als een paar andere jongens die hij ook leuk scheen te vinden. Dat hadden we namelijk samen besproken.

Mijn lange vriend John had donker haar en zijn vader had een winkel in letters. Breekbare natuurlijk, en wij waren de lievelingen van deze leraar, we kregen van alles gedaan. Dorst? Dan kwam hij een glaasje water brengen.

Helaas voor hem is het ons nooit gelukt naar Haarlem te komen al was het onderweg naar Zandvoort. Maar ik reed op mijn brommer elke keer zijn huis voorbij.

En weet je wat het aller vreemdste was van alles?

Niet alleen was mijn leven leefbaar geworden, maar wanneer ik iets mocht tekenen, kwam nog steeds die dikke boom met drie wortels opdagen.

Tot mijn eigen stomme verbazing had de top in plaats van die dorre takken, nu dikke wolken van bladeren gekregen. Het bloeide en groeide prachtig groen op de bruine stam tegen de blauwe lucht.


Toen ik Verslurf vertelde dat ik basketbal speelde wilde hij dat wel eens zien. Die zaterdag speelden we in de Europahal en hij zou samen met Ellen komen. Tijdens het inspelen, ja hoor, daar waren ze!

Ik had altijd gedroomd dat mijn echte vader langs zou komen als ik speelde bij de RAI, maar dat was alleen training, en dit was een echte wedstrijd. Ik voelde de spanning.

Het derde team van DED was aan het warmlopen en niemand raakte wat dan ook. De meeste tijd ging verloren door gemiste ballen op te halen terwijl iedereen die een beetje kon spelen vooraf wist waar de bal zou terug stuiteren.

Ik ging inschieten en direct had de trainer van de tegenstanders mij door. Hij wees naar mijn richting en gaf instructies.

Ze speelden zone, met uitzondering van mijn persoontje, ik kreeg twee tegenstander die man-to-man speelde! Of ik nu links of rechts schijnbewegingen maakte, daar stond een jongen te verdedigen. Het was geen team meer, ik was helemaal alleen het mikpunt. Als spelverdeler kon ik geen enkele pass maken naar een andere speler, en ze waren veel te slecht om zich vrij te spelen.

Toch scoorde ik twee keer achter elkaar maar toen ik de derde keer probeerde, sloeg een van de verdedigers mij met platte hand in mijn gezicht. Volgens de scheidsrechter was het niet eens een persoonlijk fout maar een ongelukje. Ik kon niets meer zien van de tranen in mijn ogen en toen was het voorbij, we verloren steeds de bal en ook de wedstrijd. Lang voor de pauze volgde Ellen haar Verslurf naar buiten. En ze hadden groot gelijk.

Ik bedacht dat basketballen misschien zijn tijd had gehad voor mij, althans. Als je ongestraft zo in je gezicht geslagen kon worden kon ik net zo goed gaan boksen. Dan wisten beide partijen tenminste dat ze dezelfde sport bedreven.



Vakantie

Verslurf en Ellen gingen op vakantie, kamperen in Italië. En ik mocht mee!

Maar eerst moest er een serieus gesprek plaatsvinden. Het was helaas niemand ontgaan dat Anneliese mij leuk vond en omgekeerd. Ik moest dus plechtig beloven dat ik haar met geen vinger zou aanraken. Of met een ander lichaamsdeel.

En met een buitenlandse vakantie in zicht, deed ik die belofte.

"Er zijn genoeg leuke meisjes, je zal je heus niet vervelen!" zei Verslurf ter vergoeding. Ik had er een hard hoofd in. Andere meisjes die mij leuk zouden vinden? Ik begreep Anneliese al niet, misschien leed ze aan een oogafwijking.


Edelachtbare Flynt en Hefner, geachte leden van de jury. Dit is natuurlijk een enorme teleurstelling en een dieptepunt in mijn relaas. Kon ik niet, zoals mijn moeder altijd deed, op een of andere kundige manier mijn belofte ombuigen zodat ik Anneliese toch kon bespelen? Moest ik absoluut zo saai en betrouwbaar mijn woord houden? Helaas, het antwoord is net zo positief als de uitkomst negatief was. Ik zou mijn belofte nooit breken. Zelfs niet voor haar.

Maar het had zo mooi kunnen zijn.


Plannen. De zure Lord Oorhaar reed dan samen met Anneliese naar Italië en ik met Verslurf en Ellen en een grote stinkende en kwijlende hond op de achterbank.

Ik was nog nooit in het buitenland geweest en ik nam de vertrouwde GGG tent mee. Eerst gebruikte ik al mijn spaargeld om een wit spijkerpak te kopen, echt flitsend. Met lange broek, hoor. En de dagen aftellen. Dat deed arme Anneliese ook, want die was vol verwachting van hetgeen dat toch niet zou gebeuren. We waren er helemaal klaar voor en nu maar de dagen tellen!


Ondertussen. Bij mama's examen vielen harde woorden, er waren stemmen die haar een tien wilde geven voor haar massage, terwijl anderen zich hielden aan de regel dat geen enkele massage volmaakt kan zijn. Resultaat was negen plus na lange discussie.

Nu mama haar diploma had verkregen met de hoogste cijfers ooit in de geschiedenis van gediplomeerde schoonheidsspecialisten, had ze direct een salon gemaakt van onze zijkamer en korte tijd later op zolder, waar ik vroeger had geslapen, een opleidingsinstituut. Beiden liepen vanaf het begin behoorlijk en het ging steeds maar beter en beter. Ze nam personeel aan, en wat ze met Lida Klap was begonnen, drinken op klaarlichte dag, ging ook in overtreffende trap.


Met deze spanning in de lucht, vond mam mij volwassen genoeg om over Rob te praten, want die kon maar geen vriendin krijgen.

Ze had in haar opleidingsschool een meisje dat er leuk uit zag en echt dolgraag een vriendje wilde hebben. Dacht ik dat het een goed idee was?

Nu, als ze mij een leuk meisje zou bezorgen, die graag van alles wilde doen was ik natuurlijk heel dankbaar geweest. Maar Rob was nu eenmaal Rob.

En Rob was kwaad, ook na het horen van dit voorstel. Hij had dit niet nodig enzovoort, alles wat wanhopige mensen zeggen.

Ja, hij kwam wel opdagen, maar met tegenzin en onder protest. Ik moet nog vermelden dat Rob inmiddels een grote zwarte snor had laten groeien die totaal niet bij zijn postuur paste. Het was buiten proportie en orde-loos wild. Daarmee zag hij er heel gek uit. Ik wist, hij had ook lelijke zwart behaarde tenen maar dat was van later zorg. Eerst een vriendinnetje.

En daar zat het meisje op onze foeilelijke bank te wachten tot Rob binnenkwam. Ze zag er leuk uit maar zonder dat te overdrijven. Het was ook maar een doordeweekse dag. Daar kwam bromsnor!

"Dit is mijn zoon Rob. Rob, dit is Marloes, ze gaat op school boven. Ik hoop dat jullie elkaar leuk vinden."

Rob ging naast haar zitten terwijl mam thee ging halen. Ik zat er tegenover, op een van de rood-witte stoelen. En ik geloofde mijn ogen niet! Want zonder enige conversatie, daar begon mijn domme kwade broer dat meisje overal aan te betasten en proberen haar te kussen!


Mam liet bij terugkomst het blad bijna uit haar handen vallen:

"Wat.. eh willen jullie niet eerst even praten?"

Rob duidelijk niet, maar het meisje die pogingen had gedaan hem tegen te houden, gaf het op en rende met een gil weg, het huis uit.

Rob, kwaad: "Weer mooi geregeld hoor!"

Mam:

"Wat was je toch aan het doen? Je moet toch eerst met zo'n meisje praten, misschien uit eten of naar de film? Die kan je toch niet zomaar bespringen?"

En Rob verdween in dezelfde richting als Marloes, ook naar buiten. En toen waren er nog twee.


Mama ging zitten met een diepe zucht: "Jezus, wat is er mis met die jongen? Die krijgt nooit een meisje!"

Ik was sprakeloos, want het was ook een beetje de schuld van James Bond. De echte natuurlijk, niet die Rooie Dakhaas. Wat Rob deed, was precies wat je in de films zag, maar vrouwen vielen voor Sean Connery, niet voor mijn broer. En niet eens vanwege zijn lelijk behaarde tenen.


Gal, en nog meer Gal

Maar het ging ook niet goed met Mam, ze begon s'morgens met een Bisquitje bij de koffie, dat was een merk cognac en zo ging het de hele dag door met allerlei alcohol.

Dan lag ze dronken op de bank vaak samen met GGG, dag na dag. Ik nam alle flessen met alcohol en gooide ze door de gootsteen. Maar ze bestelde direct opnieuw want Gall&Gall bezorgde aan huis. Ondertussen was een meisje bezig in de schoonheidssalon klanten te behandelen en gaf een dame boven les op het opleidingsinstituut. Beiden liepen als een trein. Het meisje beneden heette Margriet en ze was een vroegere vriendin van Dennis de drummer boy.

Toen ze elkaar weer eens zagen zei ze:

"Oh wat is er gebeurd? Je had altijd van dat mooie haar?!" Dennis was zeer kalend en droeg wat over was in een staartje. Ze zei wel meer gekke dingen, zoals tegen mij:

"Je moet body building gaan doen, dan krijg je spieren, net als Elton John."

Ze liet mij haar voorschortje omdoen, want dat kon ze zelf moeilijk. Het enige wat ze droeg was doorschijnende panties, een heel mooi meisje.

Was ze nu te oud voor mij? Daarvan was ik plotseling niet meer zo zeker.


Annie-Luswel moest alles achter mam opruimen en avondeten koken bestond tegenwoordig uit iets diepgevroren, meestal on-ontdooide schnitzel die in dezelfde pan met hetzelfde vet van de dag daarvoor werd gebakken en patat uit de frituurpan, soms wat bevroren groenten. Soms een diepvrieskip.

Ze begon ook gezondheidsklachten te krijgen, hartkloppingen en ergere angstaanvallen. Weer nieuwe recepten, Valium, Librium en ik weet niet wat.

Want onze altijd jonge optimistische huisdokter kwam over de vloer om examens af te leggen voor de leerlingen van boven en dan waren receptjes geen probleem.

Ze was de reden dat ze dit schoonheidsproject was begonnen - om van GGG te scheiden - schijnbaar helemaal vergeten. Want nu kon het. Eruit met die kerel! Maar dat gebeurde niet.


Ons roze spaarvarken

Mams bedrijfje liep dus heel goed. Er kwamen ook modellen, dat waren huisvrouwen die graag door leerlingen een behandeling wilden krijgen want dat kostte maar een rijksdaalder per keer.

Een echte behandeling kostte wel vijftien keer zoveel. Dat had ze van Lida Klap geleerd. Al dat geld stopte mama in een enorm plastic spaarvarken dat in een kast stond. Het was zo vol dat er bijna niets meer bij kon, ze moest proppen. Grote bankbiljetten deed ze in een plastik zak, in de vriezer.

Van al dat geld kocht ze een keer een nieuwe auto, al was het maar een DKW-tje.

Ook ik gebruikte dat geld om soms na het basketballen een ijsje te kopen bij de Italiaanse ijssalon. Ik haalde dan heel precies eruit wat ik nodig had, deed eventueel de rest weer terug.

Als iemand dat stelen had genoemd was ik heel verontwaardigd geweest. Stelen, dat zou ik nooit doen! Dit was een minuscule belasting voor het fonds van verlaten kinderen.



16

Italië!


Zolang naar uitgekeken. De nacht voor vertrek moest ik in Amstelveen slapen, in het bed van Pa Oorhaar! Die was met Anneliese al vertrokken en gingen overnachten. Wat een verschrikking. Ik heb geen oog dichtgedaan in dat bed van hem.

Toen ik boeken wilde lezen, waren de pagina's aan elkaar geplakt. Hij moest zich schanmen, zo'n ouwe viezerik.


Daar reden we heel vroeg de volgende dag, ik naast de kwijlende hond met de naam Buster, met mijn witte spijkerpak en twee gegrilde kippen van mam, om te eten onderweg. Het was mij opgevallen dat ze het wel prettig vond wanneer ik weg ging, dan kon ze drinken wat ze wou zonder mijn gezeur.

Een kip werd gegeten, de ander werd zuur onderweg en moesten we weggooien. De rit moest in één keer, want wie had geld om te overnachten? Lord Oorhaar en Anneliese natuurlijk. Want die reden samen in een Ford Cortina met zo'n mooi houten dashboard. Op de meter stond 180 kilometer als topsnelheid. Irritant om te zien hoe deze nare vent direct na het overlijden van zijn vrouw helemaal ging opleven, hij kocht een nieuw huis en nieuwe auto. Ik kreeg een gevoel van; en nu nog een nieuwe vrouw!

Wat zou dat een naar lelijk mens moeten zijn om hem leuk te vinden.


Door Duitsland en Zwitserland heen met onze witte Ford Escort. Elke paar honderd kilometers moest Verslurf het benzine ventiel doorblazen want dan begon de auto te haperen. Blijkbaar een vast probleem met dit model auto.

De camping lag aan het noordelijk deel van het Como meer, en ik stapte stijf maar met grote opluchting uit de benauwde auto. Daar kon ik frisse lucht inademen, de atmosfeer van mijn eerste buitenlandse vakantie.

Verslurf en Ellen hadden dan hun luxe bungalowtent samen, ik had mooi de vertrouwde vergeelde GGG tent helemaal voor mijzelf. Die had ik in een wip opgezet dus kon ik gaan kijken hoe de camping eruit zag. Deze lag aan het meer aan een soort strandje.

Waterskiën was blijkbaar populair, ik zag verschillenden die daarmee aan de gang waren. Sommigen trapten een ski weg en gingen op één enkele ski verder. Maar dat was niet genoeg, een van hen trapte de laatste ski ook weg en ging verder op z'n blote voeten. Onder luid applaus, ook van mij. Wwant wie had zoiets ooit gezien?

Toen verder de camping bekijken. Er waren simpele toiletten en douches in houten gebouwtjes en ook een winkel met vers brood en zo. Een stukje wandelen verderop daar was een dorpje waar ze stalletjes hadden met ijs. Roomijs met stukjes bevroren water erin, erg lekker hoor.


Daar kwamen vader Oorhaar met Anneliese die mij breed toelachte:

"Italië hè! Wat zeg je daarvan?" En ze stootte mij aan alsof we samen de oorlog hadden gewonnen. Het arme kind wist niets van de afspraak. Ze zag er wel schattig uit.

"He, staat je tent nu al?" riep ze verbaasd.

"Mijn edele dame...." terwijl ik met diepe buiging een onzichtbare hoed afnam; "Uw nietswaardige dienaar had, na jarenlange trainingen onder leiding van een vloekende stiefvader, slechts"... Ik keek even op mijn horloge; "achttien minuten en drie en dertig seconden nodig om helemaal alleen dit halfvergane nestje te bouwen".

"Heb je het strand al gezien? Ga mee!" Ze maakte een zwaaibeweging in die richting. Toen ik met haar mee liep:

"O ja, weet je wel dat Buster helemaal gek is geworden toen hij het water zag? Hij bleef maar blaffen!"

"Dat stomme beest! Heb ik de hele reis naast dat kwijlende gedrocht gezeten en dan wordt ie grazy als hij het meer ziet!"

"Nou het is anders een hele lieve hond, thuis." sprak ze tegen.

"Jij hebt makkelijk praten, jij hebt de hele weg lekker met z'n tweetjes in die luxe Cortina gezeten.

En hoewel tegenover mij je vader ook hondse trekken vertoont, kwijlt hij minder dan Buster."

Daar liepen we samen te lachen, en ik moest denken aan Verslurf die ons niet wilde samen zien.

En als je het over de duivel hebt, daar kwam hij met driftige passen aangelopen, met een gefronste uitdrukking.

"Ja hoor eens even" sprak hij tegen niemand speciaal, strak kijkend tussen ons in:

"we gaan Buster wegbrengen, we hebben een honden pension gevonden in Zwitserland, net over de grens. Hij is niet te houden, hij begint zelfs mensen te bijten, helemaal dol geworden van de reis, denk ik".

"Dat is ook zonde" vond Anneliese "nu hij die hele weg is gekomen."

"Ja, ja, maar dat gaat nu eenmaal niet anders en Jimmy wist een goed pension, wel zonde van het geld natuurlijk" bromde Verslurf. Jimmy was de eigenaar van de camping die ze nog van vroeger kenden.

"Ga jij even op hem letten." Zei Verslurf nu duidelijk tegen mij:

"Want hij is door het dollen heen!"

"Goed" zei ik en zo werden Anneliese en ik weer van elkaar gescheiden. Dat viel wel mee met Buster, vond ik zelf maar hetzelfde kon ik niet zeggen van het "pension". Je hoorde de honden al van verre blaffen en ze zaten met een stuk of zes samen in een kooi. Maar Verslurf vond het er goed uitzien en ik sprak hem niet tegen. Ik was duidelijk geen hondenmens.


Tegen de tijd dat we terugkwamen, waren alle tenten opgezet en werd het bijna donker, we konden de lichtjes rondom het meer zien aangaan.

Anneliese liet spontaan haar hand in de mijne glijden en ik schudde die weer los. Ik moest zelf voor mijn eten zorgen dus kocht een stokbrood en deed smeerworst op de ene helft, de andere moest ontbijt worden. Inmiddels was het helemaal donker.

Er waren inderdaad meisjes op de camping. Een jongen met een baard speelde gitaar en er was een kampvuur waar mensen rondom zaten, Anneliese zat aan een kant, ik liep zorgvuldig naar de andere onder de goedkeurende ogen van Lord Oorhaar en Verslurf. Ellen zuchtte een beetje of was dat mijn verbeelding?

Eerst was nergens meer plaats op de banken en mijn ogen gingen rond op zoek naar een plaats, liefst naast een leuk meisje. Net toen ik het bijna opgaf zag ik een meisje met donker haar die verdiept scheen in het gitaarspel. Ik legde heel voorzichtig twee vingers op haar zonverbrande schouder, voelde de warmte van haar huid door haar katoenen t-shirt heen. Ze keek op.

"Nederlands?" vroeg ik heel zachtjes en ze knikte en wendde haar blik weer naar de muzikant, die nu hoge tonen voortbracht.

"Is deze plaats vrij?" vroeg ik op hetzelfde volume, nederlaag ruikend.

"Ja hoor." sprak ze vriendelijk. Het nummer was ten einde en ik klapte heftig mee.

"Hij is goed hé"

"Hartstikke goed" beaamde ik vlijtig, "Ik heb ook altijd een instrument willen bespelen." Leugenaar!

Enkele nummers later vond Baardmans het wel genoeg en hield op met spelen. De banken liepen leeg.

"Ga je mee langs het strand lopen?" vroeg ik.

"Ja hoor."

We liepen langs de trapbootjes die daar lagen.

"Heb je dat al gedaan?" wilde ik weten.

Dat had ze niet.

"Zullen we dan morgenochtend samen gaan?"

"Dat is een idee, Het schijnt dat je sneller een kleurtje krijgt op het water. Hoe laat?"


Half tien de volgende dag stond ik aarzelend te wachten. Ik moest maar hopen dat zij mij wel zou herkennen. Ik haar zeker niet!

Gelukkig was het nog vroeg, en niet veel mensen die al op waren. Met elke wachtende minuut werd ik meer en meer onzeker dat ik haar zou herkennen, dus draaide ik om richting water zodat ik niet het eerste herkenningsteken zou hoeven geven.

"Zit je hier?" Waar had ik mij nu zorgen over gemaakt? Dat was ze toch.


Op het meer werd het snel warm, en we trokken onze kleren uit, zij in een vuil witte bikini (droegen alle meisjes dat?) en ik in mijn zwembroek. Maar die bikini, had ze die van haar grote zuster gekregen?

Het broekje viel wel mee maar haar top was veel te groot. Paste toch voor geen meter?

Lekker helemaal het meer opgetrapt, en mijn hand gezellig in haar bikini topje al viel wat ik daar aantrof mij erg tegen. Maar ja, je kon niet alles hebben. Ze nestelde zich behaaglijk en legde haar hoofd op mijn schouder. Het water kabbelde lekker tegen ons bootje aan en het enige wat we deden was trappen om hem recht te houden.

Er kwamen langzamerhand steeds meer trapbootjes op het water.

Wat was dat nu? Daar kwam een trapbootje aansnellen, recht op ons af, was dat Anneliese?

"Die heeft haast!" zei Mieke "En ze is ook helemaal alleen." Ja hoor, het was Anneliese!

Ze kwam wel heel snel dichterbij en ik wilde niet dat ze de teleurstelling in mijn hand zou zien dus riep ik:

"Wat is er aan de hand?"

Zij ging staan en omdat ik mijn hand liet waar die was begon ze gejaagd te spreken, zeker bang voor een opmerking dat ze teveel was:

"Peter wil weten of je meegaat. We gaan vanavond uit eten bij een restaurant wat we van vroeger kennen, Pa zal betalen!"

Haar bootje kabbelde rustig door in onze richting en ik dacht, niet te dichtbij anders ziet ze dat ik mijn hand in een bijna lege bh heb!

"Mavelus" antwoordde ik want ik had nu weer de hobby Engelse woorden op z'n plat Hollands uit te spreken: "Ik ga mee hoor!"

"Nou, eh dag dan!"

"Daaag" zeiden Mieke en ik in koor. Anneliese trapte terug, heel wat rustiger nu.

"Wat keek die, hé?" zei Mieke.

"Ja."

Na korte tijd draaiden we de trapboot om want onze tijd was bijna om en zo haalde we Anneliese bijna in. Ik volgde haar naar het strand en naar de Verslurfse tent. Anneliese vroeg onderweg tijdens het wandelen een beetje raar tegen mij;

"Wie was dat?"

"Zomaar", antwoordde ik duister. Want geheimzinnigheid, daar hielden meisjes van.


Om acht uur stond iedereen klaar, want we gingen met twee auto's, Anneliese natuurlijk weer met haar vader, en ik eindelijk met ruimte op de achterbank van de Escort, want Buster ontbrak. Een heel stuk rijden later waren we nog steeds bij het meer, alleen aan de andere kant.

Het verstrijken van jaren hadden het voor de geoorhaarde Lord niet gemakkelijk gemaakt het restaurant terug te vinden. Een restaurant uit de bergen gehouwen, gewoon buiten eten. Dat deed men in Nederland niet. Anneliese was al uit de auto gestapt en liep naar mij toe, ze zag er stralend uit.

"Leuk hé, samen eten en we hebben uitzicht op het hele meer, joh!" Ze deed net alsof de rest er niet bij hoorde. Was dat maar waar. Geen volwassenen, geen beloftes. Sergeant Oorhaar zocht naar een geschikt tafeltje en balkte orders tegen de eigenaar in onverstaanbare klanken.

"Je haar zit geweldig" vond Anneliese ondertussen.

"Nou, ik heb het na het zwemmen gewoon laten drogen." sprak ik nuchter. Wanneer ik veel zon had gehad, dan werd ik zoals de meeste mensen een beetje verbrand. Dan kreeg ik een glans die het andere geslacht blijkbaar moeilijk kan weerstaan, zo-bee-it! Na vanmorgen had ik niet verwacht dat ze erg vriendelijk zou zijn, laat staan complimentjes zou geven. Met een tafel voor vijf personen kon ik niet zo heel ver van Anneliese af zitten, al had haar vader mij liever aan een andermans tafeltje gezien. Maar als blikken zwanger konden maken, wist ik wel waar ik niet wilde zijn, over negen maanden.

Eten was lekker, maar het was net begonnen toen ik dacht dat we klaar waren. Eerst spaghetti en toen nog een keer echt eten met vlees of vis, heel vreemd allemaal. Geen wonder dat zoveel Italianen klein en dik waren, met al die gerechten. Ze leken wel op Alves, de Portugese pedofiel.


Een paar dagen later was er een soort kermis in het dorpje en een hele groep van de camping ging erheen. Ik in mijn nog redelijk witte spijkerpak. Tonny was mank, en kreeg alle aandacht van de meisjes:

"Niet zo hard lopen! Hij kan ons niet bijhouden." En een hele groep meisjes omringden hem. Tonny had een stompe neus en een heel rijke vader die hem een grote zeilboot had gegeven om te compenseren dat hij niet goed kon zwemmen. Toen ik opmerkte dat ik dat niet zo'n geslaagde combinatie vond sneerde een van hen:

"Tonny weet heel goed wat hij doet! Die kon al zeilen toen hij acht was."

Liep IK maar mank! Ook dat malle petje dat hij droeg leek plotseling een betere stijl dan die van mij. Ik was helemaal vergeten dat niet zoveel jaren geleden ikzelf op een lek bootje vaarde terwijl ik helemaal niet kon zwemmen.

Verderop liep een van de meiden hard om ons in te halen:

" Jezus Christus lopen jullie nu eens wat rustiger! Tonny kan jullie niet bijhouden. Anders bekijken jullie het maar, hoor. Wij lopen wel met Tonny mee."

Was het mijn verbeelding of ging die schoft expres nog langzamer lopen? De jongens wilden natuurlijk niet zonder die leuke mokkeltjes aankomen dus moesten we ons tempo wel aanpassen tot tergende tijgersluipgang.


Bij de botsautootjes aangekomen verdwenen de meeste jongens met een meisje in de autootjes, Tonny met Anneliese. Hij was mank, niet blind. Ik stond even besluiteloos te kijken want ik had echt niemand op het oog die vrij was.

Iets later ging een meisje naast mij staan en greep mijn hand. Ze bleek daar te werken, ze sprak alleen Italiaans dus we begrepen elkaar niet. Maar samen reden we heel lang in dat autootje zonder te betalen. Ze deed gewoon een soort sleutel in de muntopening en klaar! Pas na een uur of zo waren we uitgebotst en direct kwamen jongens van de camping om mij te waarschuwen.

"Gevaarlijk, zo'n meisje mag je niet aanraken hoor!" Want hoewel de Italiaanse mannen wel met vrouwelijke toeristen gingen, was omgekeerd niet zo'n goed idee. Dat wist ik best, en daar ging het ook niet over met ons. Waar het wel over ging wist ik ook niet, maar ik denk dat ze gewoon even lol wou hebben.


Maar het had toch een gevolg, want ik stond net weer alleen of een groter meisje met bruin haar begon met mij te praten. Ze had een aardig gezicht en een heel mooi figuur. Ik had gezien dat ze ingespannen naar de ongelukken stond te kijken.

"Zullen we?" vroeg ik. Ze knikte en zo ging ik met tegenzin nog een rondje. Helemaal door elkaar geschud liepen we terug richting camping.

"Ik heb toch mijn hoofd gestoten tegen die stomme paal op het wagentje!" Gierde ze: "Waarom laten ze die er niet af?"

"D'as voor de stroom" sprak ik geleerd.

"Weet ik toch, gekkie. Ik maakte een grapje."

"Ik had jou nog nooit gezien op de camping, weet je dat?" zei ik.

"Ik jou anders wel hoor. Op het strand toch. Je stond toch op ski's vandaag, hé? Dapper hoor!"


Nu had ik die ochtend inderdaad een poging gedaan om te waterskiën die redelijk lachwekkend was verlopen.

De eigenaar van de speedboot moest benzinebonnen hebben om te varen en die had ik natuurlijk niet. Dus kreeg ik maar één gratis kans. Ik luisterde aandachtig naar de instructies.

Mijn start was zo'n goed begin dat het snel erg hard ging, toen kwam speling in het touw waardoor ik gelanceerd werd, en met volle vaart in aanraking kwam met het water. Steenhard kan water zijn, met die snelheid.

Ik kreeg wel complimentjes want de meeste beginners vallen direct en halen niet die snelheid. En of ik niet langer wilde proberen maar ik had geen geld over voor nog een katapult reisje.

Toen we door een kuil moesten zag ik de gelegenheid om galant te zijn, "Kom, ik help je wel."

"Hoeft niet, joh, Het gaat best." Maar ze pakte mijn uitgestrekte hand toch en liet niet meer los, zo liepen we verder.

"Zeg" zei ze even later, "Er is morgen een band bij Rose Garden. Iedereen gaat, zullen wij samen gaan?"

Dat kon natuurlijk heus wel, maar het probleem was dat dit meisje er leuk uitzag, maar haar vriendin was werkelijk beeldschoon. Beide meisjes spraken met een zachte "G", ze deelden dat leuke accent. Wat ze ook deelden was dat prachtige figuur. Dus toch maar doen.


I never promised you a Rose garden

De plaatselijk dancing was de hele week open, maar alleen zaterdags kwam er een live band en dan werd het druk.

Joke en ik waren vroeg gekomen en gingen buiten op een schommelbank zitten. We konden wel de dansvloer zien op vullen met de vele bekende gezichten van de camping.

"Leuk, hé zo'n schommelbank" vond Joke: "Het bevalt mij best om stil te zitten en toch te bewegen."

Onze voeten zetten precies gelijk af.

"Net alsof je de grond onder je wegtrapt" vulde ik aan "net zoals er twee treinen tegenover elkaar staan en eentje vertrekt, dan voel je niet of het is jouw trein die rijdt of de andere".

"Daar heb je Monique en Sylvano."

Joke bedoelde haar mooie vriendinnetje met blond haar en blauwe ogen en een jurk die net als de hare bezig was om uit te puilen van boven. Naast haar stond een atletische volwassen man met bruine maar ietwat pokdalige huid.

"Zo, zitten jullie hier!" zei Monique "Jij bent Peter, hé".

"En jij bent Monique" vulde ik aan, "Ik had jou wel eens gezien."

"Ja ik jou ook. Iedereen had het over jou, met waterskiën eergisteren."

Dat was een glimlach waard want ik werd overal herkend:

"Ik weet niet of dat positief is. Nooit geweten dat water zo hard kon zijn."

"Ja, dat was echt mooi. Dat je durfde zo hard te gaan je eerste keer, ik had mij direct laten vallen hoor."

Sylvano stond er niet begrijpend bij, Monique keek naar hem en zei:

"Wij gaan verderop zitten, nu dag hoor".

Terwijl ze zich verwijderde zei Joke:

"Wat moet ze nou met die playboy, snap je dat? We wonen in dezelfde straat en ze is verloofd met een hele leuke jongen. Is ze net op vakantie en dan flikt ze dit!"

Het werd drukker en de band begon te spelen, alle hits van dat moment en ik sloeg mij arm om Joke heen terwijl links van ons Monique en Sylvano in een druk gesprek waren verwikkeld.

"Wat voor taal spreekt ze met hem?" wilde ik weten. "Een beetje Engels" vertelde Joke, "maar ze verstaan elkaar niet erg goed, Monique vind dat hij mooie ogen heeft en daarom is ze met hem uitgegaan."

"En jij? Vind jij ook dat hij zulke mooie ogen heeft?"

"Ik? Ik zou voor geen goud met hem uitgaan, als ik een verloofde had."


Zo zaten we op de schommelbank te luisteren naar de muziek. Naast ons waren Sylvano en Monique begonnen te kussen. Dus liepen wij ver achter. Joke droeg een jurkje met een rits aan de voorkant. Ik was nog niet gek op tongzoenen maar om verder te komen moest het wel.

Mijn hand in de nek opening van haar jurk, maar wat ik daar aantrof was zo groot, dat ik er niet bij kon komen. Het fiasco op de trapboot werd meer dan goedgemaakt. Dus gemiddeld werd het ook op dat gebied een zeer geslaagde vakantie.

Maar ik wilde de magie niet verbreken door die rits omlaag te trekken. Misschien zou ze roepen:

"Wat doe je nou? Ik ben niet zo'n meisje!"

Aangespoord door de bewegingen bij haar vriendin stommelde ik onhandig verder en dat leek eeuwig te duren. Toen deed ze zelf de rits iets omlaag zodat ik dankbaar mijn plicht kon doen. Wat een schat!

De band speelde "Je t'aime mon non plus" en hoewel het allemaal mannen waren deden ze al het Jane Birkin hijgwerk zelf. Daar moesten we hard om lachen.


Het was begonnen te regenen maar wij zaten droog en hadden het zo leuk samen.

Oh nee, daar kwam Verslurf aanrennen en begon al van verre afstand te roepen.

Wat was het toch met die familie? Ik kon geen tepel aanraken of daar komen ze de stemming verpesten!

Ja, het ging deze keer om de regen. Mijn tent stond volgens Verslurfs waardering in een kuil en dus moesten we die verplaatsen. Alles werd nat!

"Mijn tent staat NIET in een kuil!" maar ik was niet helemaal zeker dat ik daarop had gelet.

Joke bracht wijsheid:

"Laten we nu maar gaan kijken."

Er stond inderdaad wel een tent helemaal in het water, namelijk die van kapitein Oorhaar! Die hebben we afgebroken en hoger geplaatst en de volgende morgen scheen de zon weer.

Ellen kwam met een raar verhaal. Verslurf had z'n eh slurf verbrand! Ze had in hun grote tent een kaars aangestoken voor de romantiek, die hij vervolgens met zijn slurf had omgegooid, en zo een brandwond had opgelopen die ze elke avond opnieuw moest verbinden. Weinig romantiek.

Een vreselijke geschiedenis om aan te horen voor een jongen van mijn beperkte jaren. Wat was volwassen leven toch gevaarlijk! Maar het maakte wel een leuk lichtspel op hun tentwand om Joke mee naar toe te nemen en in een speelse stemming te komen.


Op het strand stond Sylvano steeds met zijn piemel te spelen in z'n zwembroek zodat die altijd een beetje hard bleef. Ja, hij was een playboy. Hij stond op die manier de hele dag bruin te worden en meisjes te versieren. Hij werkte niet, zijn vader was eigenaar van een houtfabriek. Een boom dus, vulde ik in.

Omdat ik zijn playboy vak wel interessant vond, spraken we een beetje samen. Zijn Engels was inderdaad zeer beperkt.


Hij beweerde dat hij aan de ogen kon zien of iemand maagd was, ik zette meteen een zonnebril op voor de zekerheid, al bedoelde hij zeker alleen meisjes.

Hij vertelde dat hij geen interesse had in meisjes die geen maagd meer waren. Er waren een stuk of zes, zeven van zijn soort en ze deelden drie automobielen, van die vierkante Fiats 128, die 140 kilometer op de meter hadden.

De sleutels gooiden ze elkaar toe wanneer nodig, in de regel om meisjes te befoemelen.


En daar kwamen Joke en Monique de Schone met hun zachte G aangelopen. Sylvanos piemelalarm ging direct af. Meteen een afspraak voor die avond gemaakt, weer naar Rose Garden discotheek. Joke en ik knikte naar elkaar, wij zouden er ook zijn.

Ze vertelde me die avond dat Monique echt vreselijk was met jongens. Ik vroeg niet verder al was dat een onduidelijk boodschap. Het was natuurlijk ook niet leuk voor haar, met zo'n mooie vriendin.

De hele familie van Monique was raar, want overdag bij haar tent waren we aan het praten, toen haar kleine zuster mijn been omarmde en begon te liefkozen. Niemand die er iets van zei, blijkbaar heel normaal voor hun. Ik stond daar maar, niet wetend wat te doen. Wegduwen leek zo onvriendelijk en weglopen tijdens een gesprek was onbeleefd.


En ja hoor, daar ging Monique met Sylvano in de auto zitten. Joke: "Wat gaan ze daar doen?"

Toen we daarover spraken, kwamen we tot de conclusie dat Monique misschien wel verkracht zou worden. En het onze taak was om haar te redden. Er kwam een auto aanrijden, die we stopten met handgebaren. We herkende de man van de camping:

"Zet even uw grote lichten op die auto daar!"

Na enige uitleg deed de man precies dat en de hele Sylvano Fiat128mobiel stond in een spotlicht. De deur ging open en ze stapten beiden uit, helemaal verblind.

Onze taak was verricht. De maagdelijkheid van mooie Monique was gered. En Sylvano vroeg zich de volgende dag wel af wie hem dat kunstje had geflikt: "Who has flicked me that little art?" Maar wij hielden ons natuurlijk koest.


Ik was verliefd! Niet op Joke en zelfs niet op Monique maar op een veel oudere vrouw. Ze was wel over de twintig!

De volwassenen lagen altijd samen op het strand, Ellen en Verslurf waren kennissen met een paar dat bestond uit een afschuwelijk behaarde baardaap en zijn vriendin Marja. Hoe kan ik haar omschrijven? Als het mooiste Cleopatra exemplaar ooit.

Vergeet die aftandse Elisabeth Taylor, die mocht haar schoenen niet poetsen! Deze jonge vrouw had een prachtige lichtbruine huid, een beetje zoals dat meisje in het boekje dat Frits een keer had meegenomen uit Engeland.

Egyptisch uiterlijk, donkere maar delicate wenkbrauwen die sierlijk krulde, een prachtig neusje dat in de regel richting hemel stond en een figuur met alles dat een jongen kon wensen. Geen vierkante centimeter op haar slanke taille, wulpse heupen, prachtige rondingen in haar topje, niet te groot of te klein. Oh, wat was Marja mooi.

En haar bewegingen waren zo gracieus. Ik lag op het strand de hele dag ademloos naar haar te kijken en als ze wegging was voor mij ook de lol eraf.

Deze ontdekking was voor mij geweldig nieuws!

Ik was dus toch geen Humbert, want ik was echt smoor op een veel oudere vrouw. Mijn diepe zucht van verlichting maakte de pijn van onbeantwoorde liefde bijna dragelijk. Ik besefte natuurlijk ook dat ze mijn gevoelens niet kende, want anders, heel misschien...


Haar behaarde vriend was heel sterk, zei Verslurf en ik haalde mijn schouders op. Wat maakte dat nu uit? Inderdaad begonnen de mannen met elkaar te worstelen en hij gooide iedereen opzij als poppetjes. Hij was nog steeds een lelijke beer en ze zou beter, lees: mij verdienen.

Toen kwam Verslurf speels op mij af want zoals vele voorgangers had hij zich vergist in mijn tengere postuur. Donderend vielen we samen op de grond en ik had hem direct beet. Hij deed duidelijk maar wat, had geen idee hoe je moest vechten.

Ik kon zijn verbijstering gewoon voelen en iedereen stond om ons heen, al zijn vrienden.

Voordat hij kon aftikken, want hij was werkelijk kansloos, liet ik hem los zodat hij mij van zich af kon draaien zonder tegenstand.

Het leek onbeslist, we hadden beiden opgegeven. Toeschouwers wisten niet wat had plaatsgevonden, maar Verslurf realiseerde het met pure bitterheid. Hij had op een of andere manier verloren van Ellens kleine broertje.


De volgende morgen ging iedereen van mijn groepje heel vroeg de berg beklimmen om de zonsopgang te zien, maar ik was niet zo zeker. Typisch zoiets dat leuker klinkt dan het is. Dus zei ik dat Joke maar aan de tent moest kloppen, misschien ging ik mee en misschien ook niet.

Het laatste bleek het geval, want toen ze kwam vragen, had ik meer zin om verder te slapen.

Toch had ik iets gemist, zei Joke later. Want die Monique had met een heel andere jongen iets gedaan, Joke wilde niet zeggen wat, maar het was echt heel erg! Waar iedereen bij was. Ik wist niet of Joke het erger vond, dat Monique het deed en niet zij, of dat iedereen er bij stond te kijken. Maar ik was behoorlijk zeker dat de betreffende jongen niet teveel had geleden.


Over lijden gesproken, Anneliese had mij nu een week de koude schouder gegeven, in de hoop dat ik alsnog naar haar toe zou komen. Maar ze raakte steeds meer geïrriteerd toen bleek dat ik werkelijk met andere meisjes bezig was. Ik wist nooit hoe ze tegen mij zou doen, soms ging ze overdreven met een jongen pronken, dan probeerde ze mij weer eens.

Ik kon zelf niet begrijpen hoe ik zo standvastig kon blijven, want Anneliese was echt leuk maar ik bleef haar ontwijken. Hetzelfde begon ik met Joke te doen, omdat ik bij haar steeds het gevoel had dat we beiden tweede keuze waren. Samen hadden we het veel te druk met wat Monique deed, eerst met Sylvano, of met een andere jongen. Joke begreep mij niet en confronteerde mij op een dag:

"Wat is er toch aan de hand? Je bent mij aan het ontlopen!" Ik ontkende het niet, maar kon het haar toch niet uitleggen.


Het gouden moment! Met het einde van de vakantie in zicht vroeg Monique aan mij of ik zin had om te gaan wandelen. Ze wist natuurlijk dat ik niet meer met Joke was, of het kon haar niets schelen.

Zin had ik natuurlijk genoeg maar ik wist niet wat ik met haar moest beginnen. Zou ze met mij ook iets vreselijks doen? In stilte hoopte ik van wel.

Ze kletste maar over een en ander, en we gingen ook ergens zitten maar we verwachtten waarschijnlijk beiden dat de andere zou beginnen.

Dus toen er niets gebeurde, stonden we maar weer op en liepen we weer terug naar haar tent. Wat het ook was dat al die andere jongens juist deden, dat deed ik duidelijk verkeerd. Maar die waren ook veel ouder dan ik. En misschien vond Monique het alleen leuk als er toekijkers bij waren, wie weet?


De laatste avond kwam, en we moesten allemaal in één tent slapen want dan konden we snel inpakken.

President Oorhaar tegen het jonge paar:

"Jullie moeten je vannacht wel netjes gedragen hoor, ik wil geen getingeltangel hoeven aan te horen!" Ellen vertelde dat hij zich geen zorgen hoefde te maken. Hij wist dus niets van dat gruwelijke ongeluk van zijn zoon? Dat was echt niet mijn schuld want ik had het zo'n beetje iedereen verteld.


Maar dat was niet de reden dat Verslurf zo kortaf en onvriendelijk tegen mij deed die laatste dagen. Ellen zei dat hij vond dat ik niet dankbaar genoeg was geweest dat ik mee mocht.

Maar ik wist heel goed wat het wel was. En ik had een klein beetje spijt van mijn goedmoedigheid.


De weg naar huis hebben Anneliese en Chauffeur Oorhaar niet gehaald, ze kregen een ongeluk waardoor dat mooie houten dashboard versplinterde. Frontaal in de bocht tegen een bus aangereden. Beiden waren ongedeerd maar ze moesten met een trein naar huis. Autorijden kon hij dus ook niet!


Buster, helemaal schor van drie weken onafgebroken blaffen stonk nog steeds, maar was verder mak als een lammetje. Zeker blij dat hij de opvang had overleefd. Wij kwamen probleemloos thuis.




17

Vaarwel Frits!


En probleemloos, dat konden we niet zeggen over Frits. Hij was van derde stuurman, tweede, en nu eerste geworden. Op de Wilde Vaart, wat dat dan ook betekende.

Inmiddels was hij vijfentwintig en er kwam een plotselinge verandering die zijn hele leven omgooide.

Er was een meisje in Friesland die vertelde dat ze zwanger was van hem, en hij kwam zich in de Slaakstraat daarover beklagen. Hij vond daar twee paar gewillige oren en een verzameld front tegen dit vreselijke onrecht.

De conclusie was dat het meisje het met iedereen deed en Frits ervoor liet opdraaien omdat hij zo'n goede baan had.

De volgende zaterdag vertrokken de Witbroodse troepen richting Friesland waar die dame een koekje van eigen deeg kreeg. Dat gesprek was echter matig verlopen, kon ik horen aan de reacties achteraf.

Er ontstond een hiaat in de oorlogshandelingen, een periode waarin de partijen het alleen maar oneens waren.


Daar kwam verandering toen er een bezoeker bij ons thuis kwam, het was de kapitein waaronder Frits had gevaren.

De man was duidelijk uit z'n vertrouwde element zonder stuurwiel in zijn hand of pijp in z'n mond en met een boodschap die hem als last op de schouders lag.

GGG en mam probeerden de man met lichte praatjes op zijn gemak te stellen en toen kwam de punch line. Kapitein:

"Ja, een gevoelig onderwerp. Ik heb met Frits gesproken over dit probleem, eh dat meisje uit Friesland. Ik was uiterst verbaasd over wat hij vertelde. Wist u dat Frits niets weet over voortplanting - helemaal niets?"

Nu had mijn eigen seksuele voorlichting bestaan uit onduidelijk geleuter op school, zenuw trekkende leraren met rode hoofden die wat lichtbeelden lieten zien. Mannelijke en vrouwelijke geslachtsdelen van binnen zodat geen kind wist wat van wie was. Het leek ook helemaal niet op Joke of die van mij.


Mama gaf mij eens een artikel te lezen en nota bene Frits zelf bracht drie jaar geleden voor mij een blaadje met kleuren foto's van een beeldschoon meisje, luchtig gekleed op de voorpagina, en met omslaan van elk blad verloor het arme kind een kledingstuk.

Dit bracht in mij een revolutie teweeg. Hadden alle meisjes van die prachtige dingen onder hun kleren? Vanaf dat ogenblik begon ik het vrouwelijke geslacht met heel andere ogen te beloeren.

Betoverend als die beelden waren, het had met werkelijke voortplanting weinig te maken. Maar Frits was vijfentwintig jaar oud. En zeeman!

Alsof de kapitein mijn gedachten kon lezen hernam hij: "De jongen is zesentwintig jaar oud! En heeft de laatste jaren gevaren op de Wilde Vaart!"

Ja, dacht ik, zo Wild was die Vaart dus ook weer niet.

GGG en mama hadden weinig toe te voegen, want inderdaad hadden geen van de kinderen enige seksuele voorlichting gekregen. Behalve heel af en toe dat vuige hoorspel: "Oh, ik wordt vastgehouden" dan.

Toen sprak de kapitein iets uitvoeriger over wat Frits vertelde.

"Hij zei steeds dat hij HET niet had gedaan, maar als hij niet precies weet wat DAT is, dan is het mogelijk dat het meisje de waarheid heeft gesproken. Als dat niet zo was, zou ik mij verplicht voelen Frits te verdedigen tegen, eh dit soort claim. Nu kan ik dat niet meer doen, als goed christen."


De conclusie was dat Frits op haar had gelegen, terwijl beiden deels ontkleed waren en dat er "iets naar binnen kon zijn gelopen" al had hij HET niet gedaan.

"Ohwee ohwee zei Winnetou, het zaad is reeds naar binnen toe" dacht ik. Het paste zo mooi met ons cowboytje spelen. Zoals hij altijd riep:

"En toen was ik helemaal niet dood en toen schoot ik jou pang pang."

Ik moest een beetje lachen want: "En toen was jij helemaal niet zwanger!" had duidelijk minder succes.

Een langere stilte, we hoorden niets meer van Frits. Toen gingen we plotseling een zaterdag naar Friesland en ik mocht voor de eerste keer mee.

Daar, in het midden van helemaal niets, stond een armoedig wit huisje. Het was echt een heel onaantrekkelijke plaats om te wonen. Ik liep met loden schoenen van de auto naar de deur, met GGG en mam.

GGG klopte op de deur want een bel was er niet. Daar kwam Frits opendoen. Hij zag er anders uit dan ik hem kende, zijn Wilde Vaart haar was zo kort dat er helemaal geen krullen meer waren en er was een uitdrukking op zijn gezicht die ik niet thuis kon brengen. Geen spoor van ons lefgozertje meer.

Binnen was zo mogelijk nog mistroostiger dan buiten, schamele meubeltjes en er hing niets aan de muur behalve een groot kruis. We gingen maar zitten aan de eettafel, er was behalve twee stoelen niets anders.

Na enig oncomfortabel geleuter over het weer en Frits' zijn nieuwe fabrieksbaan aan wal, kwam een heel bleek vrouwspersoon naar binnen. Ze zag er afgedragen uit en haar gezichtsuitdrukking stond op onweer.


Frits' houding veranderde direct en hij vertelde dat de manier waarop de Witbroodse Slaakstraters zijn vrouw hadden bejegend onacceptabel was. Excuses waren op zijn plaats, minimaal.

Kende hij GGG zo slecht?

Het gesprek begon nu echt onaangenaam te worden toen mam probeerde te verklaren dat ze alleen hem wilden beschermen. Dat vrouwmens verzocht ons zachter te praten, vanwege de baby die lag te slapen.

Toen we korte tijd later vertrokken rende Frits naar de zolder en vanuit de auto zag ik hem door het zolderraam cowboy-achtige schietbewegingen maken richting mijzelf, een droeve herinnering aan de goede tijden die we samen hebben gehad.

Maar ik beantwoordde zijn gebaren niet en draaide mijn hoofd om terwijl we wegreden.


Want als je zoals ik al zestien bent, dan speel je toch geen cowboytje meer.




Einde

















nawoord



Nu het verhaal voorbij is...

De lezer zal zeker vragen hebben. Was het werkelijk zo erg? Waren GGG en Van der Brandt duivels?

Was mijn moeder wreed genoeg om kleine kinderen onnodige verhalen te vertellen over poesjes die tegen de muur werden dood geslagen, dat ze uit het raam gegooid zouden worden bij brand?

Welke ouders laten een klein kind dat niet kan zwemmen op open water op een boomstam, of in een bootje dat lekt?

En wat voor soort mens laat iemand betalen voor dure kados om die te verkopen of iets goedkopers te kopen om het verschil on zijn zak te steken?

Ja. Misschien niet. Ja. Mijn ouders. GGG.

Alles wat is beschreven is mijn werkelijkheid, mijn belevenis, al staan sommige gebeurtenissen soms een iets andere volgorde.

Door alle ontberingen heb ik aan de liefde van mijn moeder nooit heb hoeven twijfelen. Al was het dan in het besef dat haar liefde voor mij was niet veel meer was dan een projectie van haar liefde voor mijn vader die haar zo abrupt had verlaten..


De spanning thuis en op school was onhoudbaar voor een kind, en alle drie uit dit nest hebben hun eigen ontsnapping gevonden. Voor mij, als favoriet, ik had mijn fantasiewereld.

Ellen kreeg later in haar leven de diagnose Borderline en Rob leed daar in zekere mate ook aan. Niemand kan mij vertellen dat deze conditie honderd procent aangeboren is, ik geloof absoluut dat stress thuis en op school het aangeboren deel heeft aangewakkerd.


GGG was een uiterst beperkte man, een ongecorrigeerd product van zijn eigen opvoeding. Hij was niet in staat de ketting van mishandeling te breken en gaf door aan ons wat hij zelf moet hebben ontvangen. Zijn machteloosheid tussen de lakens en de vergelijking met mijn echte vader speelde ook een rol. Hetzelfde gold waarschijnlijk voor Van der Brandt. Van gemengd bloed, waarschijnlijk Indo-Hollander en met een achtergrond van mentale problemen. Stel je voor dat deze mannen geestelijk met hun nagels boven een afgrond hangen met daaronder de hel die ze zelf hebben ervaren.


Natuurlijk zou de ene nooit ouder mogen spelen en had Van der Brandt tegenwoordig nooit voor de klas mogen staan. Dit waren andere tijden, kinderen waren vaak ongewenste indringers die geld kostten. Toch, in andere families kregen nageslacht wel degelijk eigenwaarde mee van thuis.


Mijn moeder was ernstig in de war nadat ze zo wreed werd verlaten. Ze zag de wereld zoals ze die aankon en daarom kon ze nooit van mening veranderen, al waren argumenten nog zo overtuigend.

In de jaren na dit relaas ging het bergafwaards. Samen met GGG dronken ze dag en nacht. Tijdens een van haar dronken deliriums die soms de hele nacht duurden, vertelde ze dat ze altijd heeft gedacht dat mijn vader zou terugkomen.

En ook dat ze Rob altijd heeft gehaat. En Ellen? Soms gingen ze redelijk met elkaar om, soms ook niet. Nee, IK was haar grote lieveling, altijd geweest. Zoon van haar afwezige liefde.

Haar gezondheid ging achteruit en toen ze ter observatie in het ziekenhuis lag, met hartkloppingen en andere kwalen, overleed ze daar aan een acute darmafsluiting. Ze werd maar zevenenveertig jaar oud. Een verloren leven.


Na haar overlijden werd haar salon leeggestolen door GGG en zijn familie, en tante Koos. Ons kinderen werd toegang ontzegd nota bene door Frits die het woord deed voor GGG die enige jaren daarvoor een hersenbloeding had gehad. Hun testament was erop gebaseerd op dat hij als eerste zou overlijden, zodat mijn moeder zou erven.

Andersom leek onwaarschijnlijk. GGG woonde de laatste jaren van zijn leven bij oom Ad, die hem volgens Ellen hem mishandelde en alleen thuis had voor het geld.

Ad overleed enige tijd later aan een hartaanval, zittend in z'n stoel voor de tv.


Ellen trouwde met Verslurf en ze vertrokken naar de USA.

Na zo'n vijftien jaar gingen ze failliet en gingen scheiden. Ze heeft nooit meer een andere man gevonden maar Verslurf hertrouwde. Ellen woont inmiddels weer in Nederland.

Rob vond een meisje die het woord "Nee" niet durfde te uiten. Ze werd direct bij de eerste kennismaking zwanger en kreeg daarna nog een kind. Zij liet mij ooit haar blauwe plekken zien, want hij sloeg haar regelmatig. Ze zijn nog steeds samen. Ik ben zeker dat Rob altijd heeft geweten dat zijn moeder hem haatte en daardoor heeft hij dit soort vijandige relatie met alle vrouwen in zijn leven.


Willy Knip was een waardeloze uitvinder, maar is hedendaags erkend als schilder. Hij overleed in 1967 in Laren/ Blaricum, waar ik later veel tijd heb doorgebracht. Zijn werk is in diverse musea te vinden.

Hetgeen bewijst dat als je lang genoeg wacht, dan krijg je altijd gelijk.


En kleine Per?

Met zo'n achtergrond is het niet genoeg om de normaalste van je familie te zijn.

Maar ik had het geluk om mijn eigen droom meisje te vinden toen ik achttien was, precies zo mooi als in het boekje wat Frits had meegenomen.

We redden elkaar van een vreselijk jeugd door smoorverliefd te worden. En waren samen gelukkig gedurende de volgende veertien jaar. Ik werd goede vrienden met mijn echte vader, waarvan ik veel leerde op het gebied van import export.

Zijn wegwerp filosofie jegens vrouwen heb ik echter ver achter mij gelaten.


Ik werkte het grootste deel van mijn leven als zelfstandige zakenman en onderhandelde ook voor anderen. Toen onze relatie een natuurlijk eind had gevonden, vertrok ik naar de USA en bracht daar bijna drie jaar door.

Daar ontmoette ik mijn huidige Deense vrouw, we zijn na dertig jaar nog steeds zielsgelukkig samen. Mijn eerste vrouw was aanwezig, zowel op ons huwelijksfeest als op ons 25 jarige jubileum.


Beide vrouwen zijn een toonbeeld van betrouwbaarheid, net als ik altijd tegenover hen ben geweest.

Mijn visie over onderhandelen werd wereldwijd gepubliceerd (NegoLogic) en ik gaf les en trainingen bij diverse universiteiten en top 100 bedrijven.

Op een enkele uitzondering na, vond ik deelnemers zowel dom als lui.

We wonen in Denemarken, riant aan zee en omgeven door de natuur. Op aandringen van mijn vrouw heb ik dit verhaal geschreven. Want van zo'n vreemde familie als die van mij, had ze nog nooit gehoord!


Ik zie hedendaagse kinderen die nooit enige angst hoeven te ervaren, noch op school of thuis. Ze krijgen alles wat hun hartje maar kan begeren.

Maar ze vinden dat ze een moeizaam en zwaar bestaan hebben. Ze kweken zelf problemen en vallen om bij de eerste obstakels en lopen dan onherstelbare schade op.


Keizer Babur:

Harde tijden maken sterke mensen

Sterke mensen maken goede tijden

Goede tijden maken zwakke mensen

Zwakke mensen maken slechte tijden.


Over spellers & schrijvers

Mark Twain: "Ik heb geen respect voor mensen die maar op één manier kunnen spellen."

Dit boek gaat verloren voor degenen die niet door de spelfouten heen van het verhaal kunnen genieten.

Er zijn nu eenmaal spellers en vertellers.

Rarily the (Mark) twain shall meet.


GGG was een speller pur sang en als hij zich postuum nog een keertje dood zal ergeren aan mijn taal en spelfouten, dan acht ik mijn taak verricht.














Synopsis




De ongelijke strijd van Per Witbrood tegen de rest van de wereld.


Met een moeder van drie kinderen die net was verlaten door haar grote liefde en om financiële redenen moest trouwen met een man die ze haatte, is een slechter begin mogelijk? Ja, je kan ook nog gebrandmerkt worden met een naam als Witbrood. En dit was de tijd van na de oorlog, waarin kinderen werden gezien als:

"Een negatieve bijwerking van een anderszins prettige bezigheid".


Voor de hedendaagse lezer is het misschien moeilijk te begrijpen dat kleine kinderen werden losgelaten op een meer in een lekkend bootje terwijl ze niet konden zwemmen, dat hun arm op hun rug werd gebonden als ze linkshandig waren, dat ze stelselmatig werden geslagen en geterroriseerd door gestoorde onderwijzers en voor de meeste basis benodigdheden compleet aan hun lot werden overgelaten.

Per is niet dom maar lui, hetgeen nog erger is en met zowel terreur thuis en op school verliest hij zichzelf in een levendige fantasiewereld:


"En ja hoor, daar kwam de gruwelijkste boekanier van allemaal, Flam van der Brandt op z'n Kofschip aangevaren onder de vlag van de Dongeschool. Navigerend op een blinde kaart met zijn bemanning van de allergrootste gemene delers! Zijn woedeaanvallen waren legendarisch, zijn overtreffende trap waarmee hij tegenstanders uit de weg ruimde, zijn favoriete wapen, de aanwijsstok in de ene hand en die enorme inktfles in de andere, het was een beeld dat zelfs Zwartbaard de Boekanier beangstigde!"


Daarom is dit allereerst een tijdsdocument van een periode die een lachspiegel lijkt van de wereld waarin we nu leven, maar ook het verhaal hoe een

buitengewoon jongetje zijn uitdagingen zag, ermee omging en uiteindelijk overwon.

Voor een ieder die in deze periode is geboren, of er interesse in heeft, is dit verhaal niet alleen zeer amusant en opbeurend, maar vooral een feest van herkenning.




©2021 Peter Frensdorf Peter@NegoLogic.com
Mogelijk gemaakt door Webnode
Maak een gratis website.